Warmtestress bij dieren: wanneer de zomer voor hen te warm wordt

De afgelopen tijd is er veel aandacht geweest voor hittestress bij dieren in de veehouderij. Dat is niet zo vreemd: ook voor ons als mensen waren de temperaturen opvallend hoog. Echter hebben landbouwdieren het veel eerder te warm dan wij, waardoor er eigenlijk boven de 18 °C al meer aandacht moet zijn voor hun welzijn.

Door: Anna SchaafsmaDierinhoudelijk Expert

Warmtestress bij dieren: wanneer de zomer voor hen te warm wordt

Bij mensen wordt de zogenoemde thermoneutrale zone – de omgevingstemperaturen waarbij ons lichaam geen extra moeite hoeft te doen om warm te blijven of af te koelen – geschat tussen de 28 en 32 °C. Wordt het warmer, dan gaan we bijvoorbeeld extra zweten en meer water drinken. Of we het daadwerkelijk warm hebben, hangt overigens niet alleen af van de temperatuur, maar ook van de luchtvochtigheid, de wind en het verschilt ook nog eens per individu. We vergelijken daarom hieronder gemiddelde temperaturen voor volwassen dieren in Nederlands klimaat.

thermoneutrale zone
De thermoneutrale zone. Klik voor groot beeld.

Voor veel dieren in de veehouderij ligt de bovengrens van de thermoneutrale zone veel lager. Volwassen koeien, varkens en kippen kunnen bij een omgevingstemperatuur boven de 18 °C last krijgen van de warmte. Hun lichaam moet dan aan het werk om de lichaamstemperatuur op peil te houden. Dat kost energie die anders gebruikt wordt voor groei, gezondheid of de productie van melk en eieren. Bovendien veroorzaakt warmte lichamelijke stress, die in ernstige gevallen zelfs levensbedreigend kan zijn. We spreken daarom van hittestress of eigenlijk hebben deze dieren dus al last van ‘warmte’-stress.

Koeien zoeken schaduw en drinken veel water

Voor runderen geldt een thermoneutrale zone van -5 tot 18 °C. Bij een temperatuur van 20 °C en een luchtvochtigheid van 60 tot 80% heeft een koe al last van de warmte. In de natuur weten runderen goed hoe ze verkoeling kunnen zoeken. Ze drinken tot wel 50% meer water, zoeken de schaduw op en gaan op plekken met wind staan. Ook eten ze minder, omdat de vertering van voedsel extra lichaamswarmte oplevert.

Kippen baden in het zand

Kippen kunnen hun lichaamstemperatuur constant houden bij temperaturen tussen 18 en 24 °C. Kippen kunnen niet zweten en raken hun warmte daarom vooral kwijt door te hijgen met hun snavel open. Daarnaast drinken ze meer, spreiden ze hun vleugels, houden ze onderling meer afstand en zoeken ze de wind op. Verder gaan ze graag stofbaden. Het woelen in koel, droog zand helpt hun lichaam af te koelen.

Varkens gebruiken modder

Varkens gebruiken modder om koel te blijven
Varkens gebruiken modder om koel te blijven.

Varkens voelen zich het meest comfortabel bij ongeveer 15 en 21 °C. Boven die temperatuur moeten ze hun best doen om af te koelen. Varkens kunnen namelijk niet zweten, maar ook niet hijgen. Ze zoeken daarom verkoeling op andere manieren: zo gaan ze op een koele ondergrond liggen, drinken meer water, verplaatsen zich naar de wind en gaan minder dicht tegen elkaar aan liggen. Het liefst gaan varkens natuurlijk modderbaden. De modder helpt niet alleen om af te koelen, maar vormt na het opdrogen ook een natuurlijke bescherming tegen de zon, want ook dieren kunnen last krijgen van verbranding door de zon!

Zorgen voor minder warmtestress

Door klimaatverandering krijgen we waarschijnlijk steeds vaker te maken met warme periodes. Dat betekent dat we niet alleen op uitzonderlijk hete dagen aandacht moeten hebben voor het welzijn van dieren, maar ook op dagen waarop de temperatuur boven de 18 °C uitkomt. Op de website van Royal GD (de Gezondheidsdienst voor Dieren) staat een hittestress voorspeller voor vee, die per diersoort (ook voor schapen en geiten) en locatie laat zien hoeveel last het dier van de warmte zal hebben. Als er een warme periode aankomt, is het belangrijk om te kijken welke verkoelende maatregelen er getroffen kunnen worden. Dit geldt voor dieren in de stal, de wei, maar ook tijdens transport van dieren en in slachthuizen.

Voorafgaand aan een warmere periode moet er worden nagedacht over een lagere bezettingsgraad, minder dieren in een hok, wat kan helpen om warmtestress te beperken. Tijdens een warme periode is het belangrijk dat dieren voldoende schuilmogelijkheden hebben. In de weide kan natuurlijke schaduw worden gecreëerd door bomen en struiken te planten. In de stal is goede zonnewering en ventilatie belangrijk. Ook moeten er voor de dieren verkoelingsmogelijkheden zijn, zoals verneveling, koele ligplekken, stofbaden of modderbaden. Daarnaast is het belangrijk dat de dieren genoeg water kunnen drinken en kan ervoor gekozen worden om het voerschema aan te passen door kleinere porties te geven op de koelere momenten van de dag.

Eigenlijk kunnen we veel leren van de dieren zelf. Door de stal en weide zo in te richten dat ze hun natuurlijk gedrag kunnen vertonen, kunnen ze ook zelf verkoeling opzoeken en is het dier leidend in hoe het om wil gaan met de warmte. Dat het de komende jaren heter wordt, weten we allemaal. Maar ook tijdens ‘normale’ zomers vanaf 18 °C moeten we aan dierenwelzijn blijven denken.

Dierengeluiden

Iedere donderdag een opiniestuk van de Dierenbescherming over dieren in het nieuws, actuele dierenwelzijnsproblemen of onze overwegingen.

Meer afleveringen