Spreekbeurt - hert

Als je geluk hebt en muisstil bent, kun je ze tegenkomen tijdens een wandeling: herten. In Nederland leven drie verschillende soorten herten: reeën, damherten en edelherten. Reeën zijn de kleinste herten in Nederland en edelherten de grootste.

Een mannetjeshert wordt gewoon een hert genoemd. Alleen bij reeën noem je het mannetje een bok en een vrouwtje een geit. Het vrouwtje heet bij damherten en edelherten een hinde. De jonge hertjes noem je kalfjes, net als bij koeien. Ze worden met witte stippels geboren en drinken melk bij hun moeder.

Jonge hertjes worden kalfjes genoemd.

Ree

Reeën komen bijna in heel Nederland voor. Ze hebben een schofthoogte van 60 tot 69 cm. Dat is ongeveer even hoog als een Duitse herdershond. Ze eten gras, kruiden, jonge loten, bessen, paddenstoelen, bladeren, knoppen en herkauwen het voedsel.

De bronsttijd (paartijd) bij reeën vindt plaats in juli/augustus. Het vrouwtje heeft een draagtijd van 9 tot 10 maanden. Ze krijgt meestal twee kleintjes. Deze worden geboren met een bruine vacht met witte stippels.

Een volwassen mannetje heeft een klein geweitje. Het kan maximaal 25 centimeter groot worden en drie vertakkingen hebben. In de winter hebben reeën een andere kleur vacht. Ze zijn dan grijsbruin, terwijl ze in de zomer gelig of roodbruin zijn. Reeën hebben een zwarte snuit. Hun kleine staartje is bijna niet te zien.

Reeën leven meestal alleen of met hun jong. Jonge dieren leven soms in kleine groepjes en in de winter leven dieren ook dichtbij elkaar.

Een ree kan twintig jaar oud worden.

Damhert

Dit zijn de herten die je vaak in een hertenkamp ziet. In het wild leven ze vooral in de duinen tussen Noordwijk en IJmuiden. De schofthoogte kan tot 110 cm hoog zijn. Een damhert kan tot ongeveer 100 kilo wegen. Mannetjes wegen vaak meer dan vrouwtjes. Damherten kunnen verschillende kleuren hebben. Ze kunnen wit, bruin met witte stippels of zwart met donkerbruin zijn. De mannetjes hebben een gewei. Dit gewei heeft geen duidelijke takken.

Het damhert eet gras, kruiden, jonge bladeren, eikels, granen en wortelen. Ook houdt hij van vruchten zoals bessen en appels. Als er weinig eten te vinden is in de winter eet hij ook boomschors.

De mannetjes en de vrouwtjes leven in aparte groepen. Zo’n groep noem je een roedel. Tijdens de bronstijd (tweede helft van oktober tot begin november) zoeken de mannen hun eigen territorium. Daar brullen ze om de aandacht van vrouwtjes te trekken.

Damherten kunnen wit, bruin met witte stippels of zwart met donkerbruin zijn. 

Edelhert

Edelherten zie je vooral op de Hoge Veluwe en de Oostvaardersplassen. Met een schofthoogte tot 140 centimeter is dit het grootste hert in Nederland. Vooral het mannetje is erg groot, hij kan wel 255 kilo wegen! Zijn gewei kan soms wel groter worden dan 90 centimeter. De vacht van edelherten is roodbruin en in de winter grijsbruin. Het edelhert eet hetzelfde als het damhert en leeft ook in roedels. Als het paartijd is (half september tot begin oktober) gaan de mannetjes apart op zoek naar vrouwtjes. Door te burlen (hard loeien) proberen ze indruk op de vrouwtjes te maken.

Een edelhert kan 25 jaar worden.

Wat doet de Dierenbescherming voor herten?

De Dierenbescherming is tegen de jacht op herten. Jaarlijks worden zo’n 16.000 reeën, 2000 edelherten, en 300 damherten geschoten. Dit gebeurt omdat ze overlast kunnen geven voor het verkeer of gewassen beschadigen. De Dierenbescherming wil meer ruimte voor herten in Nederland. Alleen verzwakte en gewonde dieren zouden gedood mogen worden, zodat ze niet hoeven te lijden. Omdat er dan meer dieren zouden komen dan nu het geval is, is het wel belangrijk om problemen met verkeer en schade aan gewassen te beperken. Dit kan door op bepaalde plekken hekken en wildsignaleringssystemen te plaatsen en dieren te verjagen van stukken land waar ze schade toebrengen. 

De Dierenbescherming is tegen de jacht op herten. 

De Dierenbescherming

Er leven veel dieren in Nederland. Dieren in de natuur, zoals vogels en vissen, maar ook huisdieren. Daarnaast houden we dieren voor hun vlees, eieren of de melk.

Helaas gaat het niet altijd goed met de dieren. De Dierenbescherming is een organisatie die zich inzet voor alle dieren in Nederland die hulp nodig hebben. Hiervoor heeft de Dierenbescherming bijvoorbeeld dierenasielen en rijden onze dierenambulances het hele land rond. En onze inspecteurs houden de gezondheid van dieren goed in de gaten. De Dierenbescherming vraagt ook aan de regering om strengere regels en wetten te maken om de dieren te beschermen, zoals wetten over proefdieren.

Weetjes

  • De geweien van jonge herten noem je spitsers.
  • Kalfjes die net geboren zijn hebben geen geur. Zo worden ze niet zo snel aangevallen.
  • Bij herten groeit ieder jaar een nieuw gewei, aan het einde van de herfst valt het er vanaf.
  • Om een groeiend gewei zit een huid. Hierdoor kan er bloed naar het gewei stromen en zo kan het groter worden.
  • Een edelhert kan goed ruiken. Hij ruikt jou al op 1 kilometer afstand.
  • Vrouwtjes edelherten die de baas zijn in de groep, krijgen meer zonen, terwijl ondergeschikte vrouwtjes vooral dochters krijgen.

Het gewei van een hert groeit elk jaar opnieuw weer aan.

Quiz

Maak een mooie quiz voor op het digibord of schrijf de vragen op het schoolbord. Laat je klasgenoten de antwoorden op een blaadje schrijven met hun naam erboven. Dan kun je bij het nakijken van de antwoorden zien welke klasgenoten goed hebben opgelet bij de spreekbeurt!

Vragen:

1. Waar komen edelherten vooral voor?
2. Hoe noem je een vrouwtjeshert?
3. Welk soort hert zie je vaak in een hertenkamp?
4. Hoe noem je een groep herten?
5. Welke kleur heeft het edelhert in de winter?

Antwoorden:

1. Op de Hoge Veluwe en de Oostvaardersplassen.
2. Bij reeën noem je het een geit, bij dam- en edelherten een hinde.
3. Het damhert.
4. Een groep herten heet een roedel.
5. In de winter is het edelhert grijsbruin van kleur.

Een groep herten noem je een roedel.

Meer informatie

Hier vind je nog veel meer informatie voor je spreekbeurt: