Helaas, weer niet genoemd...
Wat zou jij doen als je verantwoordelijk minister voor dierenwelzijn zou worden?
Het ging in de formatie van de nieuwe regering de afgelopen periode weer regelmatig over namen. Wie zou er minister of staatssecretaris worden? Welke persoon zou er passen bij dit of dat ministerie? Het gonsde van de geruchten. Mogelijke kandidaten deden hun best om vragen van het journaille te beantwoorden met stalen gezichten. Vaak zonder erin te slagen een glimmende grijns te onderdrukken. "Daar kan ik écht niks over zeggen...".

Door: mr. Léon RipmeesterJurist


Wat als... ik minister dierenwelzijn was?
Wie het legendarische tv-duo Van Kooten en De Bie nog kent, associeert dit alles maar met één ding: "Ik ben genoemd". Een uitspraak van het typetje prof. dr. ir. Akkermans, dat duidelijk vergenoegd is nu hij – naar eigen zeggen althans – genoemd wordt als kandidaat-minister. Maar of dat echt zo is, en door wie dan, en voor welke post, dat kan hij tegelijkertijd on-mo-ge-lijk delen. Voor wie het niet kent, of juist wel, kijk vooral nog even naar deze treffende klassieker. Verrassend herkenbaar, vind je niet?
Wat zou je eigenlijk zelf doen, mocht je minister worden verantwoordelijk voor – nee, géén willekeurig voorbeeld – dierenwelzijn? Ik betrap me erop, dat ik daar zelf ook wel over nadenk. Puur hypothetisch natuurlijk.
No-brainers en dus ook geen jacht meer
Als het gaat om dierenwelzijn en wat de vertrekkende regering (vooral: niet) heeft ondernomen, is er genoeg om kritisch over te zijn. Mocht ik minister of staatssecretaris worden met 'dierenwelzijn' in mijn portefeuille, dan is de no-brainer dat ik er bij alle lopende initiatieven om dierenwelzijn te verbeteren echt een schep bovenop zou doen. Sneller, en met hogere prioriteit.
Het open jachtseizoen waarmee 'plezierjacht' of 'jacht als hobby' wordt toegestaan, zou ik zonder blikken of blozen, onmiddellijk sluiten. Met de vijf diersoorten die dan bejaagd mogen worden, gaat het aantoonbaar slecht – en wettelijk gezien mág de jacht dan niet eens geopend worden. Kijkend naar wat huidige staatssecretaris Rummenie heeft nagelaten te doen, zie ik dat als achterstallig onderhoud. Achterstallig onderhoud dat veel dierenleed veroorzaakt en het voortbestaan van 'algemene' soorten zoals de konijn en haas bedreigt. Eigenlijk nog een no-brainer dat dit anders moet.
Toch zou ik geloof ik zeker ook weer niet alles op de schop gooien. Ik heb mezelf in een van mijn eerdere blogs wel eens 'de diplomaat van de dieren' genoemd, eerder dan 'de advocaat' (wat sommigen in mijn ‘bubble’ van zichzelf menen te moeten zeggen). Ik geloof in draagvlak, in overleg, in oplossingen die dierenwelzijn verbeteren zonder alléén maar weerstand op te roepen – want dan wordt het niks.
Zure zorgen
Als kleine jongen was ik bezorgd over 'zure regen', die het gevolg was van de uitstoot van fossiele brandstoffen en die de bomen en bossen op aarde grootschalig bedreigde. Ik vond eigenlijk dat iedereen daar mee bezig moest zijn (in plaats van alleen maar, ik noem maar wat, de Koude Oorlog). Als iedereen er maar genoeg aandacht aan zou besteden, dan zouden we het samen wel kunnen oplossen.
(NB Ik was overigens ook gek op auto's, maar had erover nagedacht dat iedereen dan wel elektrisch moest gaan rijden – tamelijk visionair halverwege de jaren '80 al zeg ik het zelf). Zo kijk ik ook aan tegen dierenwelzijn. Iedereen heeft wel iets met 'dieren' en tegen beter dierenwelzijn zijn ook maar weinigen echt gekant.
