Lunchen met Beter Leven keurmerk
Aan tafel bij Ineke en Willem (en Noah)
Kies je voor vlees, eieren of zuivel? Eet bewust en kies voor de diervriendelijkere variant met sterren. Tussen 21 en 27 oktober vindt de Beter Leven week plaats. Daarom gaan we op bezoek bij mensen die op elk moment van de dag een bewuste keuze maken.
Door: Marlijn de Jager-GerhardtOnline redacteur


Willem neemt plaats aan tafel. Ineke steekt een kaars aan en komt erbij zitten. Op tafel staan een mandje brood, diverse soorten beleg, eitjes, een bakje tomaten en wat fruit. “Ik lunch altijd hetzelfde. Een boterham met vleesbeleg en een appel”, zegt Willem. “Ik varieer wat meer", vult Ineke aan. "Ik lunch ook wel met kwark, muesli en blauwe bessen of een salade. Met een druifje toe.” Ze snijdt een tomaat in schijfjes en bedekt de kaas op haar boterham ermee. Willem haalt de gebraden gehakt uit de verpakking en belegt daarmee zijn boterham. Hij wijst naar de verpakking: “Meestal doe ik de boodschappen, wij kiezen heel bewust voor Beter Leven keurmerkproducten. En als het niet om dierlijke producten gaat, kiezen we áltijd voor de biologische variant. Dat doen we al zolang ik het me kan herinneren.” Ineke: “Ja, maar flexitariër zijn we nu een jaar of tien. Onze dochter werd vegetariër en verdiepte zich in de veehouderij. Ze vertelde ons over de manier waarop dieren gehouden worden en daar schrokken we van. Sindsdien kook ik vaker vegetarisch. Als we vlees eten, zorgen we er dus voor dat het Beter Leven keurmerkvlees is.” Willem: “Het nieuws beïnvloedt ons ook. Ik volg het nieuws op de voet en je ziet al jaren dat boeren het moeilijk hebben. En dan ook boeren die de intensieve veeteelt vaarwel zeggen en omschakelen naar biologisch. Ik sta daar sympathiek tegenover en wil dat stimuleren.”

Gebrek aan ruimte vraagt om andere manier van boeren
Willem snijdt met mes en vork een hoekje van zijn boterham af en Ineke kijkt hem peinzend aan: “Vorig jaar reden we door Engeland en daar zagen we overal varkens die heerlijk in de modder wroetten. De biggetjes liepen vrij rond met hun moeder. Er stonden kotjes waar de dieren in konden schuilen. Dat zag er zo fijn uit!” Willem glimlacht: “O ja, dat was prachtig! Ze hadden ook veel ruimte. In Nederland hebben we te maken met ruimtegebrek…” Ineke knikt bezorgd: “Tsja, en er worden ook zoveel dieren geëxporteerd. Wel 80% hoorde ik! Hoe kunnen boeren die zich meer richten op dierenwelzijn en lokale productie daar tegenop boksen?” “Wat dat betreft lijkt het me geen gek idee om de veestapel te halveren en een omslag naar Beter Leven en biologisch te realiseren”, concludeert Willem.
Zowel Ineke als Willem hebben altijd al een groot hart voor dieren gehad. Ineke: “Mijn vader was lid van de Dierenbescherming en hij deed er veel voor. Soms kwam hij plots met een hond thuis die dringend een huisje zocht. We hadden altijd wel dieren in huis.” Bij Willem thuis was weinig ruimte voor dieren: “Ik woonde op een bovenhuis aan de rand van Den Haag. Maar schuin tegenover ons huis stond een boerderij. Boer Koot vertrok altijd om een uur of vijf om zijn koeien te melken, die stonden een kilometer verderop. Dan kwam ik uit school, sprong ik als klein jochie achterop zijn kar en kreeg ik van de boer van die grote koeken. Hij had een stuk of tien koeien en die mocht ik elk zo’n koek geven. Eigenlijk was dat gewoon een bioboer. Je had in de vijftiger jaren nog geen industriële boeren.”
“Het draaide allemaal nog niet om zulke grote hoeveelheden!” beaamt Ineke. “Na de hongerwinter van 1944 was de eerste prioriteit van de kabinetten om ervoor te zorgen dat er genoeg te eten was. Alleen is het nu te ver doorgeschoten”, zegt Willem. “Het is ongemerkt te hard gegaan, niemand dacht na over de omstandigheden van de dieren. Volgens mij denken mensen daar nu bewuster over na”, vult Ineke aan. “Er is zeker een nieuwe tendens gaande”, bevestigt Willem, “maar we zijn er nog niet.” “We zorgen in Nederland steeds beter voor onze dieren, maar boeren in andere landen doen dat vaak niet. Ik zag deze week nog zo’n vrachtwagen met levend vee rijden. Waar gaan die dieren heen? Gaan ze soms naar Italië voor de parmaham? Dat is toch waanzin. Het is niet makkelijk voor boeren die zich richten op de Nederlandse markt.” Willem knikt en steekt zijn vinger omhoog: “Máár, daarom richten wij ons ook vol op de biologische en Beter Leven boeren! Een betere wereld begint bij jezelf.”

Pluimveehouder Meindert Talma is samen met zijn vrouw eigenaar van ‘TalmaWâld Ova B.V.’ en heeft twee medewerkers in dienst. Op deze, in de Noordelijke Friese Wouden gelegen, boerderij krijgen de 3 sterren Beter Leven vrije-uitloopleghennen alle ruimte om natuurlijk gedrag te vertonen. In Meinderts ogen is dat een voorwaarde om drie sterren van het Beter Leven keurmerk te verdienen. Twintig jaar geleden begon Meindert met de aanleg van vrije-uitloopstallen. Hij wilde dat de kippen buiten konden zijn met meer vrijheid. De pluimveehouder heeft één 3 sterren Beter Leven stal en breidt uit met een andere stal, die volop in verbouwing is. Hij werkt toe naar een geheel drie sterren-waardig pluimveebedrijf.

Zowel binnen als buiten de stallen kunnen de kippen scharrelen, zich verstoppen, eten, zitten en liggen. De bomen, bosjes en boomstammen bieden genoeg mogelijkheden. Ook is er voldoende verrijkingsmateriaal aanwezig waarmee verveling en pikgedrag wordt tegengegaan: “We strooien graan, één of twee keer per dag. Daarnaast hebben we strobalen en luzernebalen. Er is een zandbed in de wintergarden. In het witte zand kunnen de kippen rollen en hun veren verzorgen, dat is erg belangrijk voor ze. En omdat het zandbed binnen is, kunnen ze het zelfs bij regen gebruiken.” Dat deze manier van boeren niet alleen beter is voor dierenwelzijn maar ook voor de mens, beaamt Meindert: “We werken hier met plezier en zijn maatschappelijk goed bezig. Er zijn minder legkippen in de stal, ze lopen buiten en hebben meer ruimte. Het is mooi om op deze manier boer te kunnen zijn, zowel voor de kip als boer.”



