Meeuwen

Denk je aan de zee? Dan denk je waarschijnlijk ook aan meeuwen die boven de golven buitelen en die zich krijsend op een lekkernij storten in het zand. Wist je dat meeuwen symbool staan voor vrijheid, hoop en zorgeloosheid? Door uitbreiding van de kuststeden en -dorpen en veranderingen in het duingebied komen mensen en meeuwen steeds vaker met elkaar in contact. Sommige mensen ervaren daardoor overlast. Hoe kun je nu het beste met meeuwen omgaan? Dat vertellen we graag op deze infopagina.

Zilvermeeuw aan zee, dichtbij de stad.

Leven in stedelijk gebied

De afgelopen twintig jaar hebben meeuwen hun gedrag steeds meer aangepast op een leven in stedelijk gebied. Meeuwen zoeken broedplekken op daken van huizen of andere gebouwen. Daar zitten ze veilig en kunnen ze onbezorgd hun eieren uitbroeden. Voorheen zag je ook grote groepen meeuwen op open vuilnisbelten buiten de stad. Inmiddels bestaan dergelijke vuilnisbelten niet meer en vinden meeuwen volop voedsel in de stad. Mensen gooien nog altijd (of dit nu bewust of onbewust is) etensresten op straat. In sommige wijken staan nog geen gesloten (ondergrondse) containers, waardoor meeuwen gemakkelijk hun maaltje bijeen sprokkelen door vuilniszakken open te scheuren. 

Overlast van meeuwen?

Mensen kunnen de volgende overlast ervaren van meeuwen:

  • Vervuiling van de omgeving door uitwerpselen en braakballen.
  • Verspreiden van vuil door opentrekken van vuilniszakken in binnensteden.
  • Agressief gedrag richting mensen tijdens het broedseizoen.
  • Geluidsoverlast.
  • Mogelijk gevaar voor de volksgezondheid.
  • Schade aan gebouwen door uitwerpselen en nestafval.

Zilvermeeuw maakt herrie.

Beschermde diersoort

Alle meeuwensoorten zijn beschermd door de Wet natuurbescherming. Dit betekent dat het verboden is om meeuwen opzettelijk te verontrusten, vangen of doden, de nesten te verwijderen en eieren te rapen, uit het nest te halen of te vernielen.

Niet-effectieve maatregelen

Om meeuwen vanwege overlast weg te jagen worden verschillende maatregelen ingezet, die echter niet effectief blijken en die zeker niet diervriendelijk zijn. Denk aan:
  • het inzetten van roofvogels, zoals de valk. De roofvogels worden opzettelijk hongerig gehouden, zodat ze op jacht gaan en terugkeren naar de valkenier. Deze acties worden veelal uitgevoerd op locaties waarbij de roofvogels zich dodelijk kunnen verwonden aan bedradingen en ruiten. Deze methode werkt niet, omdat de meeuwen na enige tijd gewoon weer terugkeren naar dit gebied;
  • afschot van vossen in de duinen om meeuwen weer terug te krijgen in de duinen. Vossen vervullen als roofdieren een onmisbare functie in de duinen. Daarnaast is het niet zeker of meeuwen überhaupt terug zouden keren naar de duinen, omdat ze inmiddels hebben geleerd dat het in de stad goed toeven is;
  • het afschieten van meeuwen in stedelijk gebied. Dit is geen optie, omdat het gebruik van een geweer in de stad zorgt voor een onveilige situatie. Bovendien zijn de plekken die vrijkomen, aantrekkelijk voor nieuwe meeuwen;
  • het eventueel wegvangen (met ontheffing) van meeuwen. Dit zorgt ervoor dat een deel van de populatie verdwijnt, maar ook hier worden de lege plekken overgenomen door meeuwen die zich eerst elders bevonden;
  • het vervangen van eieren door nepeieren. Dit blijkt eveneens niet effectief en is een duurdere methode dan andere preventieve maatregelen.

Wat vindt de Dierenbescherming?

De Dierenbescherming vindt dat meeuwen in Nederland horen, zowel binnen als buiten de stad en in kustgebieden. Voor de bestrijding van overlast door meeuwen is verhogen van de acceptatiegrens door goede voorlichting over meeuwen en preventie dan ook een belangrijke oplossing.

'Oplossingen' volgens de Dierenbescherming

Vaak kan de overlastervaring die burgers melden bij gemeenten al verminderen, als zij meer weten over meeuwen en hun gedrag. Niet alle meeuwen zijn het hele jaar aanwezig in de gemeente en de meeste overlast vindt plaats op het moment dat ze jongen hebben. Dit wetende, accepteren burgers vaak de tijdelijke overlast, en zijn zij meer bereid om de stad of het dorp te delen met meeuwen. Bovendien kan het meeuwengedrag 'bijgestuurd' worden, door aanpassingen in de omgeving toe te passen.
Als gemeenten via goede voorlichtingsmaterialen de mensen informeren over gedragskenmerken van meeuwen, de mogelijkheden om dit gedrag bij te sturen en daarnaast ook zelf maatregelen nemen in de openbare ruimte, neemt het probleem rondom meeuwen af. De volgende voorbeelden kunnen toegepast worden om een locatie minder aantrekkelijk te maken voor meeuwen:
  • het professioneel laten plaatsen van anti-nestelprikkers (vogelpennen), zodat de meeuwen geen nesten meer kunnen bouwen of kunnen uitrusten;
  • het plaatsen laten plaatsen van net- of draadwering. Dit zorgt ervoor dat meeuwen niet meer kunnen landen op daken en dus ook geen nesten meer kunnen bouwen;
  • de straten schoon te houden, zodat er geen voedselresten achterblijven. Een voerverbod op bepaalde plekken zou hier aan mee kunnen werken;
  • gebruik te maken van ondergrondse containers, rolcontainers of betere vuilniszakken. Hierdoor kunnen meeuwen geen voedsel meer vinden en wordt het gebied onaantrekkelijk.

 Steeds meer meeuwen in de stad.

Wat kun jij doen?

  • Jij kunt meeuwenoverlast voorkomen door de tijd tussen het buiten zetten van je vuilnis en het ophalen ervan zo kort mogelijk te houden.
  • Daarnaast helpt het door afgesloten vuilnisbakken of rolcontainers te gebruiken en zwervend afval te voorkomen.
  • Voer de meeuwen niet.
  • Blijf uit de buurt van meeuwennesten.
  • Bedenk je dat meeuwen, net als jij, recht hebben op een plekje om te leven.
Is er een nest op je dak gemaakt en heb je daar echt veel last van? Verwijder dan na het broedseizoen het nestmateriaal en laat vervolgens door een professional het dak ongeschikt maken voor meeuwen.