Dierenartszorg mag niet alleen verdienmodel zijn
Reactie op concept-rapport ACM: stevige taal terecht
De Dierenbescherming is blij met wat de Autoriteit Consument & Markt (ACM) in haar concept-rapport concludeert over de toegenomen druk van grote commerciële organisaties in de dierenartszorg.

Door: Niels KalkmanPersvoorlichter

We delen de zorgen van de ACM, die stevig oordeelt over de dierenartsbranche in dit land: er zijn ‘onvoldoende vangrails om overbehandeling en hoge kosten te voorkomen’. Ketenvorming en commerciële prikkels zetten de autonomie van dierenartsen onder druk, met risico’s voor het dierenwelzijn.
De Dierenbescherming heeft zich al eerder uitgesproken over dit onderwerp, en heeft aangestuurd op een onderzoek door de ACM, waarvan nu de eerste resultaten zijn gepubliceerd. De ACM concludeert in dat concept-rapport dat dierenartspraktijken door overnames van commerciële ketens steeds vaker worden gedreven door winst, wat dan weer leidt tot hogere prijzen en het risico dat niet altijd het belang van dier en eigenaar vooropstaat. Daarom wil de toezichthouder strengere regels, zoals een verbod op commerciële prikkels, meer transparante tarieven en meer mogelijkheden om overnames te blokkeren. Daar sluit de Dierenbescherming zich graag bij aan, net als bij andere conclusies in het rapport.
Winstprikkels
We vinden bijvoorbeeld dat de zorg voor huisdieren niet mag worden gestuurd door omzetdoelen of winstprikkels. De dierenarts moet altijd kunnen handelen in het belang van dier en baasje. Die professionele verantwoordelijkheid ligt in principe bij de dierenarts, maar in de praktijk blijkt dat de organisatie of keten waar de dierenarts werkt steeds vaker invloed uitoefent op die zorg. Commerciële doelen vanuit de keten zorgen ervoor dat de autonomie en de onafhankelijkheid van de dierenarts in de knel komt. De Dierenbescherming is er daarom ook blij mee dat de ACM deze perverse prikkels nu expliciet benoemt.
Behandelstandaarden
De Dierenbescherming steunt de oproep aan de beroepsgroep om zogenaamde ‘uniforme behandelstandaarden’ te ontwikkelen. Dit kan dierenartsen houvast geven tegenover commerciële druk. Tegelijkertijd moet de markt beducht zijn voor onbedoelde bijeffecten, zoals standaardbehandelingen die worden aangevuld met extra’s waarvoor fors moet worden bijbetaald.
De
spoedzorg voor dieren is op dit moment een zorgenkind, concludeert ook de ACM.
Juist op momenten van paniek en emotie omdat er een medische noodsituatie is
met hond, kat of konijn moeten huisdiereigenaren kunnen rekenen op duidelijke
informatie, eerlijke prijzen en goede zorg. De Dierenbescherming vindt het
essentieel dat er een transparant en compleet overzicht komt van beschikbare
spoedzorg, en pleit voor een centrale triagelijn om onnodige spoedconsulten te
voorkomen.
In regio’s met weinig alternatieven staat de spoedzorg onder druk, laat de ACM
zien. Verdere overnames door ketens van kleinere dierenartspraktijken kunnen op
die plekken tot machtsposities leiden. De Dierenbescherming vindt het daarom
belangrijk dat de ACM bevoegd wordt om ook kleinere overnames te kunnen toetsen,
waar dat nu alleen maar kan bij overnames waarmee vele miljoenen gemoeid zijn.
Alleen met toezicht op regionaal niveau kan de markt eerlijk blijven
functioneren.
Goede zorg
We begrijpen dat goede zorg geld kost, en benadrukt ook continu dat de kwaliteit van dierenartszorg behoorlijk dicht in de buurt komt bij wat er in ‘humane’ ziekenhuizen mogelijk is. Toch wil de dierenwelzijnsorganisatie voorkomen dat liefde voor een dier leidt tot financiële zorgen of twijfel over de noodzaak van een behandeling. De Dierenbescherming roept de sector op om zelf verantwoordelijkheid te nemen. Tegelijkertijd zijn er blijkbaar duidelijke regels en actief toezicht van de overheid nodig. Als er een geschillencommissie wordt opgericht naar aanleiding van het ACM-rapport, biedt de Dierenbescherming haar expertise aan.
