Stop de kooien!

13 november 2018

Stel je voor: je moet je hele leven (of een flink deel daarvan) doorbrengen in een klein hokje, samen met 10 anderen, dicht op elkaar gepropt of juist helemaal alleen, zonder daglicht en comfortabele ligplaats. Zo ziet het leven van veel dieren in de EU eruit: in totaal worden zo’n 300 miljoen dieren in kooien gehouden. Kooisystemen zijn in de loop van de vorige eeuw ontstaan. Doordat de dierlijke productie toen enorm steeg, kregen de dieren steeds minder ruimte. Dit ging en gaat nog steeds ten koste van het dierenwelzijn. De Dierenbescherming doet mee aan de campagne Stop de kooien, waarbij 130 Europese organisaties handtekeningen verzamelen tegen dit soort kooisystemen. 

Situatie in Nederland

In Nederland leven nog zeker meer dan 7 miljoen dieren in kooien. Daar komen allerlei welzijnsproblemen bij kijken, de belangrijkste oorzaken zijn:

1. Individuele huisvesting

Een groot nadeel van kooien is dat sociale dieren individueel gehuisvest worden. Denk bijvoorbeeld aan voedsters (moederkonijnen) en kalfjes. Voedsters worden bijna altijd individueel gehuisvest en hebben, behalve met hun jongen, geen contact met andere konijnen. Kalveren mogen gelukkig niet meer in de zogenaamde kalverkisten gehouden worden en moeten vanaf 8 weken in een groep worden gehouden. De eerste 8 weken van hun leven zitten ze echter wel alleen in een kooi. Ze kunnen de kalfjes naast hen dan alleen door spijlen heen zien en aanraken.

2. Beperkte bewegingsvrijheid

Zeugen die biggetjes krijgen worden in de gangbare varkenshouderij drie tot vier weken vastgezet tussen metalen stangen, waar ze alleen een paar stappen voor- en achteruit kunnen bewegen en zich niet om kunnen draaien. Dat is zeer stressvol voor de zeugen. Ze staan zo gevangen, omdat ze anders op hun biggen kunnen liggen.
Ook veel leghennen hebben maar weinig ruimte. Ondanks het afschaffen van de legbatterijkooien, worden in Nederland nog steeds ruim 6 miljoen leghennen met meer dan 12 dieren op één vierkante meter in zogenaamde ‘verrijkte-’ of koloniekooien gehouden waarin ze niet kunnen fladderen, rennen of vliegen. Beperkte bewegingsvrijheid leidt tot stress en frustratie, maar kan ook leiden tot lichamelijke afwijkingen. Als dieren weinig bewegen, ontwikkelen hun spieren en botten namelijk niet goed.

3. Geen natuurlijk gedrag mogelijk

Naast het ontbreken van soortgenoten en de beperkte ruimte, zijn kooisystemen meestal kaal, waardoor de dieren weinig mogelijkheid hebben om hun natuurlijke gedrag te vertonen. Denk bij leghennen bijvoorbeeld aan scharrelen of het nemen van stofbaden, wat ze in kooien niet kunnen doen vanwege het gebrek aan voldoende strooisel.
Zeugen die vaststaan tussen metalen stangen hebben weinig mogelijkheid om nestbouwgedrag te vertonen, omdat ze zich niet kunnen omdraaien. Daar hebben ze net voordat ze biggen krijgen juist veel behoefte aan.
Het beperken van natuurlijk gedrag leidt tot stress en frustratie, en kan zich uiten in abnormaal gedrag zoals verenpikken bij leghennen en stangbijten bij zeugen.


Het kan ook anders!

Kooisystemen zijn uit dierenwelzijnsoogpunt verwerpelijk en ook niet nodig. Zo zijn er voor moederkonijnen inmiddels groepshuisvestingsystemen ontwikkeld. En voor zeugen bestaan er systemen om ze alleen de eerste 2 tot 5 dagen - als het risico dat zij hun biggen doodliggen aanwezig is - tussen stangen worden opgesloten, en systemen waarin ze volledig vrij hun jongen kunnen werpen en grootbrengen. Jonge kalfjes kun je op zijn minst de eerste weken in groepjes van minimaal twee houden, maar nog beter is natuurlijk ze de eerste weken bij hun moeder te laten.