De inspecteurs van de LID kunnen een proces-verbaal schrijven om de eigenaar te straffen, maar ze zetten zich ook in om de situatie voor het dier te verbeteren. Ze hanteren hiervoor bestuursrecht. Dat is erg effectief (in 70% van de gevallen lukt het om de situatie voor het dier ter plaatse te verbeteren), maar ook arbeidsintensief. Er zijn vaak meerdere controles nodig om er zeker van te zijn dat een dier het echt beter krijgt. Omdat het zo'n effectief middel is, zijn de mogelijkheden om bestuursrecht toe te passen uitgebreid. Onder andere hierdoor stijgt het aantal dossiers waarin bestuursrecht wordt toegepast gestaag.
Beter voor het dier
Verbetert de situatie van een dier niet, dan kan de inspecteur als uiterste maatregel het dier in bewaring of in beslag nemen. Bij voorkeur doet de LID dit niet. Het levert voor een dier veel stress op om verplaatst te worden en ook (langdurig) in een opvangcentrum verblijven is geen ideale situatie; ondanks de goede zorg en aandacht is het niet hetzelfde als een huiselijke situatie.
Houdverbod
Vroeger was het zo dat eigenaren ongestraft direct weer nieuwe dieren in huis konden nemen na een inbeslag- of inbewaringname. Daar kwam verandering in met de invoering van de Wet Aanpak Dierenmishandeling en -dierverwaarlozing in 2024. Die wet biedt de officier van justitie de mogelijkheid om een tijdelijk houdverbod op te leggen tot maximaal een jaar en de rechter kan zelfs een houdverbod uitspreken tot levenslang. Zo’n houdverbod wordt elk kwartaal gecontroleerd door een inspecteur van de LID. Als de veroordeelde het verbod blijkt te overtreden, dan worden de nieuwe dieren ogenblikkelijk weer in beslag genomen en de eigenaar riskeert een celstraf.
Vroeger was het zo dat eigenaren ongestraft direct weer nieuwe dieren in huis konden nemen na een inbeslag- of inbewaringname. Daar kwam verandering in met de invoering van de Wet Aanpak Dierenmishandeling en -dierverwaarlozing in 2024. Die wet biedt de officier van justitie de mogelijkheid om een tijdelijk houdverbod op te leggen tot maximaal een jaar en de rechter kan zelfs een houdverbod uitspreken tot levenslang. Zo’n houdverbod wordt elk kwartaal gecontroleerd door een inspecteur van de LID. Als de veroordeelde het verbod blijkt te overtreden, dan worden de nieuwe dieren ogenblikkelijk weer in beslag genomen en de eigenaar riskeert een celstraf.
In sommige gevallen neemt de LID dieren in bewaring. Dit gebeurt altijd in opdracht van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) en die zorgt ook voor de opvang van de dieren. Een inbewaringname is er primair op gericht om de eigenaar alsnog de mogelijkheid te geven om de locatie voor de dieren op orde te brengen. De eigenaar kan de dieren echter pas terugkrijgen als alle bestuursrechtelijke kosten zijn voldaan, de locatie weer helemaal schoon, heel en netjes is (de LID controleert dit van tevoren) én de dieren medisch gezond zijn. Kan de eigenaar niet aan deze eisen voldoen, dan worden de dieren herplaatst. De houder van de dieren kan altijd tegen de maatregelen in bezwaar gaan bij de bestuursrechter, die dan definitief beslist over de afloop van de zaak.