Ik zou het geloof ik belangrijk vinden, dat we dierenwelzijn om te beginnen weer eens de wat prominentere plek geven in beleid en afwegingen die het verdient. Prominenter, dus niet: allesbepalend. Ik ben er wel eens bevreesd voor dat we dierenwelzijn vergeten tegen de achtergrond van alles wat er gaande is in de wereld, en ook in ons eigen landje. Ga bijvoorbeeld beter regelen dat het dierenwelzijn en de intrinsieke waarde van het dier écht overal worden meegewogen in wetgeving en beleid. Ook bij gemeenten en provincies. In dat verband zou ik zeker gaan werken aan het opnemen van dieren in de Grondwet, waar ik al vaker voor pleitte.
Zou ik bewindspersoon voor dierenwelzijn worden, dan zou ik echter meer doen. Ik zou mijn ambtenaren vragen weer eens een 'old school' beleidsplan over dierenwelzijn te maken, over wat er allemaal ligt en moet gebeuren, en met welke ambities, deadlines en middelen. Al veel te lang niet meer gezien. Ik zou trouwens ook om meer monitoring vragen. Hoe vaak worden zaken van dierenmishandeling aangepakt en voor de rechter gebracht? Hoe vaak leidt dit tot een veroordeling, en met welke strafmaat? Een paar jaar geleden werden de straffen verhoogd en kwam er het door ons zo vurig gewenste 'zelfstandige houdverbod'. Maar wat heeft dit 'in het echt' betekend, en wordt dit houdverbod inmiddels ook wel eens echt opgelegd? En hoe vaak dan?
Ook zou ik in de pauzes bij de ministerraad mijn collega-bewindspersonen bij de koffieautomaat aan hun jasje trekken: ''Zeg, wat kan jouw ministerie eigenlijk doen, om bij de uitvoering van wetgeving en beleid dierenwelzijn beter te betrekken. Op mijn ministerie is men er wel bekend mee, maar tjongejonge bij jullie...''.
Er zijn ook steeds meer punten die één ministerie overstijgen en die dieren nogal aangaan. Vogelgriep. Het bouwen van nieuwe woningen. Het inrichten van nieuwe defensiegebieden en -vliegvelden. De uitrol van het vuurwerkverbod. Etc.
Botsende belangen, of iedereen blij?
Een bijzonder punt is de stikstofproblematiek. Dat raakt aan milieu én dierenwelzijn. Soms lijkt het wel, of die twee met elkaar in strijd zijn, en er gekozen moet worden. Je mag je hond niet meer uitlaten in het bos, want de urine en ontlasting is slecht voor de zeldzame soorten. Helemaal waar, maar de hondenbezitter voelt zich de zondebok (en waar moeten we dan heen met onze Fikkie die toch echt zijn beweging nodig heeft?). Scheve gezichten liggen zomaar op de loer, terwijl de bescherming van dieren, natuur en milieu toch echt zo duidelijk in hetzelfde team zitten.
Een ander punt waar het elkaar allemaal raakt is in de intensieve veehouderij. Nee, kant-en-klare oplossingen heb ik hier niet voor. De jurist in mij zegt: zorg dat de Wet dieren en de Omgevingswet meer nadrukkelijk met elkaar verbonden worden op 'dieren-issues' (denk ook aan stalbranden, of de bescherming van wilde dieren). Draag beter uit wat er op grond van de Omgevingswet allemaal al wél geregeld kan worden voor dieren(-welzijn). Het kleine jongetje in mij komt weer naar boven en zegt: ''Het kan wél!'' Een slogan die naar verluid recent breder is omarmd..
Volgende keer beter...
Helaas, mijn droom spatte uiteen. Er is bekendgemaakt dat Jaimi van Essen (D66) de nieuw beoogde landbouwminister is. Jaimi, van harte gelukgewenst en mocht je dit lezen, dan geeft het je misschien alvast wat inspiratie. Ikzelf richt me dan maar op de vólgende verkiezingen over vier (?) jaar. Dus deel dit bericht vooral gretig. Geef me je likes. Zodat ik tegen de tijd dat de verkiezingen eraan komen alvast met een mysterieuze grijns kan rondbazuinen: ''Ik kan er niet veel over zeggen, maar ik wórd genoemd...".
