Wilde zwijnen in Nederland
Wilde zwijnen komen al duizenden jaren voor in Nederland. Sinds 1993 is door het Rijk bepaald dat wilde zwijnen alleen voor mogen komen op de Veluwe, Nationaal Park De Meinweg en natuurgebied Meerlebroek in Noord-Limburg.
In deze gebieden wordt ook op ze gejaagd. Voor de rest van Nederland geldt een nulstandbeleid, wat betekent dat buiten de aangewezen leefgebieden geen enkel wild zwijn mag voorkomen en het gedood mag worden, ook als het niet tot overlast is en geen schade aanricht.
In het wild levende dieren zoals zwijnen kennen echter geen grenzen. Door verbeterde natuurverbindingen en instroom uit onze buurlanden (België en Duitsland) komt het wild zwijn tegenwoordig voor in grote delen van Nederland en de aantallen buiten de aangewezen leefgebieden nemen toe, met name in de provincies die direct grenzen aan natuurgebieden in Duitsland en België.

Belangrijk voor de natuur
Wilde zwijnen leven in kleine groepen (rotten) die bestaan uit vrouwtjes (zeugen) met hun jongen en één- en tweejarige zwijnen. Volwassen mannelijke wilde zwijnen (keilers of beren) leven solitair, met uitzondering van de paartijd, die ook wel rauschtijd wordt genoemd, van september tot maart. Zwijnen leven graag in bossen met beuken en eiken waar ze gemakkelijk energierijk voedsel en beschutting kunnen vinden. Negentig procent van hun dieet is plantaardig. Ze eten veel grasachtigen, maar ook wortels, rhizomen (wortelstokken), regenwormen en insectenlarven. Tijdens de herfst eten ze grote hoeveelheden eikels en beukennoten (mast) om een goede vetreserve op te bouwen voor de winter.
Wilde zwijnen vervullen belangrijke functies in de natuur. Door hun gedrag dragen ze bij aan de verhoging van de biodiversiteit. Ze creëren open plekken in het landschap door in de bodem te wroeten. Dit wroeten brengt minerale bodem aan de oppervlakte, waardoor pionierende plantensoorten een kans krijgen. Dit creëert ook gunstige leefomstandigheden voor bepaalde insecten. Bovendien kan het wroeten de afbraak van organisch materiaal in de bodem bevorderen en versnelt het de stikstofcyclus in de bovenste bodemlaag. Ook kunnen wilde zwijnen aas openbreken, waardoor het beschikbaar komt voor de kleinere aaseters.
Wanneer recreanten in een natuurgebied wilde zwijnen kunnen spotten kan dat bijdragen aan de waardering van het gebied. Een grotere natuurbeleving draagt bij aan de steun voor natuurbehoud en -beheer.
Wet- en regelgeving
Het wild zwijn is een beschermde inheemse diersoort. In de praktijk wordt het dier – desondanks – vaak grootschalig bestreden. Wilde zwijnen zijn namelijk in bijna alle provincies aangewezen als soort waarvan het aantal beperkt dient te worden. Behalve in de aangewezen leefgebieden op de Veluwe en in Noord-Limburg, geldt overal in Nederland een provinciaal nulstandbeleid en wordt hier dus geen enkel wild zwijn getolereerd. Dit nulstandbeleid wordt gehanteerd uit vrees voor schade aan gewassen en bossen, overdracht van ziektes en overlast.
In de aangewezen leefgebieden op de Veluwe en in Noord-Limburg is sprake van standregulatie: actief beheer op vooraf vastgestelde aantallen door middel van intensieve jacht. De periode van standregulatie loopt van 1 augustus tot en met 31 januari (overdag en ’s nachts). Afhankelijk van de wildstand kan deze periode worden verlengd en/of vervroegd met een maand. Naast afschot om de doelstand te behalen is ook afschot van zieke of gebrekkige dieren via een ontheffing toegestaan.
Problemen rond wilde zwijnen
Wilde zwijnen komen buiten de aangewezen leefgebieden nog steeds in grote delen van Nederland voor, en de aantallen nemen toe. Dit terwijl de aantallen gedode wilde zwijnen door afschot ook is toegenomen. De toename heeft vermoedelijk te maken met hun goede herstelvermogen. Zeugen kunnen bij hoge sterfte, bijvoorbeeld door jacht, namelijk eerder in het jaar en méér biggen per worp krijgen. Hierdoor kan de reproductiesnelheid verdubbelen.

