Spreekbeurt - paard

Mensen houden al heel lang paarden. Vroeger werden ze gebruikt als vervoersmiddel en als hulp in de landbouw. Nu worden paarden vooral voor sport en ontspanning gehouden. De oudste voorouders van het paard leefden meer dan 60 miljoen jaar geleden op de vlakten van Noord-Amerika. Dit dier heette de Eohippus en was niet veel groter dan een vos. Een mannetjespaard noem je een hengst en een vrouwtjespaard een merrie. Een babypaard heet een veulen. Je hebt ook kleinere paardenrassen en die noemen we pony’s. Een volwassen pony komt met zijn schoft (schouders) niet boven de 1,47 meter. Een paard is een hoefdier en wordt gemiddeld tussen de 20 en 25 jaar oud. Pony’s leven meestal wat langer dan paarden.

Een mannetjespaard noem je een hengst en een vrouwtjespaard een merrie. 

Paarden in de wei

Paarden moeten veel buiten in de wei kunnen staan om te bewegen en om met andere paarden in contact te komen. Het opsluiten van paarden in boxen is niet goed voor ze. Ze gaan zich dan vervelen. Dit is te zien als ze hun hoofd steeds maar heen en weer bewegen (weven) of steeds tegen de wanden van de box schoppen.
Paarden en pony's kunnen over het algemeen prima tegen kou, daarom zie je in de winter in de wei nog wel eens paarden of pony’s buiten. Wel moet het paard de mogelijkheid hebben om te schuilen, zodat hij zich kan beschermen tegen de hitte of regen.

Gedrag

Paarden hebben veel behoefte aan bewegen, frisse lucht en gezelschap van andere paarden. Daarom mag een paard nooit te lang in de stal opgesloten zitten. De stal moet ruim, veilig, schoon, droog en licht zijn en er moet genoeg frisse lucht binnen komen. Af en toe moet een paard goed zijn benen kunnen strekken en kunnen rollen. Dat rollen doen paarden om elkaars geur op zich te krijgen. Zo ruiken ze goed wie er bij de groep hoort.
Een paard kan soms erg schrikken en in paniek raken. Paardrijders moeten daarom geschikte kleding dragen, want ze kunnen van het paard afvallen. Ga nooit achter een paard gaat staan: in paniek kan een paard naar achter schoppen! 

Paarden hebben veel behoefte aan beweging. 

Paardenpraat

Paarden communiceren met hun oren, staart, geluiden en de houding van hun lichaam. Hun neus is belangrijk, want daarmee onderzoeken zij hun omgeving, vinden ze voedsel en herkennen ze andere paarden.

Verzorging

Een paard heeft veel verzorging nodig. Er komt meer bij kijken dan alleen eten en water geven. Zo moet een paard minstens een uur per dag beweging krijgen. Dit kan door hem in de weide te laten rondlopen of door op het paard te rijden. Ook heeft een paard lichaamsverzorging nodig. Zo moet een paard regelmatig geborsteld worden. Voor en na het rijden op het paard moeten de hoeven uitkrabt worden. Als er steentjes of andere voorwerpen tussen de hoeven van een paard komen te zitten, kan een paard namelijk kreupel worden. Eén keer per jaar moet de dierenarts het gebit van een paard nakijken. Eens in de twee maanden gaat een paard naar de hoefsmid. Ten slotte moet een paard af en toe ontwormd worden.

Zintuigen

De ogen van het paard zitten aan de zijkant van zijn hoofd. Achter zich kijken is erg lastig, daarom schrikt een paard snel als er iemand achter hem loopt. Ook onder zijn hoofd ziet hij niets. Gelukkig kan hij met zijn tastharen op zijn kin voelen wat er onder hem zit en kan hij goed ruiken. Als een paard iets interessant vindt, staan zijn oren naar voren. Wanneer hij zijn oren naar achteren heeft, is hij agressief of juist bang. 

ls een paard iets interessant vindt, staan zijn oren naar voren.

