Slachterij wil misstanden bij vangen eenden aanpakken

Binnen de eendenhouderij bestaat het plan om een kwaliteitssysteem op te zetten waarin onafhankelijke auditors controleren of het welzijn van de eenden niet geschaad wordt, tijdens de houderijfase en tijdens het vangen. Naar aanleiding van de beelden van RTL Nieuws, waarin eenden werden overgegooid en geschopt, bespraken wij dit vorige week met vertegenwoordigers van het bewuste bedrijf Tomassen Duck-To. Dit is de enige eendenslachterij in Nederland. De eenden van alle ca. 50 Nederlandse bedrijven worden hier geslacht.
Bert van den Berg

Door: Bert van den Berg Programmamanager Veehouderij

Slachterij wil misstanden bij vangen eenden aanpakken

Verantwoord eenden vangen

Wij vinden dit een goede ontwikkeling. We hebben erop aangedrongen om door een terzake deskundig instituut een cursus ‘verantwoord eenden vangen’ te laten ontwikkelen voor de vangploegen, en deze verplicht te stellen. Zo’n cursus is dit jaar ingevoerd voor de vangploegen van vleeskuikens en leghennen die aangesloten zijn bij het kwaliteitssysteem voor kippen (IKB). Daar bovenop zou de voorman van de vangploeg een nog uitgebreidere cursus moeten krijgen, vergelijkbaar met die van de ‘animal welfare officer’ in een slachthuis.

Afbeeldingen vangwijze

Tomassen erkent dat bepaalde handelingen die op de beelden van RTL te zien zijn inderdaad niet deugen, en is vooruitlopend op de invoering van een kwaliteitssysteem, van plan maatregelen te nemen. Eendenhouders krijgen al minder geld voor een eend met blauwe plekken, breuken e.d., maar blijkbaar is dat niet voldoende om het onnodig verwonden van eenden bij het vangen tegen te gaan. Nu wil Tomassen grote borden met plaatjes ophangen in de eendenstallen, waarop getoond wordt hoe de eenden gevangen moeten worden. Door met plaatjes te werken in plaats van tekst, is de informatie duidelijk voor alle leden van de vangploeg. Die ploegen bestaan namelijk vaak uit werknemers uit verschillende landen, zoals Polen en Roemenië.

Tien punten voor vangploegen

Behalve het bord in de stal heeft Tomassen een lijst met tien punten opgesteld waar vangploegen op moeten letten. Ook bestaat het plan om een kwaliteitssysteem op te zetten voor de eendenhouderij, waarin onafhankelijke auditors controleren of het welzijn van de eenden niet geschaad wordt, tijdens de houderijfase en tijdens het vangen.

Responsible Down Standard

Sinds 2015 nemen de eendenbedrijven deel aan het Responsible Down Standard (RDS), omdat de afnemers van de veren dit vragen (eendenveren worden bijvoorbeeld verwerkt in dekbedden). In het RDS zijn ook een aantal dierenwelzijnscriteria opgenomen. Hierin staat echter niets specifiek over het vangen van de eenden, en bij veel criteria zijn er geen consequenties als ze niet worden nageleefd. Dit geldt bijvoorbeeld voor het criterium dat er zwemwater voor de eenden moet komen. In de praktijk gebeurt dit niet, omdat het veel water zou kosten en het hygiëneproblemen zou opleveren. Dit terwijl zwemmen en voedsel zoeken in water voor eenden erg belangrijk zijn.

Behoeften van eenden

De Dierenbescherming vindt dat er meer moeite gedaan moet worden om tegemoet te komen aan de behoeften van de eenden. Er zou bijvoorbeeld in een ‘integraal duurzaam ontwerp’-traject van Wageningen Universiteit gekeken kunnen worden naar wat de mogelijkheden zijn om tóch zwemwater aan te bieden. In zulke trajecten zijn in het verleden voor verschillende diersoorten al stalconcepten ontstaan, zoals de Rondeelstal voor leghennen, de Windstreekstal voor vleeskuikens en de Kwatrijnstal voor melkkoeien. In zo’n ontwerptraject wordt tegemoetgekomen aan de behoeften van het dier, de veehouder, de consument en het milieu.


Stappen zetten

Conclusie: de eendensector neemt stappen in de goede richting, maar we zijn er nog lang niet, het kan en moet nog beter. Een goede training van de vangploegen en controle op naleving van de richtlijnen zijn een must. Daarnaast zou er serieus gekeken moeten worden naar het voorzien van zwemwater voor de eenden.