Volgende keer een bakkie

Eduard Opperman is als districtsinspecteur voor de Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming (LID) werkzaam in de provincie Zeeland en de regio West-Brabant. Hij treedt hier dagelijks op tegen dierenmishandeling en de verwaarlozing van dieren.
De inspecteurs

Door: De inspecteurs Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming

Volgende keer een bakkie

Als inspecteur ben ik er voor dieren, maar de mensen erachter zijn minstens zo belangrijk. Zitten zij lekker in hun vel, dan gaat het in negen van de tien gevallen ook goed met het dier. Moedwillige verwaarlozing en mishandeling komt trouwens weinig voor. Veel vaker wordt dierenleed veroorzaakt door onkunde en onwetendheid. Om die reden vind ik de invoering van het bestuursrecht ook zo’n winst. Hiermee kunnen we aanzetten tot beter gedrag. Zo verwachten we bijvoorbeeld dat mensen binnen een gestelde datum de hokken van hun dieren schoonmaken of een dierenarts laten komen als dat nodig is.

Veel te lange hoeven

We gaan altijd voor een goede afloop, maar het komt ook voor dat we een dier moeten laten inslapen omdat het veel pijn lijdt en er geen hoop meer is op verbetering. Sommige eigenaren worden boos als ik ze dat vertel. Maar als ik dan een paar weken later nog eens bij ze langsga, zeggen ze vaak blij te zijn dat ik de beslissing voor ze heb genomen. Zoals laatst, bij een paard met veel te lange hoeven. Volgens de eigenaren was er niets aan de hand: hij at toch goed? Wat ze niet zagen was.dat het arme dier verging van de pijn. Omdat hij niet meer kon worden vervoerd, liet de dierenarts een röntgenapparaat komen. De foto’s maakten duidelijk dat het hoefbeen was gekanteld. Dat is heel pijnlijk en onomkeerbaar bovendien. Maar zelfs bij het zien van de foto’s wilden ze er niet aan. Toen heb ik de knoop doorgehakt, het kon niet anders.

Het gekke was dat ze erin berustten op het moment dat de beslissing was genomen. Ik had deze mensen toen een boete kunnen geven wegens verwaarlozing of mishandeling, maar wat was ik daarmee opgeschoten? Ze hielden zo veel van hun dier dat ze geen afscheid konden nemen. Ik vond dat ze al genoeg waren gestraft.

Volgende keer een bakkie

Dit werk is zeker niet altijd makkelijk. Maar ik ben een Hagenees en sta er heel nuchter in. Ik ben elke dag met mijn hobby bezig, en krijg er nog voor betaald ook; zo voel ik dat echt. En ja, natuurlijk ben ik wel eens bang geweest. Toen een man met een tractor op me af kwam rijden bijvoorbeeld, of die keer dat een boom van een kerel me van zijn erf wilde slaan. Wat dat betreft is het fijn als je met z’n tweeën bent – sta je toch net wat sterker.

"De voordeur zwaaide open. Woedend kwam de man naar buiten gestormd met een bezemsteel."
Zo was ik laatst met een collega bij de woning van twee broers waar een aantal verwaarloosde katten zou zitten. Nadat we een halfuur hadden staan bellen en kloppen, zwaaide de voordeur open en kwam een van de twee woedend naar buiten gestormd met een bezemsteel. Mijn collega en ik maakten ons uit de voeten, waarna hij zwaaiend met die bezemsteel achter ons aan kwam. De buren hebben zich vast kostelijk vermaakt. Uiteindelijk wisten we hem te kalmeren en mochten we naar zijn katten kijken, die er prima uit bleken te zien. Bij het afscheid gaf ik hem een hand: ‘Volgende keer doen we een bakkie’. ‘Das goed man,’ antwoordde hij. Dat vind ik het mooie van dit werk. Als mensen boos worden, zeg ik altijd: ‘Dat geeft niet, als ik maar wel met een hand wegga, want anders wordt het een hele lange dag’. En in de meeste gevallen lukt dat nog ook.