Dierenbescherming blij met uitspraak huis- en hobbydierenlijst
Positieflijst blijft in stand, wel nieuwe beoordeling handvol diersoorten
De Dierenbescherming is blij met de uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) over de huis- en hobbydierenlijst. De rechter bevestigt dat deze lijst juridisch klopt en in stand mag blijven. Een aantal soorten moet opnieuw worden bekeken, maar de systematiek en methode blijven overeind. "Dit is een megabelangrijke uitspraak voor dierenwelzijn.”

Door: Niels KalkmanPersvoorlichter
De lijst, waarover donderdagmorgen definitief uitspraak werd gedaan door het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) tijdens een aantal zaken, bepaalt vooraf welke dieren wel en niet geschikt zijn om als huisdier te houden. De CBb oordeelde dat de verrichte toetsing ‘zorgvuldig en objectief’ is en de systematiek in lijn met het Europese recht. Daarmee blijft het systeem overeind, ondanks pogingen om de lijst onderuit te halen. De Dierenbescherming vindt dit vanzelfsprekend zeer goed nieuws voor dierenwelzijn in Nederland.
Geschikte huis- en hobbydieren
De huis- en hobbydierenlijst beoordeelt per diersoort of een dier geschikt is voor particulier bezit. Dit gebeurt op basis van wetenschappelijke onderbouwing, waarbij wordt gekeken naar de behoeften van het dier om gezond te blijven en natuurlijk gedrag te kunnen vertonen. Ook worden risico’s voor volksgezondheid en ontsnappingsgevaar meegewogen.
Het CBb oordeelde donderdag dat de systematiek klopt, maar dat de minister voor een paar soorten niet goed heeft onderbouwd waarom ze niet op de lijst staan. Als gevolg daarvan moeten er zes diersoorten binnen dertien weken opnieuw beoordeeld worden, maar blijft de lijst dus wel bestaan. Voor de chinchilla, Russische dwerghamster, dromedaris, jak en witstaartstekelvarken moet er opnieuw gekeken worden naar domesticatie en voor de katoenrat moet het zoönotisch risico opnieuw tegen het licht worden gehouden.
Met deze lijst, die sinds juli 2024 van kracht is voor zoogdieren, wordt voorkomen dat dieren die daartoe eigenlijk niet geschikt zijn toch als huisdier worden gehouden. In de praktijk gaat dat regelmatig mis: dieren worden ziek, vertonen probleemgedrag of komen terecht in opvangcentra omdat hun verzorging te complex blijkt voor particulieren. De CBb-rechter bevestigt donderdag dat deze preventieve aanpak noodzakelijk is en dat de overheid dit mag regelen om dieren te beschermen. Wel is het onderzoek voor een aantal diersoorten op een enkel punt niet goed genoeg afgewogen uitgevoerd, waardoor er voor een handvol diersoorten een nieuwe afweging moet worden gemaakt.

Doorpakken
“We zijn blij en opgelucht dat er na al die jaren eindelijk duidelijkheid is over deze lijst”, zegt Léon Ripmeester, jurist van de Dierenbescherming. “Dit is een megabelangrijke uitspraak voor dierenwelzijn. Nu is het een kwestie van doorpakken en zorgen dat de lijst wordt uitgebreid met andere diergroepen. Om te beginnen met vogels en reptielen.”
De Dierenbescherming ziet de uitspraak dus als een belangrijke stap vooruit. Het biedt duidelijkheid en onderstreept dat preventief beleid nodig is. Tegelijk is het werk volgens de organisatie niet af. De Dierenbescherming wil dat de systematiek wordt uitgebreid naar andere diergroepen, zoals vogels, reptielen en vissen, omdat ook deze dieren specifieke behoeften hebben die niet altijd goed in een thuissituatie kunnen worden vervuld.
