Veelgestelde vragen LID

Wat gebeurt er met een melding? Voor welke dieren komen de inspecteurs in actie? en andere veelgestelde vragen over de LID.


  • Wat gebeurt er met een melding?

    Momenteel zijn er veertien inspecteurs van de Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming (LID) actief. Per jaar controleren zij het welzijn van meer dan 20.000 dieren. Omgerekend zijn dat maar liefst 1.500 dieren per inspecteur per jaar. Daar waar de dierenpolitie een proces-verbaal kan schrijven om de eigenaar te straffen, zetten onze inspecteurs zich in om de situatie voor het dier te veranderen.

    Ze hanteren hiervoor bestuursrecht. Dat is erg effectief (in 70% van de gevallen lukt het om de situatie voor het dier ter plaatse te verbeteren), maar ook arbeidsintensief. Er zijn vaak meerdere controles nodig om er zeker van te zijn dat een dier het echt beter krijgt. Omdat het zo'n effectief middel is, zijn de mogelijkheden om bestuursrecht toe te passen uitgebreid. Onder andere hierdoor is het in 2013 maar liefst 2022 keer ingezet, tegenover 718 keer in 2012. Dat is bijna een verdrievoudiging!

    Beter voor het dier

    Verbetert de situatie van een dier niet, dan kan de inspecteur als uiterste maatregel het dier in bewaring nemen. Bij voorkeur doen we dit niet. Het levert voor een dier veel stress op om verplaatst te worden en ook (langdurig) in een opvangcentrum verblijven is geen pretje. Daarbij: de eigenaar kan meteen een nieuwe hond of kat kopen. Zo lang de eigenaar niet weet hoe hij een dier moet verzorgen, zal hij keer op keer in dezelfde fout vallen.

    Vrijwillige Medewerkers Buitendienst

    Onze vrijwillige Medewerkers Buitendienst gaan af op meldingen die niet dringend zijn en waar geen sprake is van een overtreding. Door in gesprek te gaan met de eigenaar en hem te helpen bij de verzorging van het dier, proberen de Medewerkers Buitendienst te voorkomen dat de situatie uit de hand loopt. Ze geven baasjes voorlichting over bijvoorbeeld voeding en verzorging.

  • Hoe is de enorme stijging van controles voor de inspecteurs te verklaren?

    In 2017 behandelde de LID zo'n 3000 zaken in 2019 stevenen we af op ruim 6000 zaken, een verdubbeling! Deze stijging is het gevolg van nieuwe werkafspraken tussen de LID en haar partners in de keten handhaving dierenwelzijn. Sinds september 2018 gaat een deel van de meldingen van dierenleed dat binnenkomt bij het landelijke Meldpunt 144 niet meer eerst naar de politie, maar rechtstreeks naar de LID. Ook het aantal inspecties ter plaatse verdubbelt, van zo'n 4000 naar ruim 8000. Dankzij de nieuwe afspraken worden meer zaken opgepakt en inspecties uitgevoerd, met het verbeteren van dierenwelzijn als doel en resultaat.

    Vaker toepassen van bestuursrecht

    De werkdruk wordt vooral veroorzaakt door de enorme toename van het aantal bestuursrechtelijke handelingen. Een voorbeeld: er zit een hond in een vervuild hok. Met strafrecht kun je iemand daar een proces verbaal voor geven. Hiermee straf je de eigenaar, maar dit betekent niet dat de situatie voor de hond zal veranderen. Met het toepassen van bestuursrecht lukt dat vaak wel: de eigenaar krijgt een aantal dagen de tijd om het hok schoon te maken. Wanneer er bij hercontrole blijkt dat het hok niet schoon is, zal er, op kosten van de eigenaar, een schoonmaakbedrijf worden ingeschakeld om het hok schoon te maken. Ook zullen er hercontroles worden uitgevoerd om de situatie in de gaten te houden. Bestuursrecht kost veel tijd, omdat het gericht is op verbetering van de situatie. Hier zijn vaak meerdere handelingen of controles voor nodig.

    Aangepaste wetgeving

    Voor de komende jaren verwachten we een verdere stijging. Vanuit het ‘Besluit houders van dieren’ voeren de inspecteurs meer toezicht controles uit. Toezicht projecten richten zich vaak op de bedrijfsmatige houders van dieren, zoals honden- en kattenpensions, asielen, dierenhandelaren en fokkers. Ook de invoering van de Positieflijst voor zoogdieren, waarop dieren staan die gehouden worden, zorgt ervoor dat de inspecteurs extra controles moeten gaan uitvoeren.

  • Hoe weet ik dat een brief ook echt van de LID afkomstig is?

    Een brief van de LID ondertekenen wij altijd met een naam en handtekening. Mocht u, ondanks logo en lettertype, twijfelen aan de echtheid van een ontvangen brief, dan vragen we u deze te scannen of te kopieren en contact op te nemen via mail: infolid@dierenbescherming.nl of bel naar telefoonnummer: 088 8 113 113.

  • Hoe werkt in bewaring nemen van dieren?

    In sommige gevallen neemt de LID dieren in bewaring. Dit gebeurt altijd in opdracht van de Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland (RVO.nl). RVO.nl zorgt in zo’n geval voor de opvang van de dieren, totdat de rechter over het lot van de dieren heeft beslist of tot iemand aan de opgelegde maatregelen heeft voldaan. De tijdelijke opvang van dieren regelt RVO.nl met ‘opslaghouders’. Dit zijn locaties die zijn aangewezen om inbeslaggenomen dieren op te vangen. Meer informatie over RVO.nl is te vinden op de site van het ministerie van EZ.