Edel dier

Dieren hebben poten, maar bij paarden zeggen we dat het dier benen heeft. Dit komt omdat een paard een edel dier is. Mensen rijden al eeuwenlang op paarden. Vroeger werd op paarden gereden tijdens de oorlog en werden ze als trekpaard gebruikt voor de landbouw. Omdat paarden zo belangrijk waren voor mensen, werden paarden edel genoemd. Voeding Paarden zijn planteneters en eten gras en hooi. Ze gebruiken hun voortanden om gras mee te pakken. Paarden eten ook graag krachtvoer als haver en brokken. Als extraatje smikkelt een paard graag van een wortel of een appel. Van nature eten paarden de hele dag kleine beetjes, daarom is goed om paarden die op stal staat meerdere keren per dag te voeren. Paardeneigenaren moeten oppassen dat er geen Jacobskruiskruid in het hooi zit. Dit kruid bevat giftige stoffen die het paard ziek kunnen maken. Een paard moet altijd genoeg water hebben, maar als het paard hard heeft gewerkt en veel zweet, mag hij niet meteen veel koud water drinken, want hij kan dan erg ziek worden. Het water moet dan eerst even op temperatuur komen.

Een paard kopen

Voordat iemand een paard koopt, moet hij eerst veel over paarden leren, zoals de omgang met het dier en de omgeving. Zo is het goed om te weten dat paarden kuddedieren zijn. De eigenschap van een kuddedier is dat hij niet alleen wil zijn. Ook vinden paarden het fijn om in de natuur te lopen en naar voedsel te zoeken. De kosten van het onderhoud, zoals de stalling, de hoefsmid, de dierenarts en de verzekering komen hier ook nog bij. Koopt iemand een veulen? Dan moet hij nog een tijd wachten, voordat hij erop mag rijden. Vanaf de leeftijd van drie jaar kan een paard pas bereden worden. Paarden kunnen zich op vier manieren vooruit bewegen: stap, draf, galop en rengalop. Hierbij is stap het meest langzaam en rengalop het snelst. 

Wie een paard koopt, moet veel leren over de omgang met het dier en de omgeving. 

Soorten paarden

Er zijn veel verschillende paardenrassen. Grote paarden, maar ook kleine. De grootste en breedste paarden werden vroeger gebruikt om mensen te helpen met zwaar werk. Sommige van die grote knollen zijn zelfs zo sterk dat ze boten kunnen voorttrekken. Andere soorten zijn meer geschikt om lekker op te rijden. Kleine kinderen rijden vaak op shetlandpony’s. Ook haflingers zijn favoriet, omdat ze vaak een zacht karakter hebben.

Shetlandpony’s

Deze kleine nieuwsgierige pony’s kunnen ongeveer een meter hoog worden. Dat is een perfecte maat om op te leren rijden voor kinderen die nog niet zo groot zijn. Shetlandpony’s zijn slim. Daarom moeten ze genoeg interessants te doen hebben. Anders kunnen ze eigenwijs gaan doen, omdat ze zich vervelen.

Er zijn heel veel verschillende paardenrassen. 

Trekpaarden

Misschien heb je er ooit één gezien bij een huifkarrentocht, een groot sterk trekpaard. Het trekpaard bestond al in de 17e eeuw. Toen waren er nog geen tractors om het land te bewerken. Daarom gebruikten de boeren deze paarden voor het werk op het land. Het Nederlands trekpaard kan wel 900 kilo worden. Hij kan dus zijn gewicht in de strijd gooien bij het voorttrekken van zware karren. Het Nederlands trekpaard kan verschillende kleuren hebben. Zwart, bruin, voskleurig en een soort grijsachtig bruin. Ze kunnen ook grijs met lichte stipjes zijn, dit noem je appeltjes. Kenmerkend van het Nederlands trekpaard zijn de grote voeten met veel haar.

Het Nederlandse trekpaard staat bekend om zijn koele karakter. Hij schrikt niet zo snel van auto’s, vrachtwagens of blaffende honden. Hij laat zich niet gek maken. Dit paard is bereid om hard te werken. Maar het schijnt dat hij er geen zin in heeft als iemand hem opjaagt. Van geschreeuw of van de zweep wordt hij juist eigenwijs! Het trekpaard houdt van aandacht. Knuffelen en borstelen vindt hij vaak prima. Maar mensen moeten wel altijd oppassen voor hun tenen. Het is behoorlijk pijnlijk als zo’n groot paard per ongeluk op je tenen gaat staan.

