Varkenshouderij

Het varken

Een varken is een sociaal dier dat in groepsverband leeft. Varkens zoeken voedsel door met hun zeer gevoelige snuit in de grond te wroeten. Een modderbad houdt het lichaam van een varken op de juiste temperatuur en werkt tegen parasieten. Varkens zijn zindelijke dieren, ze mesten niet op hun lig- en eetplek. Als een zeug drachtig is bouwt ze een nest, afgezonderd van de groep, om haar jongen te werpen.

De varkenshouderij

In Nederland werden in 2017 gemiddeld ruim 12,4 miljoen varkens gehouden en ruim 15 miljoen varkens geslacht. Zeugen worden gemiddeld 2 tot 2,5 jaar aangehouden om biggen te werpen. Jaarlijks werpt een zeug gemiddeld 2 keer 12 tot 15 biggen. De biggen worden vetgemest om op een leeftijd van zo’n 6 maanden naar het slachthuis te gaan.


Welzijnsproblemen

1. Groepshuisvesting zeugen
Sinds 1 januari 2013 is groepshuisvesting van zeugen verplicht. De zeugen mogen alleen nog vier dagen rond het dekken en vier á vijf weken in de kraamstal individueel worden opgesloten. Er zijn diverse vormen van groepshuisvesting. Het liefst ziet de Dierenbescherming dat zeugen gehouden worden in grote groepen op stro, maar dat gebeurt helaas maar weinig. De meeste varkensfokkers houden hun zeugen in voerligboxen met uitloop. Dat zijn de oude boxen waar zeugen vroeger in werden opgesloten, maar nu zijn ze open zodat de zeugen eruit kunnen. De ruimte tussen de boxen is echter meestal zo krap, dat de zeugen toch maar weer in de box gaan liggen.

Zeugen met voerligboxen.
2. Gebrek aan nestbouwmateriaal
Een zeug heeft een sterke drang om een nest te bouwen wanneer ze moet gaan werpen. Stro is het mooiste om een nest mee te bouwen, maar dat past niet in de huidige gangbare varkenshouderij. Dit kan namelijk tot verstopping van de mestafvoer leiden. Een eenvoudige jute zak blijkt ook al genoeg om een zeug tevreden een nest te laten bouwen. Vandaar dat steeds meer varkenshouders hun zeugen vlak voor werpen een jute zak geven.

 

3. Opsluiten zeug in kraamhok
Bij het werpen en tijdens de kraamperiode van 3 à 4 weken wordt de zeug in een kraambox opgesloten zonder strooisel en met zeer beperkte bewegingsruimte om doodliggen van de biggen te voorkomen. Het risico op doodliggen is echter na 2 á 5 dagen geweken, zodat de zeug dan weer meer vrijheid zou moeten krijgen. Een aantal varkensfokkers heeft met hulp van Wageningen Universiteit zogenaamde Pro Dromi-kraamhokken ontworpen. Hierin hoeft de zeug maar een paar dagen tussen stangen te worden opgesloten, of mag ze meteen vrij rond lopen.

 

Gangbare kraamboxen
4. Castreren
Mede dankzij de jarenlange inzet van de Dierenbescherming wordt inmiddels 65% van de mannelijke biggen in Nederland niet meer gecastreerd. Via fokkerij en verzorging weet men de kans op berengeur (stinkend vlees, de reden waarom de biggen gecastreerd werden) nu al tot 2 á 4% te beperken. Door de lobby vanuit Nederland werken ook de ons omringende landen en de Europese Unie inmiddels aan stoppen met castreren.

 

5. Staart couperen
Wanneer varkens zich vervelen, ziek zijn, ongeschikt voer krijgen of in een slecht klimaat worden gehouden, dan willen ze hun onvrede nogal eens uiten door elkaar te bijten. Dit gebeurt vooral in de staart, waardoor het kan bloeden en ontsteken. Om staartbijten tegen te gaan wordt in de intensieve veehouderij standaard bij alle biggen de staart gecoupeerd met een heet mesje. De Dierenbescherming is in 2013 met de varkenssector een onderzoek gestart naar het voorkomen en stoppen van staartbijten. De Dierenbescherming heeft goede hoop dat over een paar jaar zelfs in bestaande stallen de krulstaart eraan kan blijven.

 

6. Hoektanden inkorten
Bij het zogen kunnen biggen met hun hoektandjes de zeug pijn doen en verwonden, wat er weer toe kan leiden dat de zeug de biggen wegjaagt. Een klein deel van de varkenshouders slijpt daarom de hoektandjes van de biggen af (afknippen mag in Nederland niet meer, omdat er dan scherpe randjes kunnen ontstaan). De achterliggende oorzaak moet opgelost worden zodat deze ingreep niet meer nodig is.