De LID kan ook dieren meenemen in opdracht van de officier van justitie. De eigenaar krijgt dan een proces-verbaal, waarna het Openbaar Ministerie (OM) zich over de zaak buigt en een besluit neemt over een mogelijke straf voor de eigenaar. Die kan zich beperken tot een beperkte geld- of taakstraf en een houdverbod tot maximaal een jaar. Maar de officier kan ook besluiten de zaak voor de rechter te brengen voor een strengere straf. Het OM heeft sinds de invoering van de Wet Dierenmishandeling en dierverwaarlozing de mogelijkheid om een gedragsaanwijzing op te leggen, wat betekent dat de verdachte geen dieren mag houden totdat de rechtszaak is geweest. Voor de rechter kan de officier van justitie hoge straffen eisen tot maximaal vijf jaar celstraf, een geldboete van 90.000 euro en een houdverbod tot levenslang. Het is aan de rechter om een vonnis te wijzen. De officier van justitie kan nog voor de rechtszaak gediend heeft besluiten om de in beslag genomen dieren te laten herplaatsen. Als de rechter het OM na afloop in het ongelijk stelt, komt de verdachte in aanmerking voor een schadevergoeding. De verdachte kan zelf ook bij de rechter in bezwaar gaan tegen een inbeslagname.
Als een dier uiteindelijk in een van de dierenasielen van de Dierenbescherming terechtkomt en klaar is voor adoptie, wordt het dier op de website ikzoekbaas.nl geplaatst.
De LID wordt volledig betaald door de overheid, zij voert haar taken dan ook uit voor de overheid. De Dierenbescherming ondersteunt de inspectiedienst in de vorm van huisvesting, ICT- en HRM-dienstverlening en facilitaire zaken.
Gezelschapsdieren zoals katten, honden, konijnen en knaagdieren, maar bijvoorbeeld ook hobbymatig gehouden roof-, water- en siervogels en reptielen. Ook landbouwhuisdieren zonder oormerk vallen onder de verantwoordelijkheid van de LID. Denk bijvoorbeeld aan paarden, pony’s, ezels en geiten. Ook hobbykippen en -pluimvee worden gecontroleerd door de inspectiedienst.
Er is soms een groot verschil tussen een ideale leefsituatie voor een dier en wat volgens de wet is toegestaan. De inspectiedienst is handhaver en toezichthouder en kan alleen ingrijpen als er sprake is van een wetsovertreding. Er zijn bijvoorbeeld minimale huisvestingseisen voor bepaalde dieren die dierenliefhebbers mogelijk lang niet goed genoeg vinden. Net zoals het in ons land niet verboden is om kuddedieren alleen te huisvesten, zoals paarden en pony’s. Dierenbeschermers zullen dat totaal onwenselijk vinden, maar omdat er niets over in de wet beschreven staat kan de LID niet ingrijpen. Door middel van lobby probeert de Dierenbescherming de wetgeving te beïnvloeden.
Het merendeel van de zaken gaat over verwaarlozing van honden, katten en paarden/pony’s door onkunde en onwetendheid bij de eigenaar. Vaak spelen bij houders ook problemen op psychisch, sociaal en/of financieel vlak een rol. De betrokken dieren worden regelmatig niet of slecht verzorgd, krijgen te weinig of slecht eten en drinken of krijgen niet de nodige medische zorg. Ook de huisvesting van de dieren is vaak ongeschikt en/of vervuild. Als gevolg hiervan raken de dieren ondervoed, verwond, worden ze ziek of een combinatie van deze. Ook een slechte socialisatie betekent geestelijk lijden voor dieren. Tot slot gaat een deel van de zaken over moedwillige mishandeling van dieren. Er is dan sprake van kwade opzet.
Je belt dan naar het landelijke Meldpunt 144, telefoonnummer 144. Meldingen van dierenverwaarlozing en -mishandeling komen binnen bij dit meldpunt, dat gestationeerd is bij de politie in Driebergen-Zeist. Door Meldpunt 144 worden de meldingen uitgezet bij verschillende handhavende organisaties. De meldingen over verwaarlozing van hobby- en gezelschapsdieren komen bij de LID terecht.
Veelgestelde vragen LID
Wat gebeurt er met een melding? Voor welke dieren komen de inspecteurs in actie? Deze en andere veelgestelde vragen en antwoorden over de Landelijke Inspectiedienst Dierenwelzijn (LID) lees je op deze pagina.