Melkveehouderij

Het rund

Het rund is een herkauwer dat in kuddes leeft. Een rund besteedt een groot deel van de dag aan grazen en herkauwen. Dit doen ze zoveel mogelijk tegelijk met kuddegenoten. De koe krijgt rond haar 2e levensjaar voor het eerst een kalfje. Het spenen (het stoppen van melk drinken) vindt in de natuur plaats als de kalveren 6 tot 10 maanden oud zijn. De koe geeft van nature alleen melk in de periode dat ze een kalf heeft. Een rund heeft van nature hoorns om zich te kunnen verdedigen.

Melkveehouderij

In 2017 zorgden in Nederland zo’n 1,7 miljoen koeien voor een totale productie van ongeveer 14 miljard liter melk. In 1950 gaf een koe nog zo’n 4.000 liter melk per jaar. Nu is dat jaarlijks ruim 8.000 liter melk, maar er zijn ook koeien die 10.000 tot 12.000 liter per jaar geven. Gemiddeld krijgt een koe in Nederland 4 kalfjes gedurende haar leven. Veel melkkoeien worden al op relatief jonge leeftijd van 6 à 7 jaar geslacht, terwijl een koe wel 20 jaar oud kan worden.

Welzijnsproblemen

Een melkkoe moet grote hoeveelheden melk produceren en is vaak tegelijkertijd drachtig van haar volgende kalf. Daarnaast moet ze haar lichaamsconditie op peil houden. Dit vergt allemaal veel van een koe en kan resulteren in diverse welzijnsproblemen.

Pootproblemen

De grootste gezondheidsproblemen in de melkveehouderij zijn klauw- en pootproblemen. Zo’n 80% van de koeien kampt hiermee, variërend van een lichte klauwontsteking tot ernstige kreupelheid, wat tot veel ongerief en pijn kan leiden. Dit kan diverse oorzaken hebben, zoals verkeerde voeding en huisvesting op een gladde, natte betonnen vloer.

Mastitis

Bacteriële infecties veroorzaken ontstekingen aan de uier (mastitis). Gemiddeld heeft 28% van de koeien hier last van. Mastitis is zeer pijnlijk. Een goede melktechniek, schoon en hygiënisch werken en weidegang (waar de infectiedruk meestal lager is), werkt preventief en genezend.

Productiegerelateerde ziekten

Als koeien de druk van het melk geven en het drachtig zijn niet aankunnen, treden er productiegerelateerde ziekten op. Deze aandoeningen kunnen worden behandeld, maar veehouders moeten het vooral voorkomen. Dit kan door goede voeding en door de productiedruk te verlagen.

Onvruchtbaarheid

Van veel melkveekuddes wordt jaarlijks ongeveer 30% van de dieren afgevoerd om te slachten. Het gaat hier vaak om koeien die onvruchtbaar zijn geworden. Een koe moet elk jaar een kalf krijgen om melk te blijven produceren.

Hormoongebruik

Hormoonpreparaten worden veterinair (als geneesmiddel) en zoötechnisch (voor productiedoeleinden) ingezet. Tegen inzet van hormonen als geneesmiddel heeft de Dierenbescherming natuurlijk geen bezwaar, maar we zijn wel tegen inzet voor het verbeteren van vruchtbaarheid (en dus productieverhoging) en planningsgemak.

Huisvesting tijdens de winterperiode

In de winter staan koeien binnen. De koeien zijn in de loop der jaren groter geworden, maar het huisvestingssysteem is niet meegegroeid. Vloeren en ligplaatsen zijn vaak glad en hard. Gevolg is dat koeien moeizaam lopen, liggen en staan en last krijgen van klauw- en pootproblemen en van druk- en doorligplekken.

Koe in een ligbox.

Weghalen van het kalf bij de koe

In de melkveehouderij halen de meeste veehouders het kalf direct na de geboorte bij de moeder weg. Dit abrupte scheiden doen ze omdat ze bang zijn dat de koe ziektekiemen aan het kalf overdraagt en omdat ze de koe willen melken, want melk is hun bron van inkomsten. Dit vindt de Dierenbescherming een ernstige welzijnsinbreuk. Het kalf zou minstens 3 maanden bij de moeder moeten blijven, waarbij het zogen geleidelijk vermindert door verstrekking van voer en water. Als de moeder in die periode tijdelijke van het kalf gescheiden wordt, moet er wél oogcontact mogelijk zijn.

