Tussen wens en wet...
Over de (on)mogelijkheden van een verbod op dieronvriendelijke hulp- en trainingsmiddelen
"Tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren", dichtte Willem Elsschot in 1910. Hoewel het gedicht (Het Huwelijk) gaat over een man die overweegt zijn vrouw te doden (!), wordt deze regel nog steeds aangehaald wanneer je iets wilt bereiken, maar tegen obstakels aanloopt. Dat geldt ook voor het streven naar een wettelijk verbod op dieronvriendelijke hulpmiddelen en trainingsmethoden voor honden en paarden. De Tweede Kamer heeft hier recent om gevraagd. Echter bij staatssecretaris Jean Rummenie stuit deze wens op bezwaren.

Door: mr. Léon RipmeesterJurist

Onderzoek correct gebruik hulpmiddelen stagneert
Uit een door Aeres Hogeschool Dronten uitgevoerd onderzoek blijkt dat verkeerd gebruik van bepaalde hulpmiddelen het welzijn van honden en paarden aantast. Over de gevolgen bij correct gebruik was echter geen consensus.

Volgens Rummenie is daarmee niet het middel zelf per definitie dieronvriendelijk, maar de manier waarop het wordt toegepast. Daarom komt er wat hem betreft geen algeheel verbod, al wordt gekeken of specifieke misstanden als verboden vorm van dierenmishandeling kunnen worden aangemerkt.
Groot kennisgebrek en de gevolgen voor huisdieren(bezitters)
Uit het onderzoek blijkt bovendien dat veel trainers moeite hebben met het juist interpreteren van diergedrag en leerprincipes. Zo konden zowel honden- als paardentrainers gedragssignalen vaak niet correct herkennen. Dit is zorgwekkend, want als zelfs professionals signalen niet altijd goed begrijpen, hoe zit het dan met de gemiddelde huisdiereigenaar?
Voor een eigenaar die bijvoorbeeld een slipketting gebruikt bij zijn hond, betekent dit dat hij mogelijk niet goed kan inschatten hoe zijn dier de druk ervaart en wat het effect op zijn welzijn is. Ook paardeneigenaren die hulpmiddelen zoals slofteugels of sporen gebruiken, lopen het risico dat ze – onbedoeld – hun dier schade toebrengen. Dit onderstreept de noodzaak van duidelijke richtlijnen en scholing.
Wat experts wél unaniem concluderen, is dat verkeerd gebruik van hulpmiddelen het welzijn van dieren aantast. Maar hoe groot de impact precies is bij correct gebruik, en in welke mate het welzijn wordt beïnvloed, blijft onduidelijk. Sommige dieren kunnen er goed mee omgaan, terwijl anderen juist stress of pijn ervaren.
De exacte grens tussen verantwoord en onverantwoord gebruik is kortom nog niet helder. Meer onderzoek is nodig.
Zelfregulering als noodzakelijke aanvulling op wetgeving
De Dierenbescherming moedigt de sector aan om zelf actief verantwoordelijkheid te nemen in het opstellen van richtlijnen voor correct gebruik van hulpmiddelen. Dit is geen alternatief voor wetgeving, maar een noodzakelijke aanvulling. Verantwoordelijkheid nemen begint met een gezonde, interne discussie.
Zelfregulering en wetgeving kunnen hand in hand gaan: de sector kan zelf al stappen zetten door duidelijke normen op te stellen, trainingen te verbeteren en misstanden actief te ontmoedigen. Dit voorkomt niet alleen dierenleed, maar zorgt er ook voor dat er minder aanleiding is voor ingrijpende wettelijke verboden in de toekomst.
Een afwachtende houding van de sector is geen optie. Het is een verantwoordelijkheid die zij hoe dan ook zelf hoort te nemen.
Nieuwe wetgeving als stok achter de deur
Daarbij
kan werken aan aanvullende wetgeving wel degelijk nuttig zijn, en wellicht
zelfs nodig, als ‘stok achter de deur’. Een algeheel verbod op
dieronvriendelijke middelen is misschien nu nog wat te hoog gegrepen, gezien
het hiervoor geschetste gebrek aan wetenschappelijke kennis, die nodig is om
zo’n verbod te onderbouwen. Daar heeft de staatssecretaris op zich een punt.
Je zou discussie, beweging in de sector, scholing en training door gebruikers, onderzoek, toezicht en handhaving kunnen helpen door om te beginnen de Wet dieren tóch wat aan te scherpen.
Ik
zou de staatssecretaris c.q. de wetgever willen suggereren na te denken over
het strafbaar stellen van het (als jurist ben ik geneigd daarbij te zeggen; ‘kennelijk’
of ‘evident’) ondeskundig, onjuist, te veelvuldig, of onnodig gebruik van hulp-
en trainingsmiddelen bij honden en paarden.
In de ideale situatie kunnen zelfregulering en de optie van het werken aan wetgeving zo hand in hand gaan, en elkaar versterken.
Geen woorden, maar daden
In ieder geval is wat de Dierenbescherming duidelijk, dat beweging op het onderwerp gewenst is. Kijk om te beginnen wat er wél op een zinvolle manier aangescherpt kan in de wetgeving. En welk onderzoek nodig is om meer aan de weet te komen.
Wetgeving kan weliswaar kaders scheppen, maar de honden- en paardensector zal hoe dan ook zélf verantwoordelijkheid moeten nemen.
Actie van diverse betrokken partijen is kortom nodig.
Elsschot spiegelde ons in zijn gedicht al voor wat er gebeurt als je je bij het realiseren van je dromen te veel laat frustreren. Dat leidt tot: "… een weemoedigheid, die niemand kan verklaren, en die des avonds komt, wanneer men slapen gaat."
Ik vertaal dit maar even naar de huidige tijd als: zaak om door te pakken op de trainings- en hulpmiddelen. Voorkom dat we er wakker van hoeven liggen. Geen woorden, maar daden!
