Meten is weten: gezelschapskonijnensector kan beter

6 november 2018

Er is weinig aandacht voor natuurlijk gedrag van konijnen, gebrek aan transparantie in de sector en er is vraag naar betere informatievoorziening vanuit de consument. Dat zijn de belangrijkste conclusies uit een uitgebreid onderzoek van de faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit van Utrecht naar het welzijn en de gezondheid van konijnen, één van de populairste huisdieren in Nederland.

Herkomst en levensloop onbekend

Wetenschapper Dennis Vink deed uitgebreid onderzoek naar de gezelschapskonijnensector. Het onderzoek laat zien dat teveel konijnen niet de juiste huisvesting en voeding krijgen, waardoor ze verschillende gezondheids- en welzijnsproblemen kunnen krijgen. Over het ontbreken van transparantie in de sector zegt gedragsbioloog en mede-onderzoeker Claudia Vinke het volgende: “Naar schatting telt Nederland zo’n 1,2 miljoen huisdierkonijnen. Aandacht voor hun welzijn en natuurlijke gedrag is erg belangrijk. Het gebrek aan transparantie in de sector is daarbij een belangrijk knelpunt. Als we niet exact in kaart brengen waar de konijnen precies vandaan komen en hoe ze worden gehouden, kan het welzijn van deze dieren bij onder meer fokkers, handelaren en winkels niet duurzaam worden gewaarborgd. In veel andere houderijketens wordt de laatste jaren hard gewerkt aan transparantie; het is hoog tijd dat ook de gezelschapskonijnensector hierin meegaat.”


Hobbyfok zorgelijk

De Dierenbescherming is het met deze constatering eens en vindt met name de (hobby)fok zorgelijk. Dat heeft te maken met enerzijds het gebrek aan openheid en anderzijds het ontbreken van een wettelijke verplichting van track and trace van de gefokte dieren. Hierdoor zijn de huiskonijnenfokkerijen niet te controleren en is de handhaving gebrekkig.
Omdat er slechts anekdotisch bewijs kan worden aangevoerd, maakt de Dierenbescherming zich zorgen over aspecten zoals de individuele huisvesting met beperkte bewegingsvrijheid, het fokbeleid dat gebitsproblemen in de hand werkt en de wijze van euthanaseren.
Een ernstige misstand is het doden van pasgeboren konijnen met een knuppel. Dit zou gebruikelijk zijn bij ‘tekeningfokkers’, omdat de tekening en dus waarde voor schoonheidswedstrijden van een ‘tekeningras’, al snel na de geboorte zichtbaar is.
Kortom, met de gegevens die nu bekend zijn over de aantallen gefokte en verkochte dieren per jaar, is de bestemming van tienduizenden konijnen onbekend.

Informatie voor consumenten

Ook de informatievoorziening naar de consument blijkt een belangrijk aandachtspunt. Slechts vijftien procent van de consumenten geeft aan voldoende geïnformeerd te zijn over de kosten die het houden van een konijn met zich meebrengt. Minder dan een derde voelt zich voldoende geïnformeerd over de benodigde tijdsinvestering. “Het is belangrijk om realistische verwachtingen te scheppen, zo voorkom je dat konijnen in opvangcentra belanden”, licht mede-onderzoeker Yvonne van Zeeland toe.


Producten in winkels

Van Zeeland: "Ook bieden winkels producten aan die niet voldoen aan de richtlijnen. We hebben 128 dierverblijven die worden aangeboden in winkels, geanalyseerd en geen enkele voldeed op zichzelf aan de minimumrichtlijnen van het Landelijk Informatiecentrum Gezelschapsdieren. Ook voedingsproducten voldoen vaak niet: minder dan tien procent van de 127 geanalyseerde voedingsproducten bevatte alle nodige voedingsstoffen. Deze producten voldoen alleen als ze worden gecombineerd met de juiste aanvullende producten. Daarover moet de consument goed geïnformeerd worden om gezondheidsproblemen te voorkomen. Consumenten worden steeds kritischer en willen weten dat zij een gezond dier of kwaliteitsproducten kopen. Uitstekende kansen dus, om kwaliteit te benoemen en zichtbaar te maken.”

Belang vanuit de sector

De Dierenbescherming steunde het onderzoek vanaf het begin en ontving als eerste organisatie een gedetailleerd overzicht van de resultaten. “We maken ons al langer zorgen over het dierenwelzijn in de konijnensector. Het gebrek aan feiten en cijfers over de sector maakt het bijna onmogelijk om hier iets aan te doen. Met name voor de al eerder genoemde hobbyfok is wat ons betreft aanvullende regelgeving nodig. We zouden initiatieven om te komen tot goede richtlijnen uit de sector zelf ook toejuichen,” reageert Elly von Jessen, senior-beleidsmedewerker van de Dierenbescherming.



Een ander zorgwekkend punt is dat je als consument niet weet waar het konijn uit de winkel vandaan komt. In de supermarkt kun je aan de verpakking zien waar je paprika vandaan komt. In de dierenwinkel blijft het gissen. Dierenwinkels zouden meer garantie en inzicht moeten geven over de herkomst van konijnen tegenover hun klanten.

“Wij zien dit onderzoek als een essentiële stap om knelpunten voor het welzijn van deze populaire huisdieren in de hele keten beter in kaart te brengen en op zoek te gaan naar mogelijke verbeteringen,” zegt Von Jessen.