Dieren in het asiel: wiens schuld?

Onlangs zijn we begonnen met de campagne #geefommij, waarin we mensen bewust maken van het vele werk dat we doen, maar vooral ook wíllen gaan doen, om moeilijk plaatsbare dieren in de asielen tóch weer snel aan een nieuwe baas te helpen. Natuurlijk door ze goed te verzorgen, maar ook met speciale begeleiding als dat nodig is. In de media maakten we helder dat het gaat om een groeiende groep van inmiddels één op de vijf dieren die te lang in het asiel verblijven omdat ze wegens ouderdom, ziekte of een gedragsprobleem niet populair zijn. Sommigen willen weten wiens schuld dat is.
Dierenbescherming

Door: Dierenbescherming Directie

Dieren in het asiel: wiens schuld?

In de campagnedie nu loopt, communiceren we vooral eenduidig over de oplossingen die we zien voor deze groep dieren, maar we willen natuurlijk niet weglopen voor deze specifieke vraag. Hij wordt begrijpelijkerwijs vooral gesteld door journalisten. En die belden ons gelukkig vaak. Ze krijgen steevast te horen dat de problemen in onze asielen vooral ontstaan als gevolg van impulsieve beslissingen van mensen die gewoon niet goed hebben nagedacht over de gevolgen van het hebben van een huisdier.

Asiel als last resort
Het is een structureel onderdeel van onze voorlichting: 'bezint eer ge begint'. Hoe oubollig en old school het ook moge klinken, je ontkomt er niet aan om dit aspect van het verantwoord huisdierbezit te benadrukken. Terug naar de vraag waarom het dan blijkbaar meer dan voorheen voorkomt dat onze dertig asielen tegen het probleem van de 'afdankertjes' aanlopen; we zijn een last resort geworden. Het klinkt vervelend, maar de realiteit is niet anders. In het persbericht bij de start van de campagne hadden we het overdrachtelijk over onze asielen als 'dumpplek' voor afgedankte dieren. Niet dat de dieren letterlijk gedumpt of achtergelaten worden, maar wel in de zin van: "hier heb je 'm, wij hoeven 'm niet meer". Om wat voor reden dan ook.



Nou hadden we die functie natuurlijk al langer, maar het wordt meer en meer voelbaar dat de makkelijk plaatsbare dieren via andere wegen dan het asiel worden herplaatst. Bijvoorbeeld via de digitale snelweg van oude eigenaar naar nieuwe baas. Soms door tussenkomst van bemiddelaars, maar vaak ook niet. En onze asielen zitten dan met een groeiende groep dieren waarbij dat herplaatsen niet zo makkelijk gaat. Juist die dieren willen we blijven helpen. Maar dan is er wel meer nodig dan we nu kunnen bieden. Professionele trainers, langdurige medische hulp, kortom: geld…

Dierenartsen geen schuld
We waren dus enorm blij met de media-aandacht voor onze noodkreet. Het is de steen in de vijver die de rimpeling veroorzaakt, en actie. Mensen vragen om meer informatie of willen helpen. Fantastisch! Eén groep was minder enthousiast, en terecht. Dierenartsen en hun koepelorganisatie de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde (KNMvD) stoorden zich aan een stuk waarin werd gesuggereerd dat het allemaal hún schuld was. Dat is natuurlijk klinkklare onzin en dat stond ook niet zo in de tekst, maar de kop ‘Meer zieke dieren in asiel door veel te dure dierenarts’ deed anders vermoeden.


Je kunt debatteren over de vraag of de kosten voor de dierenarts hoog zijn, maar het zal te allen tijde een persoonlijke en individuele afweging blijven. Eentje die je maakt vóórdat je een huisdier aanschaft. Als de dierenarts dan voor jou ‘veel te duur is’, moet je er niet aan beginnen. Of een goede verzekering afsluiten. En mocht onverhoopt de nood toch aan de man komen, dan staat de Dierenbescherming natuurlijk altijd klaar om te helpen!

Peter Verdaasdonk,
Algemeen directeur