Stikstofplannen biedt kansen voor dierenwelzijn, maar let op de risico's
Onze reactie op Kamerbrief over stikstofbeleid
De langverwachte stikstofmaatregelen die vandaag naar buiten zijn gekomen, bieden ruimte om natuurherstel en dierenwelzijn hand in hand te laten gaan. Dat is goed nieuws voor de dieren die in de natuur leven, maar ook voor de miljoenen dieren in de veehouderij, omdat investeringen in emissiereductie volgens het kabinet zoveel mogelijk gepaard moeten gaan met investeringen in een dierwaardige veehouderij. Er zijn er wel ook grote risico's, zoals het stellen van emissienormen per dierplaats – die kunnen een dierwaardige veehouderij gaan belemmeren.

Door: Lisanne StadigProgrammamanager veehouderij

In de Kamerbrief die vandaag is verstuurd - waarin wordt verteld hoe het land van het stikstofslot zou moeten gaan - is dierenwelzijn beperkt genoemd en dat vinden we natuurlijk jammer, omdat het zowel stikstofreductie als dierenwelzijnsverbetering opgaven zijn die samenkomen op het boerenerf. In een afzonderlijke begeleidende brief van staatssecretaris Silvio Erkens krijgt dierenwelzijn echter de volledige aandacht. Het is voor de Dierenbescherming belangrijk dat niet alleen de stikstofcrisis wordt opgelost maar dat tegelijkertijd de transitie naar de dierwaardige veehouderij wordt gemaakt.
We zijn dan ook blij dat sommige punten die we hebben ingebracht in de maatschappelijke klankbordgroep van de Taskforce Stikstof (waar de Dierenbescherming onderdeel van was) serieus zijn opgepakt. Tegelijkertijd maken we ons zorgen over andere onderdelen van de plannen en de verdere uitwerking ervan, en of dierwaardigheid daarin écht integraal meegenomen gaat worden. En we hebben zorgen om boeren die al grote stappen zetten op het gebied van dierenwelzijn. Het kabinet moet ervoor zorgen dat juist deze voorlopers niet onbedoeld worden geraakt door de maatregelen.
Extensivering
Het kabinet wil extensivering stimuleren, bijvoorbeeld door een maximumnorm te stellen aan het aantal koeien per hectare, en maakt daar ook geld voor vrij. Dat biedt kansen voor dierenwelzijn, met name in de zones rondom natuurgebieden. Zeker omdat de overheid ook de afzet van biologische en andere duurzame producten wil gaan stimuleren. Er lijkt bovendien serieus werk te worden gemaakt van natuurherstel. Dat is positief nieuws voor dieren in de natuur.
Maximum emissie per dier
Voor melkvee komen er emissienormen per fosfaatrecht, wat indirect betekent: een norm per koe. Voor de varkens- en pluimveesector komen er emissienormen per dierplaats. Dat is heel teleurstellend, want dat betekent dat bijvoorbeeld het verlagen van de bezetting in stallen, of het houden van langzamer groeiende dieren, lastiger wordt. Dat zorgt namelijk voor meer emissie per dierplaats. Met deze manier van normstellen, kan een veehouder dus niet compenseren door minder dieren op het bedrijf te houden. Emissienormen zouden per bedrijf gesteld moeten worden, in plaats van per dier.
Kansen voor natuur en vergunningverlening
Het doel van de stikstofmaatregelen is natuurherstel en een gezonde leefomgeving. Niet alleen kan Nederland daardoor straks van het stikstofslot; ze zijn ook van groot belang voor in het wild levende dieren, omdat zo ecosystemen kunnen herstellen en de leefomgeving van de dieren stabieler en robuuster wordt. Voor dieren in de veehouderij is het belangrijk dat de vergunningverlening voor ver- en nieuwbouw van stallen weer op gang komt. Die ligt nu namelijk al jaren vrijwel stil waardoor boeren niet meer kunnen investeren in dierenwelzijn, zoals het bouwen van een overdekte uitloop voor kippen of vrijloopkraamhokken voor varkens.
Toetsing ontbreekt nog
Tegelijkertijd kunnen bepaalde stikstofmaatregelen/emissiereducerende maatregelen ook een negatief effect hebben op het welzijn van dieren in de veehouderij. Het is daarom essentieel dat iedere keer zorgvuldig getoetst wordt of een maatregel ook bijdraagt aan dierenwelzijn. Dat deze in ieder geval niet ten koste gaat van de dieren. Wij vinden dat het kabinet daar bij de uitvoering van de plannen dan ook scherp op moet zijn. Positief is wel dat boeren die hun stallen aanpassen om minder stikstof uit te stoten, ook meteen in maatregelen moeten investeren voor een dierwaardige veehouderij. Die wetgeving wordt na de zomer naar de Tweede Kamer gestuurd.
Meer kansen voor biologische boeren en weidegang
In de plannen valt te lezen dat om kwetsbare natuurgebieden zones worden ingesteld waarin alleen extensieve vormen van landbouw mogelijk zijn. Een deel van de boeren in deze zones zal moeten stoppen of verplaatsen. Meer extensieve veehouderij in de zones betekent meer biologische boeren en dat is positief.
Willen deze boeren duurzaam succesvol zijn, dan moet de vraag natuurlijk groeien. Daar kan de overheid een cruciale rol in spelen door met fiscale maatregelen te komen, zoals een lagere BTW op biologische producten. Dat staat nu nog niet in de plannen. Wel wil de Rijksoverheid zelf meer biologisch en duurzaam voedsel gaan in gaan kopen. Ook gaat het kabinet in gesprek met provincies, gemeenten en (semi-)overheidsinstellingen om deze norm over te nemen. Wat ons betreft kan die ook gaan gelden in bijvoorbeeld de zorg en het onderwijs.
Ook positief is dat de overheid afspraken wil maken met marktpartijen om meer duurzame producten te gaan verkopen. We willen dat koplopers serieus gesteund worden, en het langjarig vergroten van de vraag via de publieke én private sector is uitvoerbaar en logisch.

