Dieren, dingen en Dolittle’s
Kort dierendag-essay: hoe regelen we beter wat we van dieren begrijpen?
In mijn maandelijkse bijdrage met ‘juridische dierengeluiden’ wil ik, zoals beloofd, terugkomen op het punt van het dier als eigendom. Een heel passend onderwerp in de week dat we Dierendag vieren.

Door: mr. Léon RipmeesterJurist

4 Oktober is namelijk van oorsprong de gedenkdag van Sint Franciscus van Assisi, een Italiaanse heilige uit de twaalfde eeuw (*1). Van oorsprong een rijke koopman, gaf hij al zijn eigendommen op om zijn leven te wijden aan zijn liefde voor God, voor mensen én voor dieren en planten. Zijn special feature; hij kon met dieren praten. Of zoals ik deze Middeleeuwse Dr. Dolittle zou verklaren; hij ‘verstond’ (of begreep) de behoeften van dieren. Of nog beter; dát dieren om te beginnen behoeften hebben en liefde nodig en zorg verdienen. Zijn tijdsgenoten bespotten hem hierom, maar toch raakte hij bij velen een gevoelige snaar. Hij verwoordde namelijk het knagende gevoel dat in die tijd heerste, dat er ‘iets’ fundamenteel niet klopte in de omgang van mensen met dieren. Toen al.
Toch leidde dat niet direct toch veranderingen. De dieren bleven eigendommen, voorwerpen die benut konden worden. Men verschool zich achter de troostrijke gedachte dat dieren immers toch niet meer zijn dan ‘willoze werktuigen’ (*2).
Over dierengeluiden gesproken
Fast-forward naar onze tijd. Per 1 januari 2013 werd op initiatief van de Christen-Unie het Burgerlijk Wetboek gewijzigd. In het hoofdstuk over 'eigendom' (*3) werd letterlijk opgenomen: “Dieren zijn geen zaken”. Lees; dieren zijn -blijkbaar- iets anders dan ‘gewone’ eigendommen. Ze verdienen een andere -en eigen- status. Het Burgerlijk Wetboek vervolgt dat dieren weliswaar geen zaken (‘eigendommen’) zijn, maar dat alle wettelijke regels over zaken in beginsel wel ‘gewoon’ van toepassing zijn. Dus ja??
Opnieuw (nog steeds!) is er dat ongemakkelijke gevoel over dieren, en hoe we daarmee omgaan. We uiten dat zelfs in de wet. Maar dan?
Het bedoelde wetsartikel is een mooi statement, maar in de juridische praktijk nog niet bepaald ingeburgerd. Althans, dat is eigenlijk ook nog nooit goed onderzocht. Ik ken zelf alleen wat verhalen over rechters die op grond van dit artikel een omgangsregeling voor een huisdier bedachten (en zich daartoe gingen verdiepen in het specifieke hondenras) toen de ex-partners er zelf niet uitkwamen. Of deze rechter hiermee als een hedendaagse Fransiscus collega's inspireerde, of dat er in de bedrijfskantine smakelijk om gelachen werd, is onbekend. Laten we hopen dat eerste, want op zichzelf moet de rechterlijke macht helpen om dit wetsartikel in de praktijk te duiden. Immers; wanneer is er dan wél aanleiding om de gebruikelijke regels over eigendom buiten toepassing te laten?
Rechteloos
We komen zo in een vreemde spagaat terecht. Enerzijds een ongemakkelijk gevoel over waarom we dieren zo ‘rechteloos’ laten. Anderzijds tiert bijvoorbeeld de dierenhandel via internet welig. Het dier als gadget, als mode-accessoire, als (wegwerp-)‘product’ is letterlijk en figuurlijk nog nooit zo dichtbij geweest.
We wéten inmiddels wel veel meer over dieren. Waar Sint-Franciscus zich moest beroepen op de liefde van God, weten we inmiddels ook via empirisch onderzoek dat dieren allesbehalve ‘willoze werktuigen’ zijn (*4). Ze lijken verdacht veel op onszelf eigenlijk (*5).

