Vooral veehouderij en wolf leiden tot discussie tijdens DierenDebat
Dierenwelzijn is een gemene deler onder politieke partijen aan álle kanten van het politieke spectrum. Dat blijkt uit het DierenDebat, dat vrijdag plaatsvond in Nieuwspoort. Ondanks dat bij onderwerpen als de wolf en een dierwaardige veehouderij de opinies behoorlijk verschilden, bleken partijen elkaar op dit vlak ook opvallend vaak te kunnen vinden.
Door: Marlijn de Jager-GerhardtOnline redacteur

In de verkiezingsprogramma’s is ‘dierenwelzijn’ een onderbelicht thema. Om die reden organiseerden de Dierenbescherming, Dierencoalitie en CenSAS vandaag het DierenDebat waarin zeven politieke partijen met elkaar discussieerden over vier verschillende dierenwelzijnsthema's. Erik Haverkort representeerde de VVD, , Erik Stegink de BoerBurgerBeweging (BBB), Tjeerd de Groot de D66, Frank Wassenberg de Partij voor de Dieren (PvdD), Laura Bromet GroenLinks-PvdA (GL-PvdA), Dion Graus de PVV en Femke Zeedijk het Nieuw Sociaal Contract (NSC, de partij van Pieter Omtzigt), dat zich op het laatste moment aanmeldde. Parlementair verslaggever van RTL Nieuws Frits Wester presenteerde het geheel.
De zaal zat vol, de stemming zat er goed in en de deelnemers hadden zich klaargestoomd voor dit volgens Frits Wester ‘bijzondere debat’ (want wanneer komt dierenwelzijn nu zo prominent aan de orde?). Er stonden vier thema’s met bijbehorende vragen in de spotlights. We delen graag per vraag een samenvatting.
1. Hoe gaan we ervoor zorgen dat de maatschappelijke opgaven voor de landbouw en specifiek de veehouderij worden opgelost zonder dat dit ten koste gaat van de dierwaardige veehouderij?
Voor de VVD, PVV en NSC is het zo klaar als een klontje: er moet goed nagedacht worden over het verdienmodel van de boer en daarvoor is de dialoog met de boer ontzettend belangrijk. Alleen waar de VDD vindt dat boeren goed voor hun dieren zorgen, zien NSC en PvdD eerder problemen. “Varkenszeugen hebben ruimte nodig om een nest te bouwen en kalvertransporten moeten anders”, aldus NSC. Volgens PvdD en D66 moet het roer echt om. D66 vindt dat men zich aan de wet moet houden en PvdD vindt dat de veestapel omlaag moet, omdat dieren zich anders niet als dier kunnen gedragen. Dieren moeten zich niet aanpassen aan de veehouderij, de veehouderij moet zich aanpassen aan de dieren. "Er zijn genoeg boeren die het heel goed doen, dus het kan!" bevestigt Laura Bromet.
BBB omarmde deze stelling überhaupt niet. Nederlandse boeren zijn volgens de partij de beste landbouwers van de wereld en daar moeten we trots op zijn. Wel heeft BBB oren naar een dierwaardig convenant als dit dus gepaard gaat met een eerlijk verdienmodel. Boeren moeten daarnaast goed kunnen investeren in hun boerderij en dat lukt niet met een lage veestapel. "Liever één grote boerderij met 140 dieren dan 10 kleine met 14 dieren", aldus BBB.
En áls de consument dan een eerlijke prijs betaalt, moet het niet zo zijn dat producten dan maar uit het buitenland gehaald worden.
Kweekvlees
Als oplossing voor dierwaardige en duurzame veehouderij wordt ook kweekvlees genoemd. Daar wordt verschillend op gereageerd. D66 is een groot voorstander van deze innovatieve oplossing; wat Tjeerd de Groot betreft mag kweekvlees zo snel mogelijk op de Nederlandse markt verschijnen. Groenlinks-PvdA is naast kweekvlees, vooral geïnteresseerd in de nieuwste ontwikkelingen rondom fermentatie. NSC zegt voorstander te zijn van innovatie in het algemeen en BBB moet niets hebben van het fenomeen kweekvlees. Het zou gaan om een chemisch proces dat het milieu nog meer zou belasten. Volgens de partij is het iets waar vooral miljonairs graag in investeren en Stegink twijfelt aan het bijbehorende verdienmodel.
