Stikstofmaatregelen: heel veel geld en toch maar half werk

Bert van den Berg Door Bert van den Berg Programmamanager Veehouderij 28 april 2020

Vrijdag 24 april kondigde de minister van Landbouw Carola Schouten aan maar liefst 5,1 miljard euro uit te trekken om de stikstofuitstoot terug te dringen, waarvan 1,8 miljard bestemd is om direct de uitstoot vanuit de landbouw terug te dringen. Dat is heel veel geld. Toch wordt hiermee in 2030 het aantal natuurhectares dat overbelast is met stikstof ‘slechts’ gehalveerd. Doel van dit single-issuebeleid lijkt niet de veehouderij om te vormen tot een sector passend bij Nederland, maar met wat aanpassingen zoveel mogelijk door te boeren op de huidige weg. Het mag toch zo langzamerhand wel duidelijk zijn dat dit een doodlopende weg is voor dieren, natuur maar ook voor boeren. De veehouderij moet zijn ontwikkeling niet zoeken in groei in volume, maar in groei in kwaliteit: een beter dierenwelzijn, een schoner milieu, meer biodiversiteit, betere volksgezondheid en een betere maatschappelijke en financiële positie van de boer.

Stikstofbelasting helft natuurgebieden beëindigen is half werk

Nederland heeft zich Europees gecommitteerd om natuurwaarden te beschermen en heeft hiervoor 160 Natura 2000 gebieden aangewezen. In 118 van deze gebieden blijken de natuurwaarden echter achteruit te zijn gegaan door een te hoge stikstofdepositie. Minister Schouten kondigt nu aan het aantal overbelaste natuurgebieden tegen 2030 te willen halveren. Dat is half werk. Het streven moet zijn een eind te maken aan de overbelasting in alle Natura 2000 gebieden. En ook daarbuiten, want stikstof tast ook daar natuur en volksgezondheid aan.

Zet naast sanering veestapel in op extensivering resterende veehouderij

Naast uitbreiding van het budget voor sanering van de varkenshouderij, met 275 miljoen euro, kondigt de minister een landelijke beëindigingsregeling van 1 miljard aan om bedrijven met de hoogst berekende stikstofdepositie op Natura 2000 gebieden uit te kopen. De regeling is staatssteungevoelig en moet daarom eerst door de Europese Commissie goedgekeurd worden. Naar verwachting kan de regeling begin volgend jaar opengesteld worden. Het zal bij deze sanering vooral om melkveebedrijven gaan. De uitkoop kan per bedrijf wel eens veel geld kosten, zodat je uiteindelijk met 1 miljard maar weinig stikstofproductie saneert. Dan lijkt de 175 miljoen die de minister uittrekt om veehouders over te laten schakelen naar biologische landbouw en andere vormen van duurzamere landbouw beter besteed. Daarmee maak je bedrijven extensiever en natuurinclusiever.

Zet naast minder eiwit in voer en meer weidegang ook in op langer leven en dubbeldoelkoeien

De minister wil het eiwitgehalte in veevoer verlagen en het aantal uren weidegang van melkvee uitbreiden. Op dit moment geven melkveehouders hun koeien meer krachtvoer dan nodig is. Ook met minder krachtvoer kunnen koeien de huidige hoge melkproducties halen. Die krachtvoergift kan dus best omlaag, maar daarnaast zou ingezet moeten worden op een lagere melkproductie per koe per jaar, door voor andere, robuustere rassen te kiezen. Op die manier daalt de stikstofuitstoot en verbetert het dierenwelzijn omdat het risico op productiegerelateerde aandoeningen daalt. Ook kunnen robuustere koeien ouder worden. Dat is voor veehouders voordelig omdat koeien op latere leeftijd makkelijker melk geven, en er minder jongvee opgefokt hoeft te worden. Zo’n lager producerende koe heeft ook geen monocultuur van zeer eiwitrijk gras nodig, maar kan goed gedijen op kruidenrijk grasland, wat weer goed is voor de biodiversiteit. Bijkomend voordeel: de klavers in het kruidenrijk grasland binden stikstof uit de lucht.



Een positief punt uit de plannen is om meer weidegang te stimuleren. Melkveehouders krijgen al een premie als zij hun koeien minstens 120 dagen, minimaal 6 uur per dag weiden, dat is 720 uur. Weidegang is goed voor het welzijn van de koe en zorgt voor minder ammoniakvorming omdat mest en urine niet bij elkaar komen. Meer weidegang is dus winst voor dier, boer en milieu. Als je bedenkt dat het weideseizoen van april tot november loopt dan kan het aantal dagen en uren weiden nog flink omhoog. De minister wil naar 1898 uur vanaf 2022. Ze trekt geld uit om veehouders met onvoldoende grond bij hun bedrijf om te weiden, met herverkaveling aan de benodigde weidegrond te helpen, en dat is een goede zaak. Het zou goed zijn als de minister afspreekt, of desnoods regelt, dat eventuele meerkosten van kruidenrijk grasland en weidegang door de retail en de horeca aan de melkveehouders vergoed wordt en dat zij die meerkosten aan de consumenten doorberekenen.

Pas op: aanscherping emissienormen dreigt tot nog meer luchtwassers te leiden

De minister en de provinciebesturen hebben de mond vol over het aanpakken van emissies bij de bron en er worden ook projecten gefinancierd om brongerichte aanpak te ontwikkelen. Maar in het pakket aan stikstofmaatregelen kondigt de minister onder de vlag van verduurzaming van stallen aan dat zij de emissienormen voor stallen per diergroep gaat aanscherpen. Op dit moment liggen die normen voor varkens, pluimvee en kalveren al zo hoog dat deze vrijwel alleen met een luchtwasser kunnen worden gehaald.

Alleen zijn luchtwassers een end-of-pipe techniek, geen brongerichte aanpak. De uitstoot naar buiten neemt af, maar de luchtkwaliteit in de stal blijft voor de daar aanwezige dieren en de boer even ongezond. Luchtwassers kosten ook veel energie, water en chemicaliën, zijn vaak minder effectief dan wordt beweerd en als er brand uitbreekt in een stal kan deze zich via de kanalen van de luchtwasser razendsnel verspreiden. Het is dan ook beter dieren zoveel mogelijk buiten te laten lopen en voor de tijd dat ze op stal staan hun mest en urine gescheiden op te vangen en uit de stal af te voeren.

Integraal beleid nodig

Het is belangrijk dat de stikstofuitstoot uit de veehouderij daalt, maar de aanpak daarvan zou integraal moeten zijn en mag niet leiden tot een slechter dierenwelzijn. In plaats van door te gaan op de huidige weg, moeten we naar een veehouderij passend bij Nederland. Met extensievere, natuurinclusieve veehouderijbedrijven waar de dieren een beter welzijn hebben. De focus moet liggen op kwaliteit in plaats van kwantiteit, ook in de producten die de veehouderij voortbrengt. Daarin zal de overheid de regie moeten nemen en duidelijke sturing moeten geven.