 

7. Jong spenen
Het spenen (de biggen weghalen bij de zeug) gebeurt meestal op veel te jonge leeftijd (21 tot 25 dagen). Met als gevolg dat veel biggen ziektes krijgen, waartegen ze dan weer antibiotica krijgen. Langzaam maar zeker beginnen meer varkensfokkers de biggen tussen 25 en 28 dagen te spenen. Nog beter zou het zijn om te spenen op 35 of 42 dagen, zoals gebeurt in de scharrelvarkens-, respectievelijk biologische houderij.

 

8. Steeds meer biggen per worp
Zeugen worden speciaal gefokt om steeds meer biggen te krijgen. De gevolgen van het krijgen van veel biggen zijn onder andere meer kans op doodgeboortes, lagere geboortegewichten en sneller verzwakken van de zeug omdat ze zoveel biggen moet voeden. De fokkerij moet zich niet richten op steeds meer biggen per worp, maar op vitale, gezonde biggen die door hun eigen moeder gezoogd kunnen worden.

 

9. Hormoongebruik in de varkenshouderij
Hormonen worden vaak ingezet om vruchtbaarheidsproblemen bij hoogproductieve zeugen te maskeren. Het grote aantal biggen en worpen gaan ten koste van de vruchtbaarheid. De zeugen worden dan met hormonen alsnog ‘vruchtbaar gespoten’.

 

10. Ruimtegebrek en verveling in de biggenopfok
Na het spenen gaan de biggen naar de zogenaamde opfokstal of biggenbatterij. De biggenhokken zijn kaal en krap. Een groep varkenshouders heeft met hulp van Wageningen Universiteit een biggenhok ontworpen met meer bewegingsruimte en speelgelegenheid, een apart nest om lekker warm in te rusten en een aparte toilethoek om te mesten en te urineren. Helaas is zo’n biggenhok nog alleen op het varkensproefbedrijf van Wageningen Universiteit gebouwd.

 

11. Ruimtegebrek en verveling in de vleesvarkensstal
De vleesvarkens verblijven meestal met 9 tot 12 dieren in prikkelarme, kale hokken. De vloer bestaat grotendeels (voor 60%) uit een rooster. Op het dichte deel ligt geen stro of strooisel. De dieren hebben dus geen zachte ligbedding en niets om in te wroeten of om op te kauwen. Afleidingsmateriaal is verplicht, en wordt vaak aangeboden in de vorm van een ketting of een bal, die meestal snel vervelen. Maar steeds vaker krijgen varkens ook wat luzerne, hooi in een ruifje, of stro in briketvorm in een koker. De Dierenbescherming vindt dat er meer bewegingsruimte, een zachte ligplek en materiaal om in te wroeten moet komen.

 

12. Stalklimaat
Varkens kampen vaak met luchtweginfecties door een slecht stalklimaat. Oorzaken van dit slechte stalklimaat zijn stof, hoge luchtvochtigheid, ammoniak, tocht, gebrek aan ventilatie, en het feit dat de varkens hun hele leven boven een mestput met hun eigen uitwerpselen staan. Er is door onderzoek veel bekend over de marges waarbinnen deze factoren niet tot zichtbaar ongerief bij de varkens leiden. Het is dan ook zaak het klimaat goed te managen.

Wat wil en doet de Dierenbescherming?

De varkenssector is van oudsher vooral gericht op een zo hoog mogelijke productie tegen zo laag mogelijke kosten. Dit heeft geresulteerd in schaalvergroting en intensivering, waarmee het welzijn van het varken ernstig in het gedrang is gekomen. De Dierenbescherming wil dat er meer ruimte voor varkenswelzijn komt.

Vier voorbeelden uit de vele werkzaamheden van de Dierenbescherming om het welzijn van varkens te verbeteren:
  1. Ontwikkelen van diervriendelijker huisvestingssystemen door bij ontwerp en bouw rekening te houden met de belangrijkste behoeften van het varken;
  2. Een einde maken aan castratie en als tussenstap castreren onder verdoving met pijnbestrijding achteraf;
  3. Beter afleidingsmateriaal voor varkens ontwikkelen met als einddoel stoppen met het couperen van staarten;
  4. Met het Beter Leven keurmerk bevorderen dat meer varkenshouders overstappen op geleidelijk steeds diervriendelijker varkenshouderijsystemen.

De Dierenbescherming tracht de veehouderij steeds diervriendelijker te maken. Zij heeft het Beter Leven keurmerk ontwikkeld om de kloof tussen intensieve en biologische veehouderij te dichten, en zo veehouders de mogelijkheid te bieden op diervriendelijkere veehouderijsystemen over te stappen.

We zien varkens graag buiten lopen in de modder, zodat ze hun natuurlijke gedrag kunnen vertonen. 

Wat kun je zelf doen?

Als je varkensvlees eet, let dan op het Beter Leven keurmerk van de Dierenbescherming. Je koopt dan vlees van varkens die 'diervriendelijker' zijn gehouden en helpt varkenshouders dit te doen. Koop vlees met minimaal 1 ster, maar natuurlijk liever met 3 sterren.