Hoopvol over proef vaccins vogelgriep

Hoopvol nieuws in de strijd tegen vogelgriep: de twee vaccins die momenteel op kleine schaal in de praktijk getest worden, lijken goed te werken. Dat laat minister Adema aan de Tweede Kamer weten. Daar zijn we heel blij mee. We hebben de afgelopen jaren flink aangedrongen op het ontwikkelen van een vaccin, omdat de laatste jaren miljoenen dieren getroffen en gedood werden door het vogelgriepvirus. Daarnaast mogen kippen en andere vogels niet naar buiten zolang het virus rondgaat. Bij de laatste uitbraak duurde de ophokplicht in sommige regio's meer dan een jaar.

Hoopvol over proef vaccins vogelgriep

Over de veldproef

In de zogenaamde ‘veldproef’ werden kippen onder praktijkomstandigheden gehouden. Eén groep werd niet gevaccineerd, en twee andere groepen kregen ieder een verschillend vaccin toegediend. Vervolgens werden dieren van iedere groep onder gecontroleerde omstandigheden (dus niet op het pluimveebedrijf) besmet met het vogelgriepvirus. De ongevaccineerde kippen werden ziek en verspreidden het virus, bij de gevaccineerde kippen was dit niet het geval. Dit zijn de eerste resultaten van het onderzoek, bij leghennen van 8 weken oud. Leghennen worden in de praktijk zo’n 80-100 weken, en de proef zal dan ook nog wel even duren, omdat de dieren ook op latere leeftijd nog getest zullen worden. Maar deze eerste resultaten zijn bemoedigend.

Bescherming dieren moet bóven handelsbelangen staan

De volgende stap is om na de zomer te starten met een grotere pilot op een aantal leghenbedrijven. Die pilot is vooral gericht op het toepassen van vaccinatie onder praktijkomstandigheden, en het volgen en oplossen van eventuele negatieve effecten op de handel. Nederland exporteert namelijk veel pluimvee en pluimveeproducten. Landen buiten de EU kunnen besluiten dat ze geen (producten van) gevaccineerde dieren van Nederland willen kopen, zelfs als aangetoond wordt dat het vaccin veilig is en er geen risico is op verspreiding van het vogelgriepvirus. Daarom zijn er gesprekken gevoerd met belangrijke afzetlanden zoals Japan, de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk, om daar draagvlak te creëren. De Dierenbescherming vindt het goed dat er inzet wordt gepleegd om straks de uitrol van vaccinatie mogelijk te maken, maar vindt ook dat bescherming van dieren tegen vogelgriep bóven handelsbelangen moet staan. Dus ook als er niet in alle afzetlanden draagvlak voor is, moet er wat ons betreft gevaccineerd worden op het moment dat het technisch kan en zinvol is.

Meer nodig om vogelgriep tegen te gaan

Alleen vaccineren is uiteindelijk niet de oplossing. Er moet meer gebeuren zoals het voorkómen dat pluimveebedrijven zich dicht bij waterrijke gebieden bevinden (waar wilde vogels een risico op besmetting vormen) en het verlagen van de pluimveedichtheid in een aantal regio's. Als bedrijven dicht bij elkaar liggen is de kans dat het virus zich tussen bedrijven verspreidt groter. En hoe meer dieren per bedrijf, hoe meer dieren gedood moeten worden bij een besmetting.

Lees wat er volgens ons nog meer moet gebeuren.