Grondgebondenheid
Ook komt er een norm voor grondgebondenheid voor melkvee. Dat betekent dat een bedrijf niet meer dieren mag houden, dan past bij de hoeveelheid grond die het tot z'n beschikking heeft. Dat is op zichzelf positief, omdat het ertoe kan leiden dat bedrijven hierdoor meer grond kopen, en daarmee de kansen op weidegang toenemen. Punt is alleen dat de grond niet per se dicht bij de stal hoeft te liggen, terwijl dat voor weidegang wel nodig is. Ook mogen melkveehouders samenwerken met akkerbouwers om aan de grondgebondenheidsnorm te voldoen. We verwachten wel dat het voor de meest intensieve bedrijven onmogelijk zal zijn om aan de nieuwe norm te voldoen. Een ander risico voor weidegang is de inzet op (grootschalige) mestvergisting, waarmee het aantrekkelijker kan worden om dieren binnen te houden zodat de mest in de mestkelder verzameld kan worden, in plaats van dat deze in de wei terechtkomt. Daarom roepen wij alsnog op tot een verplichting voor weidegang in de nieuwe wetgeving voor een dierwaardige veehouderij.
Maatregelen mogen niet ten koste gaan van de dieren
Veehouderijbedrijven zullen emissienormen opgelegd krijgen. Te beginnen in de melkveesector, gevolgd door andere sectoren. Dit is een logische en begrijpelijke maatregel. Wel vragen we aandacht voor de effecten die de hoogte van de norm kan hebben op dierenwelzijn. Simpel gezegd: hoe strenger, hoe meer kans dat we naar luchtwassers en gesloten stallen toe gaan en dat dieren alleen nog maar meer binnen worden gehouden. Daarom is het belangrijk dat het kabinet júist brongerichte maatregelen, zoals dagontmesting en weidegang, stimuleert – deze komen ook de dieren ten goede omdat het stalklimaat verbetert.
Ten slotte is het belangrijk dat er goed gekeken wordt of door deze normen, de koplopers niet onevenredig hard geraakt worden, bijvoorbeeld omdat ze afwijkende stalsystemen hebben waarvoor geen emissiefactor bestaat. Ook zouden dierrechten bij biologische en andere koploperbedrijven (zoals bedrijven met 3 sterren van het Beter Leven keurmerk) uitgezonderd moeten worden van het inleveren van een deel van hun dierrechten bij bedrijfsoverdracht – deze bedrijven houden namelijk vaak al veel minder dieren dan het gemiddelde bedrijf.
Conclusie
Kortom, we zijn blij dat dit kabinet, na vele jaren stilstand, de stap zet om het stikstofprobleem op te lossen. En dat daarbij rekening wordt gehouden met de ontwikkelingen op het gebied van dierwaardige veehouderij. Maar we zien ook nog een aantal losse eindjes en risico’s, en zullen daar aandacht voor blijven vragen.