Van plattelandsgans naar stadsgans

Ganzen houden de gemoederen flink bezig. Boeren, jagers en natuurbeheerders zijn ze over het algemeen zat. Ze schijten de boel onder, trappen het gras plat en eten het ook nog eens op. Tot overmaat van ramp zorgt hun poep er in natuurgebieden voor dat zeldzame plantjes verdwijnen.

Femmie Smit

Door: Femmie Smit Programmamanager In het Wild Levende Dieren

Van plattelandsgans naar stadsgans

Komt nog eens bij dat ganzen best veel jongen groot kunnen brengen in een land waar voor hen eten genoeg is. Gevolg: ondanks dat jagers vele uren besteden aan afschot, is het dweilen met de kraan open. En bovendien zijn ganzen natuurlijk niet gek. Want wat gebeurt er? Ze zoeken veiligere plekken op zoals in de stad. Maar ook daar zorgen ze voor problemen. (Zwem)water wordt vervuild en trottoirs en speelweides besmeurd met poep. Best onaangenaam als je in de zomer op het gras en aan het water wilt genieten van het zonnetje.

Diervriendelijke aanpak

Als dierenbeschermer zie ik uiteraard ook een heel andere kant van deze ‘lastpakken’. Ze zijn prachtig! En zo slim! Ik hou van ze. En ik zou ze nooit, maar dan ook echt nooit kwaad doen. Het doet me pijn dat deze dieren in vrijwel alle provincies intensief bejaagd worden en ook nog eens een deel de dood vindt in de gaskamer. Omdat ze zo ‘lastig’ zijn. Dat je de overlast wilt kanaliseren begrijp ik. Maar deze dieren zijn zo succesvol, omdat wij het landschap voor hen ideaal maken. Daarom vind ik het niet meer dan normaal dat wij die dieren daar niet voor straffen, maar serieus werk maken van een aanpak die structurele, duurzame en diervriendelijkere oplossingen biedt voor het probleem. En dat is niet het steeds maar weer doden van dieren, zonder de kraan wat dichter te draaien. Kan dat dan? De kraan dichtdraaien? Dus zorgen dat er minder ganzen geboren worden of dat door andere maatregelen minder ganzen in Nederland verblijven?

Alternatieven

Wij weten dat er alternatieven zijn, zoals verjagen met een afweerpistool of robotroofvogel. Ook ander graslandbeheer en andere inrichting van natuurgebieden kan een bijdrage bieden aan minder ganzen. Maar structureel dergelijke diervriendelijkere alternatieven invoeren, onder regie van een gebiedscoördinator, gebeurt in de praktijk nauwelijks. Daarom zijn wij blij met de aanpak die de gemeente Rijswijk de komende jaren gaat doorvoeren. De druk om aan de populatie ganzen iets te doen is groot. Provincie Zuid-Holland, het Waterschap en omliggende boeren vinden het noodzakelijk dat de populatie niet ongestoord verder groeit.

De oplossing van gemeente Rijswijk

De gemeente Rijswijk is zelf ook van mening dat nog meer ganzen voor te veel problemen gaat zorgen. Vooral omdat de recreatieve waarde van gebieden achteruit gaat. In plaats van het doden van dieren gaan zij echter aan de slag met actief beheer van nesten. Elke twee weken gaan ambtenaren en vrijwilligers langs de bekende broedplekken om eieren die nog niet ontwikkeld zijn, te behandelen. Op die manier willen zij geboortes beperken. Eigenlijk niet anders dan hoe wij aan geboortebeperking doen. Verstandige actie! Daarnaast worden er ook aanpassingen aan de omgeving gedaan en gaat rondom de zwemplas in Rijswijk continue verjaging plaatsvinden. Kers op de taart is, dat er ook een plek wordt ingericht waar ganzen juist wel welkom zijn en mogen grazen.


Vrijwilligers gezocht

Al met al ben ik trots op de gemeente Rijswijk dat zij alles op alles zet om ganzen op een duurzamere manier te beheren. Ik roep dan ook betrokken ganzenliefhebbers op om zich te melden bij de gemeente om als vrijwilliger aan de slag te gaan. Wie weet wordt Rijswijk wel hét voorbeeld voor andere gemeenten, net zoals de gemeente Amsterdam, die nestbeheer al jaren met succes toepast waardoor ganzen niet afgeschoten hoeven te worden. Wat overblijft is een stabiele groep ganzen, waar mensen geen serieuze overlast van ervaren maar van kunnen genieten!