Vreemde opvattingen over dierenwelzijn

Boeren en bedrijven moeten vooral niet te hard van stapel lopen met het verbeteren van dierenwelzijn en het milieu. Dat zegt Aalt Dijkhuizen, bekend voorstander van de vee-industrie. Hij is sinds kort voorzitter van de 'Alliantie Verduurzaming Voedsel'. Ik sta perplex…
Dierenbescherming

Door: Dierenbescherming Directie

Vreemde opvattingen over dierenwelzijn

Ik heb het in mijn blog vaker gehad over de vreemde opvattingen van Dijkhuizen. Toen hij twee jaar geleden nog bestuursvoorzitter was van de Landbouwuniversiteit Wageningen (WUR), hield hij zijn studenten voor dat de veeteelt nog veel intensiever moest. Anders zou de wereldbevolking straks immers honger lijden. Ik ben van mening dat Nederland met een internationaal gerenommeerd instituut als de WUR juist zou moeten gaan voor innovatie, voor duurzaamheid, met een visie op dierenwelzijn en milieu.

Magastallen geen probleem?

Maar nee hoor, Dijkhuizen niet. Deze man gaat ook na zijn pensioen onverdroten voort met zijn promotiecampagne voor de Nederlandse vee-industrie. Megastallen? Geen probleem voor Dijkhuizen. “Ik ben een keer in een stal met 40.000 koeien geweest in Saudi-Arabië, waar de koeien als koningen leefden," zei hij in een interview. Dergelijke uitspraken zijn tekenend voor mensen die niet meer buiten hun eigen 'frame' kunnen denken. Eigenlijk heb ik met ze te doen; ze kunnen niet anders dan doorgaan op de ingeslagen, heilloze weg. En dat, terwijl de oplossing zo simpel, en ook onontkoombaar is: we moeten minder, en tegelijkertijd ook diervriendelijker geproduceerd vlees gaan eten. Het wereldvoedselprobleem is namelijk een verdelingsvraagstuk en heeft helemaal niets te maken met een wereldwijd tekort aan dierlijke eiwitten!

En toch las ik dus deze week in een stuk van de Persdienst dat de nieuwe voorman van de Alliantie Verduurzaming Voedsel vindt dat het slecht is voor Nederlands concurrentiepositie als vlees wordt geproduceerd volgens de eisen van onder meer de Dierenbescherming. "Kijk maar wat er is gebeurd in de eiersector. Het water staat boeren aan de lippen. Zij kunnen niet concurreren met producenten buiten de EU, waar eieren goedkoper worden geproduceerd in legbatterijen. In het supermarktschap kun je je nog wel onderscheiden met vrije uitloopeieren, maar 60 procent van alle eieren wordt verwerkt in producten. Daar telt alleen de laagste prijs. Te snel vooruitlopen is in de wereldwijde voedselmarkt gevaarlijk. Daarmee breek je je eigen industrie af."

Politici ook geërgerd

Weer zo'n denkfout. Nederland moet produceren voor een markt die kwaliteit wil. Niet voor de markt die alleen naar kwantiteit en lage prijzen kijkt. Daar hebben we de concurrentieslag al verloren. Het kwalijke is dat de Alliantie namens wie Dijkhuizen spreekt in principe een gesprekspartner is voor de overheid. In dit orgaan zijn namelijk onder meer de boeren, voedselproducenten en de supermarkten vertegenwoordigd. Staatssecretaris Dijksma van Economische Zaken ziet de Alliantie als belangrijk initiatief om de voedselproductie duurzamer te maken. Dat gaat op deze manier natuurlijk nooit lukken. Gelukkig hebben politici (PvdA en CU) zich ook al geërgerd aan de uitspraken van Dijkhuizen en de staatssecretaris om opheldering gevraagd.

Mensen die het woord 'duurzaamheid' in de mond nemen, maar het dan niet willen hebben over dierenwelzijn, slaan de plank volledig mis. Bovendien is de opmars van diervriendelijker geproduceerde producten niet meer te stoppen. Deze week stuurde Dijksma de vierde editie van de Monitor Duurzaam Voedsel naar de Tweede Kamer. En wat blijkt? Consumenten kiezen vaker voor dier- en milieuvriendelijk geproduceerd voedsel. In het afgelopen jaar gaven zij hier 257 miljoen euro meer aan uit ten opzichte van 2012: een stijging van 10,8 procent naar in totaal circa 2,5 miljard euro omzet. De uitgave aan voedsel zónder duurzaamheidskeurmerk laat met een daling van 1,1 procent een tegenovergesteld beeld zien. Dijksma schrijft letterlijk: "De cijfers bevestigen dat de vraag van mensen naar dier- en milieuvriendelijke producten stevig doorzet. We zijn er nog niet, maar het informeren van consumenten over duurzaam produceren werpt vruchten af. Mensen kiezen steeds bewuster wat zij op hun boodschappenlijstje zetten. Door deze positieve ontwikkeling is duurzaam voedsel met afstand de belangrijkste groeimarkt voor onze voedingssector." Met afstand de belangrijkste groeimarkt, u leest het goed!

Steeds vaker Beter Leven

De Dierenbescherming gaat door met het promoten van diervriendelijker geproduceerd vlees als alternatief voor het vlees uit de vee-industrie. Dat is onze rol en dat doen we hartstikke goed. Uit diezelfde Monitor Duurzaam Voedsel blijkt namelijk dat we blijven stijgen. De consument kiest steeds vaker voor vlees met het Beter Leven keurmerk van de Dierenbescherming; de omzet van producten met Beter Leven keurmerk steeg in 2013 met 13,4 procent! Hierdoor hebben wij inmiddels zo'n 30 miljoen dieren een aantoonbaar beter leven kunnen geven. Daar doen wij het voor, ondanks de niet aflatende oppositie van een enkele Don Quichot.

Frank Dales,
Algemeen directeur