De Haflinger

Dit paardje komt oorspronkelijk uit Oostenrijk. Daar werden kleine sterke bergpaardjes gekruist met snelle Arabische paarden. Daar kwam vervolgens de Haflinger uit. Omdat hij zoveel uithoudingsvermogen heeft, werd de Haflinger ook in Nederland een populair paardenras. Je kunt Haflingers herkennen aan hun goudblonde vacht en mooie lichte manen. Haflingers kunnen een beetje bol zijn, maar dit hoort niet zo. Haflingers zijn voor van alles inzetbaar. Ze kunnen karren trekken en bereden worden. Ze zijn erg flexibel. Het zijn harde werkers en gaan vaak goed met kinderen om. Dat maakt ze op maneges favoriet! In Oostenrijk worden ze nog regelmatig gebruikt om een arrenslee te trekken. Daarmee gaan ze door het mooie sneeuwlandschap heen. 

Je kunt Haflingers herkennen aan hun goudblonde vacht en mooie lichte manen.

Ik verveel me!

Paarden zijn sociale dieren, daarom moeten ze altijd samen met andere paarden of pony’s gehouden worden, anders worden ze eenzaam. Ze hebben veel aandacht en beweging nodig. Een paard dat veel op de stal staat, gaat zich vervelen en wordt ongelukkig. Voor het paard is het dan net alsof hij elke keer huisarrest heeft. Voor straf naar je kamer toe vind jij vast ook niet leuk. Stel je eens voor hoe het zou zijn als die kamer een lege stal is. Dat is pas saai!

Help de paarden

De Dierenbescherming helpt paarden graag. Veel paarden hebben een goed leven. Maar als een paard niet goed wordt verzorgd, komt de Dierenbescherming in actie. Vaak kan het probleem samen met de eigenaar van het paard opgelost worden en wordt het paard weer gelukkig. 

Zonder andere paarden wordt een paard eenzaam. 

De Dierenbescherming

Er leven veel dieren in Nederland. Dieren in de natuur, zoals vogels en vissen, maar ook huisdieren. Daarnaast houden we dieren voor hun vlees, eieren of de melk. Helaas gaat het niet altijd goed met de dieren. De Dierenbescherming is een organisatie die zich inzet voor alle dieren in Nederland die hulp nodig hebben. Hiervoor heeft de Dierenbescherming bijvoorbeeld dierenasielen en rijden onze dierenambulances het hele land rond. En onze inspecteurs houden de gezondheid van dieren goed in de gaten. De Dierenbescherming vraagt ook aan de regering om strengere regels en wetten te maken om de dieren te beschermen, zoals wetten over proefdieren.

Weetjes

  • Een paard gebruikt zijn staart om insecten weg te jagen.
  • Een paard slaapt meestal staand.
  • Paarden zijn edele dieren, ze hebben een hoofd in plaats van een kop en benen in plaats van poten.
  • Paarden zijn hoefdieren en familie van de ezel en zebra, maar ook van de neushoorn.
  • Veel paarden kunnen ongeveer 60 kilometer per uur rennen.
  • Een veulen kan een paar uur na zijn geboorte al staan en lopen. In het wild moet hij namelijk al snel zijn kudde kunnen volgen.
  • Paarden zijn soms bang voor plastic zakken of papiertjes. Voor een paard klinkt het of er een roofdier in de berm op de loer ligt.
  • Een paard kauwt wel 6000 keer op een kilo hooi. Dan pas slikt hij het door. 

Een veulen kan een paar uur na zijn geboorte al staan en lopen.

Quiz

Maak een mooie quiz voor op het digibord of schrijf de vragen op het schoolbord. Laat je klasgenoten de antwoorden op een blaadje schrijven met hun naam erboven. Dan kun je bij het nakijken van de antwoorden zien welke klasgenoten goed hebben opgelet bij de spreekbeurt!

Vragen:

1. Hoe oud wordt een paard ongeveer?
2. Wat moet je een paard nooit te eten geven?
3. Hoe kun je zien aan een paard dat hij zich verveelt?
4. Op welke vier manieren kunnen paarden zich vooruit bewegen?
5. Voor welke drie dingen gebruikt een paard zijn neus?

Antwoorden:

1. Ongeveer 20 tot 25 jaar.
2. Jacobskruid.
3. Als hij zijn hoofd steeds maar heen en weer beweegt (weven), lucht gaat zuigen of steeds tegen de wanden van de box schopt.
4. Stap, draf, galop en rengalop.
5. Om hun omgeving te onderzoeken, om voedsel te vinden en om andere paarden te herkennen. 

Paarden vinden wortels heerlijk, maar Jacobskruid is giftig voor paarden. 

Extra informatie

Hier kun je nog wat extra informatie vinden: