Dierwaardige veehouderij is niet alleen verantwoordelijkheid van de boer

Ook overheid en consument aan zet

Morgen debatteert de Tweede Kamer over twee belangrijke randvoorwaarden om een dierwaardige veehouderij mogelijk te maken: het verdienvermogen van boeren en het grondbeleid. Als we de plannen voor een dierwaardige veehouderij willen realiseren, moeten boeren ook de mogelijkheid hebben om die stappen te zetten. Die opgave is te groot om alleen bij boeren neer te leggen.

Lisanne Stadig

Door: Lisanne StadigProgrammamanager veehouderij

Dierwaardige veehouderij is niet alleen verantwoordelijkheid van de boer

De meerderheid van de Nederlandse bevolking wil dat dieren in de veehouderij een dierwaardig leven hebben. Dat bijvoorbeeld koeien naar buiten kunnen, dat er geen staarten worden afgeknipt van varkens en dat kippen meer ruimte krijgen om te scharrelen. Stappen in die richting worden gezet met het convenant ‘Stappen naar een Dierwaardige Veehouderij’ en de AMvB (wetgeving) voor dierwaardige veehouderij. Wij zouden graag zien dat die wetgeving wordt aangescherpt, want een echt dierwaardige veehouderij wordt hiermee niet bereikt. Maar dat betekent in veel gevallen ook: meer investeringen voor boeren.

Betalen voor dierwaardigheid

De meeste boeren kunnen de stal niet diervriendelijker maken als niet zeker is of dat wel terugverdiend wordt. Dus als we willen dat boeren investeren in dierenwelzijn, moet er voor dierwaardigheid worden betaald. De overheid heeft hier een belangrijke rol in; door afspraken te maken met supermarkten, horeca en levensmiddelenindustrie om dierwaardigere producten tegen een eerlijke prijs te gaan verkopen. Dat is op dit moment niet altijd goed geregeld. En als producten naar onze buurlanden gaan, is het nog ingewikkelder. De overheid zou dus hierover óók in gesprek moeten gaan met de landen om ons heen.

Het betekent daarnaast dat mensen meer moeten betalen voor een stukje vlees, doosje eieren of pak melk. Berekeningen laten zien dat de maatregelen uit de AMvB een gemiddeld huishouden zo'n €52-88 per jaar zouden kosten. Maar ook al willen de meeste mensen dat dieren in de veehouderij een goed leven hebben, zodra het onze portemonnee raakt, zijn veel van ons geneigd de ogen te sluiten en toch te gaan voor de goedkope bucket bij KFC. Of we halen ons vlees, maar ook zuivel en eieren, over de grens zonder daarbij te letten op een keurmerk. Dan willen we veel voor weinig en zetten we geen vraagtekens bij hoe die kip geleefd heeft of misschien zelfs geïmporteerd is uit landen waar het dierenwelzijn nog veel minder is. Tot frustratie van de Nederlandse boeren die het beter willen doen.

Het blijft dus lastig om van consumenten te verlangen bewuste keuzes te maken en meer te betalen voor dierenwelzijn. Door ze bijvoorbeeld te vragen te kiezen voor biologische producten of producten met het Beter Leven keurmerk, en vaker te kiezen voor plantaardig.

Daarom hebben we vooral ook commitment nodig van supermarkten, cateraars en A-merken. Zij moeten meer producten aanbieden en gebruiken die hoge eisen stellen aan dierenwelzijn of plantaardig zijn, waardoor het voor consumenten makkelijker wordt om bewuste keuzes te maken.

Onvoldoende grond

Een ander probleem is dat een deel van de boerenbedrijven geen of onvoldoende grond heeft, waardoor koeien bijvoorbeeld geen weidegang krijgen en kippen geen uitloop. Grond is duur en schaars, dus we hebben de overheid heel hard nodig om ervoor te zorgen dat veehouders voldoende grond tot hun beschikking krijgen om dieren de ruimte te geven die ze nodig hebben. Dat is ook een aanbeveling van een recent advies van de Raad voor Leefomgeving en Infrastructuur, net als het aanpassen van subsidies en fiscale regelingen zodat ze meer sturen op verduurzaming, in plaats van de grondprijs verder opdrijven.

We hebben dus een overheid nodig die keuzes durft te maken. Die naar het totale plaatje kijkt en overziet wat er op alle vlakken moet gebeuren en daarin investeert en faciliteert. Die boeren helpt, zowel met vergunningen, grondbeleid als financiële ondersteuning, om te komen tot een dierwaardige en toekomstbestendige veehouderij.

Voor een dierwaardige veehouderij

De Dierenbescherming heeft grote zorgen over het voorstel Dierwaardige Veehouderij zoals die nu voorligt. Hoewel we erkennen dat er enkele goede stappen worden gezet, schiet de voorgestelde wetgeving in onze ogen flink tekort.

Meer artikelen Over de voorgestelde wetgeving