Koe in de wei

Koe ziet steeds minder wei

Meer megastallen: dat beeld doemt op nu de melkquotering is afgeschaft. Boeren mogen sinds 1 april 2015 zoveel melk produceren als ze willen. De melkveestapel groeit, want veel melkveehouders hebben vooruitlopend op de afschaffing hun bedrijf al uitgebreid. Inmiddels telt Nederland 1,4 miljoen melkkoeien, maar het aantal dieren in de wei daalde de afgelopen jaren. Werd in 1999 nog 8% van de koeien permanent op stal gehouden, nu is dat aandeel gegroeid naar 33% van de koeien. Zet daar de groei van grote bedrijven – met 150 koeien of meer - tegenover en het is duidelijk: de melkveehouderij dreigt net zo’n intensieve sector te worden als de varkens- en pluimveehouderij.

Wei noodzakelijk voor welzijn koe

Koeien horen, als hun gezondheid en het weer dat toelaten, in Nederland van april tot oktober in de wei. Weidegang is noodzakelijk voor het welzijn van koeien. Een koe die buiten komt, is gezonder dan haar stalgenoten die te maken hebben met krappe ligboxen en gangpaden. Koeien kunnen in de wei hun natuurlijke gedrag vertonen en hebben minder last van slijt-, druk- en doorligplekken en van pijnlijke klauwontstekingen. Leed dat veroorzaakt wordt door permanent verblijf in een stal met harde ondergrond.

Wat doet de Dierenbescherming?

Veehouderijsystemen worden doorgaans zo ontworpen met oog op maximaal economisch gewin. En dat gaat ten koste van dierenwelzijn. Op voorstel van de Dierenbeschermers is door wetenschappers van de Universiteit Wageningen een methodiek ontwikkeld voor het diervriendelijk ontwerpen van stallen. De methodiek maakt duidelijk hoe je moet bouwen als je rekening wilt houden met de behoeften van het dier.

Dit heeft geresulteerd in het rapport Kracht van Koeien met drie voorbeelden van toekomstgerichte melkveehouderijconcepten, alle met weidegang. De Dierenbescherming vindt dat melkveehouders die een stal (ver)bouwen hun plannen eerst moeten toetsen aan de belangrijkste behoeften van de koe, om hiermee in de bouwplannen rekening te houden.

Wat wil de Dierenbescherming?

De Dierenbescherming wil dat weidegang wettelijk verplicht wordt (minimaal 120 dagen, minstens 6 uur per dag weiden). Tot die verplichting er is, zetten we ons in voor het zoveel mogelijk stimuleren van weidegang, onder meer door er voor te pleiten dat:
  • Melkveehouders die hun dieren weiden, hogere premies ontvangen;
  • Naast producten als melk en yoghurt van weidemelk fabrikanten en supermarkten zorgen dat ook hun kaas gegarandeerd van weidemelk is gemaakt;
  • Ook zuivelproducten voor de export gegarandeerd gemaakt worden van weidemelk.

Wat kun je zelf doen?

  • Let in de winkel bij de aanschaf van melkproducten op dierenwelzijn en kijk of er sprake is van weidegang. Als het biologische melk betreft, zit je sowieso goed, let anders op het weidezegel, of vermelding van weidegang op de verpakking. De dieren hebben dan van april tot oktober minstens 120 dagen per jaar, minimaal 6 uur per dag in de wei gelopen.
  • Probeer eens plantaardige ‘zuivel’. Sojamelk, rijste-, haver- en amandelmelk, zijn in allerlei varianten te koop in natuurvoedingswinkels en supermarkten.
  • Hoe minder zuivel we consumeren, des te minder koeien nodig zijn voor de productie. De melkkoe wordt niet oud; na vier keer gekalfd te hebben, zit het leven van een koe er op vijf-, zesjarige leeftijd al op. Letterlijk uitgemolken. En dat terwijl koeien wel 20 jaar oud kunnen worden.

Brigitte Kaandorp: KoeienZe werken belangeloos in de wei! Koeien in de omgeving van Durgerdam.
Vanaf mei tot en met het einde van de weideseizoen laat de Dierenbescherming frequent van zich horen over dit dossier via #stalmelkvrij