    Als de rechter of RVO.nl beslist dat dieren niet terug mogen naar de eigenaar, kan RVO.nl de dieren ‘herplaatsen’. Katten en honden worden bijvoorbeeld naar asielen gebracht, die voor deze dieren dan weer een geschikte nieuwe baas zoeken. Andere dieren worden door RVO.nl herplaatst bij handelaren of bij belangstellende particulieren.

  • Hoe word ik districtsinspecteur?

    Districtsinspecteur word je niet zomaar! Daarvoor dien je uit bijzonder hout gesneden te zijn. Op dit moment heeft de LID geen vacatures voor de functie van districtsinspecteur. Toch een kleine toelichting op de functie:

    De districtsinspecteur moet over een grote mate van zelfwerkzaamheid en zelfredzaamheid beschikken omdat hij (lees ook 'zij') een eigen district in Nederland heeft waarin hij de dierenpolitie ondersteunt en aanvult met bestuursrechtelijke handhhaving en controles uitvoert met betrekking op dierenverwaarlozing en mishandeling.

    De districtsinspecteur weet heel goed hoe de overheid en justitie in elkaar zitten en hoe hij met hen moet samenwerken. Hij heeft regelmatig contact met het Openbaar Ministerie, Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland (RVO), Colleges van Burgemeester en Wethouders, (dieren)politie, de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) en dergelijke.

    Hij beschikt minimaal over een HBO werk- en denkniveau en is in het bezit van een politiediploma of het diploma buitengewoon opsporingsambtenaar. Verder heeft hij kennis van de gangbare onderzoeks- en opsporingstechnieken en is het schrijven van gedegen rapportages vanzelfsprekend voor hem.

    Het is vanzelfsprekend dat de districtsinspecteur een affiniteit heeft met dieren en uitstekende kennis heeft over de gezondheid en het welzijn van dieren. Ook een goede kennis over relevante wet- en regelgeving is van essentieel belang.

    De districtsinspecteur is, kortom, een duizendpoot. Iemand die stressbestendig is en goed met situaties kan omgaan waarin conflicten dreigen. Hij focust op de feiten en is niet bang om fouten te maken.

    Als een vacature voor de functie van districtsinspecteur vrijkomt, dan zal de LID dat onder meer via deze site melden.

  • Krijgt de Dierenbescherming subsidie van de overheid voor het inspectiewerk?

    De Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming wordt deels betaald door de overheid, zij voert haar taken dan ook uit voor de overheid. Maar dat is - zeker gezien het toenemende werkaanbod - niet genoeg. Er is veel meer geld nodig. De Dierenbescherming neemt de groeiende overige kosten voor haar rekening, omdat ze het werk dat de inspecteurs doen, noodzakelijk vindt.

  • Voor welke dieren komen de inspecteurs in actie?

    Gezelschapsdieren, zoals katten, honden, konijnen, enzovoort. Hobbymatig gehouden landbouwhuisdieren zijn verdeeld tussen de Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming (LID) en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). De LID is verantwoordelijk voor hobbymatig gehouden paarden, pony's, ezels, kippen en overig pluimvee.

  • Waarom kan de LID in sommige gevallen niet ingrijpen?

    Als je melding wilt doen van dierenleed, bel dan het landelijke meldnummer 144.

    Meldingen van dierenverwaarlozing en -mishandeling komen binnen bij het landelijke meldnummer 144. Vanuit 144 worden de meldingen uitgezet bij verschillende handhavende organisaties. Een deel van de meldingen komt bij de LID terecht.

    De LID wordt onder andere op het gebied van gezelschapsdieren ingeschakeld om bestuursrecht toe te passen. Bestuursrecht is gericht op het herstellen van de overtreding. Als herstel mogelijk is, worden er met de eigenaar concrete afspraken gemaakt voor de verbetering van het dierenwelzijn ter plaatse. De naleving daarop wordt gecontroleerd door de LID. In ernstige gevallen, waarin er geen uitzicht is op verbetering van de situatie, kunnen de dieren in bewaring worden genomen. Het weghalen van dieren gebeurt echter niet zomaar en vindt altijd plaats in nauw overleg met RVO.nl. In een hersteltraject kan het voor betrokkenen lijken alsof er niets gebeurt, maar achter de schermen wordt er dan wel hard gewerkt aan het verbeteren van dierenwelzijn.

    Er zijn ook situaties denkbaar waarbij het dierenwelzijn niet optimaal is, maar waarbij er geen dierenwelzijnswetten worden overtreden. Deze meldingen komen doorgaans terecht bij de Vrijwillige Medewerkers Buitendienst. Zij hebben geen wettelijke bevoegdheden, maar kunnen veelal door hun ervaring een helpende hand bieden.

  • Wat zijn de meest voorkomende misstanden die jullie inspecteurs tegenkomen?

    Het merendeel van de zaken gaat over mishandeling en verwaarlozing van honden, katten en paarden/pony’s door onkunde en onwetendheid bij de eigenaar. Daarnaast spelen problemen van psychische en financiële aard in veel gevallen een rol. Deze dieren worden niet of slecht verzorgd, krijgen te weinig of slecht eten en drinken en de nodige medische zorg wordt niet verleend. Ook de huisvesting van de dieren is regelmatig niet geschikt en/of vervuild. Als gevolg hiervan zijn de dieren vaak ondervoed, ziek, verwond of een combinatie van deze. Een slechte socialisatie betekent geestelijk lijden voor dieren. Tot slot gaat een deel van de zaken over moedwillige mishandeling van dieren. Er is dan sprake van kwade opzet.