Dieren vertalen
Zoals ik vorige keer al schreef; ook in de juridische wereld dringt het besef door dat het anders moet. Het Burgerlijk Wetboek danken we aan Napoleon, en die had het op zijn beurt weer van de Romeinen. En die hadden er zeg maar ook al een tijdje op zitten kauwen voordat ze de regels over het centrale begrip ‘eigendom’ op papier zetten. Juristen zijn daar nog altijd heel blij mee. Zoals ik vorige keer schreef; eigendom komt met duidelijkheid, met verantwoordelijkheid, eventueel met aansprakelijkheid. Dat is niet per se verkeerd voor de dieren.
Maar ze verdienen méér. Nu vinden veel juristen verandering vaak een beetje eng.
Echter, er zijn tegenwoordig ook ‘mr. Dolittle’s’ die zich er voor opwerpen om de rechtspositie van dieren beter te waarborgen in wetten en regels. Zij vertalen als een soort tolk de behoeften van dieren naar papier. Net als Franciscus werden ze ooit bespot (door hun collega-juristen), maar dat is allang niet meer zo.
Ik noem een paar oplossingsrichtingen waaraan gewerkt wordt, puur voor jullie beeld:
- Geef dieren rechtspersoonlijkheid, zoals aan een mens. Dit speelt met name bij mensapen, waarbij we steeds minder goed kunnen verdedigen waarom deze niet bepaalde rechten zou genieten als mensen, puur vanwege de volkomen vergelijkbaarheid. Hier zijn ook rechtszaken over gevoerd in het buitenland (*6);
- Voorzie de juridische positie van dieren, ook al zijn het óók eigendommen, van een kader, een ladder of piramide waarlangs je kunt meten -en bevorderen- in hoeverre de belangen van dieren volwaardig worden meegewogen in een land. Staan de rechten van dieren bijvoorbeeld in de Grondwet? Zijn er goede wetten om misstanden en dierenmishandeling tegen te gaan? Ook dit soort modellen hebben het 'dier als rechtspersoon' overigens als uiteindelijk perspectief (*7)
- Verbeter de bestaande dierenwelzijnswetgeving om de belangen van dieren beter tot hun recht te laten komen. Niet dierenwelzijn als een soort minimum, waarbij je bijvoorbeeld veehouderijdieren zoveel mogelijk als ‘economische factor’ inzet (dat is eigenlijk gewoon weer; dat achterhaalde ‘willoze werktuig’), maar waarbij je kijkt naar hun kwaliteit van leven, naar het waarborgen van ‘positief’ dierenwelzijn (écht gelukkig zijn, dat dieren een leven mogen leven dat het waard is geleefd te worden), naar randvoorwaarden voor een dierwaardig bestaan (*8). Het zou al een flinke stap voorwaarts zijn, als we dieren in de wetgeving niet meer primair rangschikken naar hun gebruiksdoelen voor de mens: 'proefdier', 'veedier', 'productiedier', 'huisdier'. We zouden moeten onderkennen dat we dieren daarmee 'geen recht' doen. In een volgende Dierengeluiden wil ik graag nog eens ingaan op waarom dit zo is, en welke kwalijke gevolgen dit heeft.
Eindelijk op weg naar een beter begrip?
Ik hoop zó dat deze ontwikkeling ditmaal resultaat heeft. Dat we niet, zoals in de tijd van Sint Franciscus, omwegen gaan bedenken om alles toch weer bij het oude te kunnen laten. We moeten het echt anders en beter gaan regelen. En rap een beetje.
We zijn anders zélf de ‘willoze werktuigen’, als we gewoon maar doorgaan met het doen van in de kern best wel heel domme dingen met dieren. In de Middeleeuwen konden de mensen zich er nog een beetje achter verschuilen, dat ze nu eenmaal niet beter wisten. Maar die vlieger gaat inmiddels niet meer op.
When we all Do-a-little, we can change a lot! (hoorde ik een vogeltje laatst fluiten).

*1) Wisten jullie dat Dierendag in Nederland is geïntroduceerd door de Dierenbescherming? Zie: https://www.dierenbescherming.nl/dierendag
*2) Zie voor een historisch overzicht van het filosofisch denken over dieren: P. Cliteur, Darwin, dier en recht, Leiden 2001
*3) Burgerlijk Wetboek, Hoofdstuk 3, artikel 3:2a lid 1 en 2
*4) Zie de verslaglegging en de bijdragen van de Vaarkamplezing in 2022, die onder de titel "Relatiecrisis?" juist ingingen op dit onderwerp: Verslag Vaarkamplezing 2022 | Verslag | Raad voor Dierenaangelegenheden (rda.nl)
*5) Dieren worden wat dat betreft tegenwoordig ook wel aangeduid als 'non-human animals', om het geringe verschil met de diersoort 'mens' aan te duiden.
*6) Zie deze lezenswaardige blog over o.a. de 'Great Ape Personhood' De dood van een patriarch | Weblog | Raad voor Dierenaangelegenheden (rda.nl) en een voorbeeld van een nieuwsbericht hierover uit de Verenigde Staten: Do Apes Deserve 'Personhood' Rights? Lawyer Heads to N.Y. Supreme Court to Make Case (nbcnews.com)
*7) De Nederlandse onderzoekster Eva Bernet Kempers doet hier bijvoorbeeld onderzoek naar, zie Publicaties Eva Bernet Kempers | Eva Bernet Kempers | Universiteit Antwerpen (uantwerpen.be)
*8) Zie over dit onderwerp; Wat is dierenwelzijn? (dierenbescherming.nl) en Welfare Quality: meten van dierenwelzijn - Groen Kennisnet
