Waardeloze veldmuizen

Muizen… Bij de een roept het gruwels op, terwijl de ander deze diertjes als huisdieren heeft. Een ding is zeker: wat deze dieren ook voor gevoelens oproepen bij mensen, deze diertjes voelen zich zeker niet fijn als wij ze verdrinken. Onderzoekers gebruiken muizen in onderzoek. Ook in onderzoek naar pijn, stress en lijden in dieren. Daaruit kan maar een conclusie getrokken worden. Muizen zijn slim, kunnen goed leren en weten ook dondersgoed hoe zijn pijn kunnen vermijden. Als ze tenminste in de gelegenheid worden gesteld om pijn en lijden te vermijden. Dat is zeker niet het geval voor de veldmuizen die door boeren in Friesland worden verdronken, om zo af te komen van de schade die zij veroorzaken.
Femmie Smit

Door: Femmie Smit Programmamanager In het Wild Levende Dieren

Waardeloze veldmuizen

Dit is goed te zien in dit filmpje, waar een dierenliefhebber de Dierenbescherming op wees. Duidelijk is te zien hoe de muizen rennen voor hun leven. Tevergeefs. Stuiptrekkend komen ze in het water aan hun einde. En wat is de reactie van de filmer? Die ligt in een deuk….

Nou snap ik heel goed dat boeren het waardeloos vinden dat veldmuizen hun land verruïneren. Wat ik alleen niet snap, is dat mensen dieren waardeloos en respectloos benaderen. Als je last hebt van dieren in je bedrijfsvoering, lijkt het mij niet meer dan normaal om eerst eens te kijken of je dit op kan lossen zonder dat je daarbij dieren hoeft te doden. Als blijkt dat maatregelen die je neemt niet werken, en je alsnog over gaat tot het doden van dieren, dan lijkt het mij dat je dat toch echt met een rot gevoel in je onderbuik uitvoert. Zeker als dan het enige middel dat je in kan zetten, verdrinken van dieren, veel leed oplevert. Een middel waarvan het nog maar de vraag is of het wettelijk is toegestaan, en waarover de Dierenbescherming al jarenlang in discussie is met overheden. Zo eisen wij in de nieuwe wetgeving rondom natuur, waaraan de overheid nu werkt, dat daarin het middel verdrinking om dieren te doden, niet toegestaan wordt.

Oplossingen voor veldmuizenplaag

Als programmamanager ‘In het wild levende dieren’ kom ik elke dag situaties tegen waar mensen last ondervinden van dieren. Vaak zie ik dat men de oplossing zoekt in het doden van dieren. Als dit wettelijk mogelijk is natuurlijk. Als Dierenbeschermer heb ik daar uiteraard moeite mee. En het zure van dit geval is dat dit doden helemaal niet noodzakelijk was geweest als de boeren in die regio lering hadden getrokken uit een eerdere plaagsituatie in 2004. Toen al gaf Alterra van Wageningen Universiteit en Research aanbevelingen hoe veldmuisoverlast in de toekomst te voorkomen.


Uit het Alterra rapport blijkt namelijk dat er een aantal maatregelen te nemen is die overlast kunnen voorkomen. Daarbij is voorkomen beter dan achteraf bestrijden. Bij preventie moet met name gedacht worden aan het aanbrengen van barrières voor veldmuizen, zoals ploegvoren, kale stroken grond en het ingraven van schermen. Daarnaast blijkt dat veldmuisdichtheden niet zo dramatisch hoog worden als de grondwaterstand, de veedichtheid, de vegetatie (gras) hoog is, de grasmat dicht is, het graslandbeheer intensief is en er sprake is van kleinschalig landschap. Dat laatste vergroot waarschijnlijk ook de aanwezigheid van predatoren zoals uilen, waardoor de dichtheid aan veldmuizen net even minder hoog piekt, dan zonder deze landschapselementen.

Voor nu: verlies nemen en schade vergoeden

Allereerst is het goed je te beseffen dat een grote uitschieter in het aantal veldmuizen - zoals nu in delen van Friesland optreedt - weinig voor komt. Het fluctueren van de veldmuizenstand is een normale cyclus waarbij eens in de 3 tot 10 jaar een piek optreedt. In Nederland is dat meestal 3 jaar. In de piekjaren is het niet zo dat er dan altijd sprake is van een onhoudbare situatie voor de agrariër. In een warme winter zoals nu, ligt dat anders. Op dit moment heeft een agrariër in Friesland met een veldmuizenplaat op zijn land weinig aan de hiervoor gegeven preventieve adviezen. Maar dat is geen vrijbrief om de muizen dan maar een gruwelijke verdrinkingsdood te geven. Voor nu rest de getroffen agrariërs weinig anders dan dit natuurverschijnsel op zijn beloop te laten. Omdat het hier om een zeldzaam natuurverschijnsel gaat dat voor de getroffenen de vorm van een ramp aanneemt, moet de overheid de schade maar vergoeden. Hetzij via het Rampenfonds, hetzij via het Faunafonds. Maar dan wel onder voorwaarde dat de gedupeerde boer met een plan komt om preventieve maatregelen te treffen om in de komende jaren problemen te voorkomen.