Subsidie voor een dode melkkoe

Directie Dierenbescherming Door Directie Dierenbescherming 23 februari 2017

Toen Joris Driepinter ons opriep om toch vooral drie glazen melk per dag te drinken, scheen de zon nog volop boven sappige groene weiden waarin de Fries-Hollandse koeien stonden te grazen. Wat een schril contrast met de situatie nu, zo'n vijftig jaar later. Deze week konden boeren zich melden voor een royale vergoeding van 1.200 euro per koe als ze stoppen met hun bedrijf. En de koe? Die eindigt voortijdig in de gehaktmolen…

De subsidie voor een dode melkkoe, want praktisch alle dieren zullen geslacht worden, blijkt zeer populair. Een dag na de openstelling van de regeling hebben zich meer boeren aangemeld dan uiteindelijk kunnen worden uitgekocht. Het is een ronduit bizar scenario dat zich momenteel ontvouwt. Dat het imago van de melkveehouderij al flinke deuken had opgelopen doordat steeds minder koeien de wei in mogen was al duidelijk, maar het wordt er bepaald niet fraaier op. Het heeft alles te maken met het afschaffen van het zogenaamde melkquotum op 1 april 2015, ooit in het leven geroepen om overproductie te voorkomen.



Veel boeren waren zielsgelukkig met die afschaffing, noemden het 'bevrijdingsdag', want eindelijk konden ze zoveel melk gaan produceren als ze maar wilden. Er werden grotere stallen gebouwd en er kwamen meer en meer koeien want de wereldmarkt zat immers te wachten op Nederlandse melk en kaas. Maar de melkveehouders breidden meestal niet hun grasland uit, zodat ze nu onvoldoende grond hebben om hun koeien te weiden en steeds meer koeien nooit meer buiten komen.

Lage melkprijs

Dat deze strategie niet zo slim was bleek al snel. De afgelopen twee jaar was de melkprijs voor de boer dramatisch laag. Vooral die boeren die hun bedrijf flink uitgebreid hadden kwamen hierdoor in de financiële gevarenzone. Maar er was nog een ander probleem. Koeien produceren niet alleen melk, ze produceren ook mest. En als je meer koeien gaat houden, maar niet navenant je landbouwgrond uitbreidt, waar moet je dan met die mest heen?

En nu zitten we met de gebakken peren. Maar liefst 160.000 koeien moeten worden geslachtofferd. Omdat Nederland volgens de Brusselse normen teveel mest produceert. Dat spul is slecht voor het milieu en dus móet er ingegrepen worden; het aantal koeien en de melkproductie moeten weer omlaag en alle melkveehouders dienen daartoe zo’n 4% van hun koeien in te leveren.

Maar je kunt toch niet de boeren die niét fors uitgebreid hebben, die hun koeien in de wei laten en die de mest daarvan wél gewoon op hun eigen land kwijt kunnen, laten boeten voor het megalomane gedrag van hun collega's die geen boodschap hadden aan de milieugevolgen en hun bedrijf geheel of deels uitbreidden zonder dat ze daar de weidegrond voor hadden?

Gelukkig stak de Tweede Kamer daar in december een stokje voor. Boeren die hun mest op eigen grond kwijt kunnen worden ontzien. Alleen de veroorzakers van het mestprobleem worden aangepakt. Maar, er blijkt een addertje onder het gras te schuilen voor notabene biologische bedrijven die een deel van hun mest afstaan aan bijvoorbeeld bio-akkerbouwers elders in het land. Deze bedrijven zullen ook koeien moeten afstaan. En dat wringt…. Juist in deze sector staat het dierenwelzijn hoog in het vaandel; een dergelijke duurzame productie moeten we juist koesteren in plaats van afbouwen!

Kortetermijndenken

De melkveehouderij in Nederland moet streven naar een duurzame productie. Wat nu gebeurt met de opkoopregeling om te voldoen aan de Brusselse fosfaatnormen getuigt van korte-termijn-denken en niet van een visie om te komen tot een in alle opzichten gezonde sector. Die krijg je pas als de zuivelsector en overheid serieus kijken naar een plan dat de Dierenbescherming eerder al heeft gesteund en waarin ook maatregelen zijn voorgesteld om niet alleen in 2017 het aantal koeien te verminderen zoals nu gebeurt, maar om in de periode tot 2020 de melkveehouderij steeds grondgebondener te maken. Oftewel: naast de stal heb je als melkveehouder voldoende grond om je koeien te laten grazen en om de mest van die dieren verantwoord af te zetten.

Joris Driepinter wist niet beter dan dat koeien in de wei stonden. Voor 35% van de koeien geldt dat helaas niet meer. Dat verandert niet door de krimp van de veestapel die nu wordt gerealiseerd. Daarvoor is nodig dat met name de groep zeer intensieve melkveebedrijven, die meestal hun koeien niet meer weiden, flink krimpen en weidegrond bij kopen. Dit alles zal niet vanzelf en vrijwillig gaan. Dat vraagt langetermijnvisie, moed en doorzettingsvermogen. De kwestie staat hoog op mijn agenda. Melk is misschien goed voor elk en voor mijn part een witte motor; ten koste van de koe en het milieu mag het niet gaan.