Opfokken van kalveren

Ongeveer 1 op de 20 kalveren sterft kort na de geboorte en ruim 7% van de levend geboren kalveren sterft voor een leeftijd van 3 maanden. Diarree is een belangrijke oorzaak. Ook komen onder kalveren van 8 tot 20 weken oud veel luchtweginfecties voor. Goede verzorging is dan ook essentieel voor het succesvol opfokken van kalveren en het voorkomen en verminderen van problemen.

Onthoornen

De meeste runderrassen worden geboren met hoornstompjes die uit kunnen groeien tot hoorns. In de wei geeft dat zelden problemen, maar in de stal is het meestal te krap voor de koeien om elkaar te ontwijken en kunnen de hoorns verwondingen veroorzaken. De meeste kalveren worden daarom onthoornd. De Dierenbescherming vindt dat runderen niet onthoornd moeten worden, maar dat ze naast zoveel mogelijk weidegang, meer ruimte in de stal moeten krijgen. Zolang veehouders koeien nog onthoornen, moeten ze goede pijnbestrijding toepassen.

Koudmerken

Koudmerken (ook wel vriesbranden genoemd) is het in een cijferpatroon bevriezen van de huid op een bil van het rund, waardoor er in de beharing een wit cijfer op een donkere ondergrond ontstaat. Het is een pijnlijke ingreep. Sinds 1 juli 2018 is dit verboden, maar er is een uitzondering op het verbod voor bedrijven die koudmerken al toepasten voor deze datum. De Dierenbescherming is tegen koudmerken.

Weidegang

Koeien horen, als hun gezondheid en het weer dat toelaten, in Nederland minimaal van april tot oktober in de wei. Weidegang heeft veel positieve effecten op het welzijn van de koe, zoals minder kreupelheid en uierontsteking. Volgens het CBS bleef zo’n 30% van de koeien in 2017 het hele jaar op stal (t.o.v. 8% in 1979).

Zo zien we het graag: koe in de wei.

Wat doet en wil de Dierenbescherming

Dat melkveebedrijven steeds groter worden, vindt de Dierenbescherming een negatieve ontwikkeling. De zuivelketen zal zich volgens ons (nog meer) moeten richten op het creëren van ‘melk met meerwaarde’, waarbij een goed dierenwelzijn zeer belangrijk is.

De Dierenbescherming houdt zich al jaren bezig met behoud van weidegang. Niet zonder succes:
  • Er lopen tal van projecten, bijvoorbeeld van Stichting Weidegang, om melkveehouders te laten zien dat ze hun koeien ook kunnen laten weiden als het aantal koeien groter wordt en/of het bedrijf een melkrobot installeert.
  • Dagverse zuivelproducten zoals melk en yoghurt in supermarkten zijn nu bijna allemaal afkomstig van koeien met gegarandeerd weidegang. Steeds meer zuivelfabrieken maken dagverse zuivel en kaas afkomstig van koeien die gegarandeerd van april tot oktober minstens 120 dagen per jaar, minimaal 6 uur weidegang krijgen. 

  • Op voorstel van de Dierenbescherming is door wetenschappers een methodiek ontwikkeld om veehouderijsystemen niet alleen te ontwerpen vanuit de economische belangen van de boer, maar ook vanuit de behoeften van het dier. Dit heeft geresulteerd in het rapport Kracht van Koeien.

  • De Dierenbescherming werkt aan een Beter Leven keurmerk voor zuivel. Producten met dit keurmerk zullen in het komende jaar in de schappen komen. Hierbij wordt niet enkel gefocust op weidegang, maar op het volledige welzijn van het dier.  Daarbij wordt gekeken naar zowel voeding, huisvesting, gezondheid en gedrag. 

Wat kun je zelf doen?

Minder consumptie van zuivelproducten leidt tot een kleinere melkveesector. Als je zuivelproducten koopt, let er dan op dat het weidezuivel is, te herkennen aan het Weidezegel. Alle biologische zuivel is afkomstig van koeien die veel weidegang krijgen. Weidegang alleen is echter niet genoeg, omdat de dieren een groot deel van het jaar op stal staan. Daarom komen er zuivelproducten met het Beter Leven keurmerk in de schappen. Kies voor minimaal 1 ster, maar het liefst natuurlijk voor producten met 2 of 3 sterren.