Varkenspest
Een van de risico’s die hoge populatiedichtheden wilde zwijnen met zich mee kan brengen is een vergrote kans op de verspreiding van de Afrikaanse varkenspest. Afrikaanse varkenspest komt nu niet voor in Nederland, maar wel steeds vaker in onze buurlanden. De varkenspest wordt echter in Europa ook in regio’s waargenomen met zeer lage dichtheden zwijnen. Het grootste risico op verspreiding van de varkenspest komt van mensen en voertuigen, die het virus over grotere afstanden kunnen meedragen.
Aanrijdingen met zwijnen
Meer zwijnen zou ook meer kans op aanrijdingen betekenen. Maar er is gebleken dat juist door jacht het aantal aanrijdingen kan toenemen. Zwijnen worden uit hun leefgebied verjaagd richting bebouwde gebieden. Hierdoor neemt de overlast en het aantal aanrijdingen toe. Eind 2021 steeg het aantal aanrijdingen met wilde zwijnen naar een recordhoogte met dagelijks zeker vijf of zes aanrijdingen. Als reactie worden nog meer zwijnen afgeschoten, waardoor de dieren zich nog weer sneller gaan voorplanten en je in een vicieuze cirkel terechtkomt.
Schade aan natuur?
Of wilde zwijnen schade aanrichten in natuurterreinen is volledig afhankelijk van de natuurvisie en beheerdoelstelling van de natuurbeheerder. Bovendien moet, volgens de wet, eerst zijn gebleken dat preventieve maatregelen ineffectief zijn, voordat er overgegaan mag worden op jagen. In de praktijk houdt men hier zich niet aan, en is hier nauwelijks toezicht op.
Het nulstandbeleid is niet alleen ineffectief en onhoudbaar gebleken. Het huidige beleid leidt tot situaties die men met afschot juist wil voorkomen (zoals aanrijdingen). Bovendien zorgt het huidige beleid voor inteelt doordat natuurlijke migratie wordt verhinderd. De gevolgen daarvan zijn al merkbaar. Nagenoeg alle zwijnenpopulaties in Nederland zijn genetisch vrij arm in vergelijking met populaties in België en Duitsland.
Ondanks de ineffectiviteit van het nulstandbeleid, houden provincies veelal vast aan het traditionele beleid en staat het aanwijzen van nieuwe leefgebieden en een andere aanpak om overlast en schade te voorkomen voor wilde zwijnen niet (hoog) op de agenda.
Standpunt van de Dierenbescherming

De Dierenbescherming wil dat wilde zwijnen zoveel mogelijk met rust gelaten worden en pleit voor het opheffen van het nulstandbeleid. Het huidige beleid is ineffectief en onhaalbaar gebleken. Bovendien worden wilde zwijnen afgeschoten in gebieden waar ze geen of minimaal schade aanrichten. De dieren verdienen een plek in Nederland vanwege hun intrinsieke waarde en hun bijdrage aan de biodiversiteit. De Dierenbescherming wil dat wilde zwijnen meer en geschiktere ruimte krijgen waar ze ongestoord hun gang kunnen gaan. Tevens is het van belang dat hun leefgebieden met elkaar in verbinding staan, zodat zwijnen zichzelf tussen deze gebieden kunnen verplaatsen.
Door middel van voorlichting, deelname aan diverse werkgroepen, opdracht geven/meewerken aan (wetenschappelijke) onderzoeken en belangenbehartiging bij provincies, de Tweede Kamer en ministeries pleit de Dierenbescherming voor opheffing van het nulstandbeleid en de inzet van schadepreventie boven aantalsreductie en schadebestrijding. Wilde zwijnen moeten meer en geschiktere ruimte krijgen waar ze ongestoord hun gang kunnen gaan.

