Vernielzucht

Vraag mensen of ze je willen helpen met het schilderen van je huis, of met het helpen sjouwen van zware voorwerpen, en al snel blijkt dat je in de praktijk meer vage kennissen hebt dan echte vrienden. Argumenten als “dat mag ik niet van mijn fysio” of “laat ik nou net dat weekend al een afspraak hebben om naar de verjaardag van mijn schoonmoeder te gaan” zijn geen uitzondering. Terwijl het toch vaak karweitjes zijn met een opbouwend karakter, zijn mensen er toch maar moeilijk voor te porren. Hoe anders is het als je bekenden uitnodigt om “dat oude muurtje te slopen” of “dat oude schuurtje in de tuin af te breken”, dan zijn er in de regel vrijwilligers genoeg. Conclusie: vernielzucht zit ons in de genen!
Gastblogger

Door: Gastblogger

Vernielzucht

Ik moet daar ook wel eens aan denken als het om onze omgang met dieren gaat. Laat het helder zijn: ik ben er volledig van overtuigd dat het gros van de mensen veel om dieren geeft, en er ook het beste mee voor hebben. Alleen al getuige de bijna 200.000 mensen die verbonden zijn aan mijn organisatie, geven daar in georganiseerd verband uitdrukking aan. Maar zo goed als niet iedereen die een auto heeft lid is van de ANWB, zijn er miljoenen dierenliefhebbers die onze lidmaatschapsbon nog niet hebben ingevuld. Des te vreemder eigenlijk dat we toch vaak ambivalent met die dierenliefde omgaan. We kopen de dierenwinkel leeg voor Fifi, maar gaan stilzwijgend akkoord dat er dagelijks de meest akelige dingen moedwillig met dieren worden uitgehaald, waardoor ze in hun welzijn ernstig worden geschaad, vaak zelfs met de dood tot gevolg…


Alleen al in de vee-industrie worden jaarlijks miljoenen dieren gedood of gemutileerd voor het veehouderijsysteem. Dit is toch een vorm van vernielzucht! Nu valt dat nog enigszins te billijken vanuit de gedachte dat er toch gegeten moet worden. Dat dat te nuanceren valt, zal ik in één van mijn volgende columns nader aan de orde stellen. Kijken we naar onze omgang met dieren in het wild, dan lijken we al helemaal grootaandeelhouder van een destructiebedrijf te zijn. Zorgen dieren al of niet vermeend voor overlast of schade, dan is de kogel of het gif al snel gevonden. Met graagte werken we ze de vernieling is. Het kan natuurlijk anders, maar op één of andere manier accepteren we met z’n allen nog steeds de jacht op, of verdelging van, dieren.

Tot voor kort gingen we ook met onze gezelschapsdieren op een vernielzuchtige manier om. Gecoupeerde hondenoren en -staarten kwamen regelmatig in het straatbeeld voor. Gelukkig is dat verleden tijd. Wat helaas nog niet tot het verleden behoort, is het gebruik van dieren als levende reageerbuizen in laboratoria. Waarschijnlijk onnodig om jou als lezer uit te leggen dat daar ook regelmatig sprake is van ‘breuk’.

Moraal van dit verhaal: we hebben met z’n allen nog een lange weg te gaan. Bewustwording van de omgang van de mens met dieren is een eerste noodzakelijke stap. De selectiviteit moet er wat mij betreft zo snel mogelijk uit. Ga met alle dieren om, zoals je met je eigen huisdier omgaat. Liefdevol en rekening houdend met zijn of haar welzijn. Ruil de vernielzucht in voor compassie, en het zal zich zeker uitbetalen. De dieren zullen je er dankbaar voor zijn!