Quickscan duidt op onnodig lijden van grote grazers in Oostvaardersplassen

19 maart 2018

De Dierenbescherming heeft het vermoeden dat het beheer van de grote grazers in de Oostvaardersplassen niet geheel volgens het protocol wordt uitgevoerd. Met name het zogeheten vroeg reactief afschot om lijden van dieren te voorkomen lijkt niet consequent te worden toegepast. Bovendien zijn de beschuttings- en migratiemogelijkheden nog steeds veel te beperkt. De Dierenbescherming baseert dit op een uitgevoerde quickscan die bestond uit een bezoek aan het gebied en bestudering van data van Staatsbosbeheer.

Een delegatie bestaande uit deskundigen van de Dierenbescherming, een externe ecoloog en een dierenarts hebben na de recente vorstperiode het gebied beoordeeld en troffen een kaal landschap aan. De door het quickscan-team waargenomen dieren leken desondanks in acceptabele conditie. Bij een incidenteel dier was dat niet het geval. Dat zou kunnen betekenen dat de meeste dieren tijdig uit hun lijden zijn verlost door afschot. In lijn hiermee maakte Staatsbosbeheer onlangs bekend dat in februari 1062 grote grazers stierven, waarvan een groot deel zou zijn afgeschoten ‘om onnodig lijden te voorkomen’. 


Lijden

De Dierenbescherming heeft echter indicaties dat het onnodig lijden wel degelijk heeft plaatsgevonden. Staatsbosbeheer heeft een beheerprotocol dat uitgaat van maximaal 10% natuurlijke sterfte. Bij de Heckrunderen ligt dit percentage hoger: 19%. In februari ging het zelfs om een kwart van deze dieren die in aanmerking kwamen voor reactief afschot, maar waarbij dat niet is gebeurd.

Verder blijkt dat in de meeste gevallen pas op een heel laat moment wordt ingegrepen en dan met name op basis van het waargenomen gedrag, bijvoorbeeld een dier dat zich afzondert. Tijdens de quickscan zijn evenwel ook dieren aangetroffen met een conditiescore van hun lichaam die eerder ingrijpen had gerechtvaardigd, conform het protocol. Daarnaast staat in het beheerplan van Staatsbosbeheer dat naast het gedrag en lichaamsconditie ook moet worden gekeken naar de omgevingsfactoren, zoals het weer, schuilmogelijkheden enzovoort. Tijdens de quickscan is onvoldoende gebleken dat dat gebeurt.

Tot slot lijkt een belangrijk deel van het afschot aan het eind van de winterperiode plaats te vinden. Uitgaande van het vroeg-reactieve-beheer had de Dierenbescherming juist verwacht dat een verschuiving naar het begin van de winterperiode had plaatsgevonden.

Opmerkelijk genoeg constateerde een delegatielid buiten de marge van de quick scan dat zelfs op het Oostvaardersveld een vermagerd paard niet tijdig uit zijn lijden was verlost, terwijl het juist in dit gebied om gehouden dieren gaat waar een ander beheerprotocol geldt. Deze kwestie sterkt de Dierenbescherming in haar mening dat terughoudend wordt omgegaan met afschot van dieren.

Gebiedsuitbreiding

Het beheersprotocol met vroeg-reactief afschot was naast onder meer gebiedsuitbreiding integraal onderdeel van het eindadvies van de beheeradviescommissie Oostvaardersplassen. De Dierenbescherming heeft deze visie ondersteund. De substantiële uitbreidingen van het gebied zijn echter uitgebleven.

Nu de dieren dus nog steeds niet kunnen trekken, onvoldoende schuilmogelijkheid hebben en te weinig variatie in voedselaanbod kennen, in combinatie met het niet consequent toepassen van het afgesproken beheerprotocol, is er voor de Dierenbescherming sprake van een onacceptabele situatie van het dierenwelzijn van grote grazers in de Oostvaardersplassen.

De Dierenbescherming roept de provincie Flevoland en Staatsbosbeheer op tot het nauwgezet volgen van het huidige beheerprotocol, dit zoals vastgelegd daadwerkelijk te monitoren en te evalueren en de oorspronkelijk geplande substantiële gebiedsuitbreiding te realiseren. De Dierenbescherming zal de toekomstige ontwikkelingen nauwgezet volgen v.w.b. het naleven van het uitvoeringsbeleid en de voortgang van de gebiedsuitbreiding.

Met nadruk wordt erop gewezen dat de rapportage de uitkomsten van een quickscan betreft en niet van uitvoerig wetenschappelijk onderzoek.