Jonge vogeltjes: wat kun je doen?

Ieder voorjaar worden de meldkamers van onze dierenambulances overspoeld door telefoontjes over gevonden jonge vogeltjes. In de meeste gevallen hoeft de dierenambulance daar niet voor te komen. Het is volstrekt normaal dat jonge vogels op de grond terecht komen. Als ze groot genoeg zijn, moeten ze leren leven in de natuur. Dat lukt niet vanuit het nest. De oudervogels begeleiden hun kroost vanaf de grond waar ze leren lopen, springen, vliegen en eten zoeken. 



Er zijn natuurlijk ook gevallen waarbij vogeltjes te jong uit het nest vallen en niet meer worden verzorgd door hun ouders of waarbij vogeltjes gewond raken of wees worden. Dan is het een ander verhaal en hebben ze hulp nodig. Ieder jaar weer zorgt het voorjaar voor veel verwarring: wanneer bel je nu wel de dierenambulance of vogelopvang? En wanneer niet? 


Wanneer bel je de vogelopvang of dierenambulance niet?

  • De vogel heeft al veren
  • De vogel kan zich voortbewegen (springend, hippend, lopend, half vliegend)
  • De vogel ziet er goed gevoed uit
  • De ouders van de vogels zitten in de buurt 
  • De vogel bevindt zich op een 'veilige' plek (geen drukke weg, geen roofdieren op de loer)
Het kan zijn dat je de ouders van de vogel niet direct spot. Ze zijn bang voor mensen en zullen vluchten als jij eraan komt. Je kunt het vogeltje van een afstandje observeren en dan zie je vanzelf of de ouders weer op komen dagen. 


Wanneer bel je de vogelopvang of dierenambulance wel?

  • De vogel heeft nog geen veren
  • De vogel heeft z'n ogen nog dicht
  • De vogel is zichtbaar gewond (slepend pootje, hangende vleugel, bloed)
  • De vogel is zeer slapjes
  • De vogel kan zich niet verplaatsen 
  • Je hebt echt een tijdje zitten observeren en je weet zeker dat er geen ouders in de buurt zijn



Twijfel je? Je kunt altijd even bellen met de vogelopvang of dierenambulance om te bespreken wat het vogeltje wel of niet nodig heeft. Zit er een vogelopvangcentrum bij jou in de buurt? Je helpt ons enorm als je hier zelf contact mee opneemt en eventueel het vogeltje zelf brengt (vraag altijd even van tevoren hoe je dit het beste kunt doen, in een doosje bijvoorbeeld). Onze dierenambulances draaien in het voorjaar overuren! Heb je geen idee waar die vogelopvang zit of heb je bijvoorbeeld geen auto? Bel onze dierenambulance via 144, het landelijk meldnummer voor dieren in nood. Je wordt vanzelf doorgeschakeld naar de juiste dierenambulance. 


Voorkom stress bij vogels

Wat belangrijk is om te weten is dat zowel jonge vogels als oudervogels veel stress ervaren als er een mens in de buurt is. Die stress kan zelfs schadelijk zijn voor kuikens en vermindert de kans op overleving. Grijp dus pas in als het écht nodig is

Ingrijpen zonder vogelopvang of dierenambulance

In sommige gevallen hoef je de vogelopvang of dierenambulance niet te bellen, maar kun je wel snel ingrijpen:
  • Is het vogeltje duidelijk nog een nestvogel? (kaal, gesloten ogen etc.) En zie je het nest zitten? Plaats hem dan gauw terug. 
  • Ligt er een kat of ander roofdier op de loer? Is het jouw kat? Laat hem dan een paar dagen binnen. Is het andermans kat, jaag hem weg of zet het vogeltje op een veilige plek: onder een struik, op een schutting, in een hanging basket. Verplaats de vogel wel in de buurt, zodat de ouders hem nog kunnen vinden. 
  • Zit het vogeltje pal naast een drukke verkeersweg of midden op het fietspad? Verplaats het vogeltje wat verder de berm in. 


Neem vogels niet zomaar mee naar huis

Let op: neem vogels niet zomaar mee naar huis. Wettelijk mag je geen wilde vogels mee naar huis nemen. Als je de dierenambulance hebt gebeld en deze het vogeltje bij jou thuis komt ophalen omdat dit handiger is, dan kun je het vogeltje natuurlijk wel even meenemen (in een doosje bijvoorbeeld). Het zelf verzorgen van een wilde vogel mag in elk geval niet.