Ophokplicht afgeschaald – hopelijk in de toekomst verleden tijd
Hoe zorgen we dat de staldeuren open blíjven?
De ophokplicht is in het grootste deel van het land ingetrokken. Dat is goed nieuws voor de kippen die nu weer buiten mogen scharrelen. In het noorden van Limburg en in regio Barneveld moeten de kippen nog wel binnenblijven. Omdat de dichtheid van pluimveebedrijven hier hoog is, hebben uitbraken grote gevolgen en vindt het ministerie het niet verantwoord om hier de ophokplicht op te heffen.

Door: Lisanne StadigProgrammamanager veehouderij

Al met al had een groot deel van Nederland sinds oktober 2021 te maken met lange periodes van ophokplicht. Geen houdbare situatie, en de Dierenbescherming blijft oproepen tot structurele oplossingen.

Belangrijk dat kippen buiten komen
Waarom moeten kippen naar buiten kunnen? Kunnen de ‘buitenomstandigheden’ niet net zo goed binnen nagebootst worden? Dat zijn vragen die wij vaak krijgen. De Dierenbescherming vindt dat alle dieren naar buiten zouden moeten kunnen. Buiten zijn heeft namelijk veel voordelen: meer ruimte, meer dag/zonlicht, meer frisse lucht, meer variatie in de omgeving, meer mogelijkheden om natuurlijk gedrag te vertonen. Het is heel lastig, zo niet onmogelijk, om al die dingen binnen te realiseren. Daarom maken we ons zorgen over de lange ophokplichten – deze waren de afgelopen jaren nodig om vogelgriepbesmettingen te voorkomen, maar mogen geen structurele oplossing worden.

Naast vaccinatie andere maatregelen noodzakelijk
Een betere oplossing die in het verschiet lijkt te liggen is vaccinatie. Momenteel loopt er een veldproef met 2 vaccins die onder laboratoriumomstandigheden goed werkten. Nu wordt gekeken of deze in de praktijk ook bescherming bieden tegen het vogelgriepvirus. Als dat zo is, wordt dit jaar opgeschaald naar een proef met meerdere bedrijven, waarna een verdere uitrol zou moeten volgen.
Maar ook vaccinatie biedt waarschijnlijk geen 100% bescherming tegen vogelgriep, en dus blijven andere maatregelen nodig. Ophokplichten blijven dus op de loer liggen. Wat ons betreft moet er zoveel mogelijk gedaan worden om te zorgen dat de vogelgriep én de ophokplicht straks tot het verleden behoren. Dat is niet alleen beter voor de dieren, maar ook voor de volksgezondheid. Want iedere besmetting met pluimvee is een risico voor het overslaan van het virus naar de mens. Dat het virus in steeds meer zoogdieren wordt gevonden, maakt dat alleen maar urgenter.
Geen pluimveebedrijven op risicolocaties
Eén van die maatregelen is zorgen dat pluimveebedrijven niet op risicolocaties zitten. Risicolocaties zijn bijvoorbeeld locaties in de buurt van open water (waar zich veel watervogels bevinden die het virus bij zich kunnen dragen) en in de buurt van veel andere pluimveebedrijven. Hiervoor zoeken de ministeries van LNV en VWS momenteel uit wat de juridische mogelijkheden zijn, en op basis van welke risicofactoren dit beleid gevoerd zou moeten worden. Dit moet zorgvuldig gebeuren, maar we blijven aandringen op versnelling hiervan. Dat is nodig, bijvoorbeeld om provincies duidelijkheid te geven hoe ze hiermee om moeten gaan bij het opstellen van hun gebiedsplannen in het kader van het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG).
Betere inrichting uitloop levert niet alleen voor de kip voordelen op
Een andere maatregel is het beter inrichten van kippenuitlopen. Door meer bomen aan te planten wordt de uitloop minder aantrekkelijk voor eenden en ganzen, die vooral op grasland afkomen. Minder kans dus dat zij de kippen besmetten met vogelgriep. En meer beplanting is ook nog eens goed voor de kippen: dit is voor hen een veiligere en gevarieerdere omgeving, waardoor ze meer gebruik zullen maken van de uitloop. Tel daarbij de voordelen voor de biodiversiteit, klimaat (CO2-vastlegging) en voor de boer (extra inkomsten van bijv. fruit- of notenbomen) op, en het is duidelijk dat dit een win-win maatregel is. Sommige provincies hebben al subsidieregelingen voor het aanplanten van bomen, het zou mooi zijn als dit in heel Nederland zou gelden.
