Help! De exotische buitenbeentjes van het dierenrijk
Nieuw RDA-rapport roept op tot andere aanpak voor 'invasieve uitheemse' diersoorten
Laatst zaten we met ons gezin na te tafelen op het terras van een favoriet Chinees eethuisje. Plots zag ik uit mijn ooghoek twee grote insecten overvliegen op goothoogte. Ik wist meteen: hoornaars. Ik zag hoe een van hen een abrupte zwenking maakte en met een grote boog de landing begon in te zetten.

Door: mr. Léon RipmeesterJurist


Een paar seconden later zaten we aan tafel met een Aziatische hoornaar, die zich de kliekjes foe yon hai-tomatensaus duidelijk goed deed smaken. Om na een paar minuten weer even onverstoorbaar op te vliegen om zijn (of haar) reis te vervolgen.
Thuis overwogen mijn vrouw en ik of we een melding zouden moeten maken van deze waarneming. We lazen op internet dat de Aziatische hoornaar richting mensen een 'goeiige lobbes' is met vooral insecten op het menu (over ei met pittige tomatensaus geen woord). We besloten het er bij te laten zitten. Een Aziatische hoornaar die een tussenstop maakt om bij een Chinees restaurantje bij te tanken met foe yong hai. Ja, wat houd ik toch van de exotische buitenbeentjes van het dierenrijk. Alleen, ik houd dus niet zo van "exoten".
(Was)-beren op de weg
Van het woord "exoten" bedoel ik. Het heeft de bijklank van nadrukkelijk anders zijn. Er niet bij horen. Wij en zij. Actief buitensluiten. Bestrijden zelfs.
Recent verscheen het RDA-rapport ('zienswijze') "(Was)beren op de weg" over de aandacht voor dier en maatschappij bij de aanpak van invasieve uitheemse diersoorten. Ik mocht meeschrijven aan het rapport. Het gaat hier om een groep 'exotische' diersoorten waar vanuit de Europese Unie strenge wetgeving over is opgesteld. Deze wetgeving gaat in het bijzonder over beheren en bestrijden (en liefst: uitroeien) van de betreffende soorten. De Aziatische hoornaar is er een van.
Ook in het rapport is er aandacht voor het taalgebruik. Ik noem bijvoorbeeld, dat het Nederlandse beleid is gebaseerd op een 'Landelijk Aanvalsplan'. Het klopt, en dat wordt in het rapport ook onderkend, dat de betreffende soorten (serieuze) schade kunnen veroorzaken. Echter, ook 'exoten' zijn wezens met een intrinsieke waarde, en het doden ervan is dan ook nooit vanzelfsprekend, aldus de RDA. Ook ten opzichte van deze dieren hebben we een morele verantwoordelijkheid. De vraag is of je een afgewogen aanpak om te beginnen dan al een 'aanvalsplan' moet noemen, lijkt me.
"Als je in het taalgebruik structureel de nadruk legt op de dreiging, ga je eraan voorbij dat we ook de verantwoordelijkheid hebben onnodig lijden te beperken en het welzijn van de dieren mee te wegen", aldus forumvoorzitter Bastiaan Meerburg.
Exit voor invasief taalgebruik, welkom dialoog!
Dat meewegen van dierenwelzijn is tot op heden zeg maar niet zo goed gelukt. Het begint al met de achterliggende EU-wetgeving, die bijna schoorvoetend en half verstopt ergens iets opmerkt over het voorkomen van onnodig lijden van deze dieren. De nadruk ligt op beheren en bestrijden, en liefst het uitroeien van de 'invasive alien species' (over stigmatiserend taalgebruik gesproken). Ik sprak in mijn vorige blog al mijn verbazing uit over de soms onnavolgbare manier waarop dierenwelzijn enerzijds een erkend uitgangspunt is in het Europese recht, maar dat dit desondanks vaak amper wordt uitgewerkt op een logische manier.
Het wordt er in de Nederlandse context niet beter op, nu de uitvoering van het exoten-beleid verder vooral decentraal is belegd bij de provincies. Het RDA rapport roept dan ook op tot meer preventie en vroegtijdige signalering, voor een zorgvuldiger besluitvorming over de eliminatie en populatiebeheer waarbij ook dierenwelzijn expliciet wordt meegenomen, en verdere inzet op betere samenwerking en kennisontwikkeling. Specifiek voor dierenwelzijn wordt verder benadrukt dat dit moet worden geïntegreerd in onderzoek, te maken afwegingen en besluitvorming. Er zou een open dialoog moeten zijn over het onderwerp, met oog voor taalgebruik zonder 'onnodig beladen termen". Exit dus: 'invasive alien species', 'aanvalsplan', 'exoten' en 'eliminatie' - zou ik zeggen.
Snel weg met zinloze aanpak
Het RDA-rapport is urgent. Want we zijn er nog lang niet. Zo is er een provincie, die in het beleid heeft bepaald, dat Aziatische hoornaars wel ten zuiden van een bepaalde snelweg mogen voorkomen, maar niet ten noorden ervan. Dat is toch wel een beetje de hysterie en absurdheid ten top ('Henk, zodra 'ie zijn kop boven de vangrail uitsteekt grijpen we hem!'). Onze goeiige lobbes eet bijvoorbeeld bijen, en met de bijen gaat het helaas niet zo best. Dus er is zeker aanleiding voor onderzoek, preventie, monitoring en ja - ook bij deze insecten onderzoek naar diervriendelijker dodingsmethoden (ze worden nu langzaam gedood in een vriezer - niet fijn en niet diervriendelijk). Maar stop met deze zinloze 'Bij Hoevelaken linksaf'-aanpak. Vliegende insecten (of eigenlijk; welk wild dier dan ook) laten zich natuurlijk niet zó sturen langs bijvoorbeeld de snelweg.
Een andere onbegrijpelijke maatregel staat in het Landelijke Aanvalsplan Invasieve Exoten. In wild- en vogelopvangen worden wel eens dieren binnengebracht die behoren tot zo'n aangewezen 'invasieve' diersoort. Denk aan Nijlganzen. Dit brengt serieuze dilemma's met zich mee, die in het RDA-rapport worden beschreven. Je mag deze dieren niet zomaar houden, maar ook niet meer terugplaatsen in de natuur. Eerst dieren oplappen om ze daarna te doden: Dat is ook geen serieuze optie. Het Aanvalsplan toont echter begrip: De wildopvang mag de betreffende dieren ook overdragen aan de provincie, die er dan zorg voor kan dragen dat ze op een verantwoorde wijze worden gedood.
Tja.. Dan reduceer je deze dieren dus alsnog tot een soort in te zamelen vuilnis. Dat is dus niet het soort oplossingen (of de dialoog) die we nodig hebben.
Het RDA-rapport waaraan ik mee mocht werken, zette mij aan het denken. Hopelijk zet het rapport nu anderen, nationaal en internationaal, ook aan tot denken én actie. All animals are equal... maar de 'invasieve exoten' komen er tot op heden wel heel treurig vanaf.
Gele pootjes of bruine buikjes?
Om toch met een vrolijke noot te eindigen. Over 'what's in a name' gesproken. Ik had dit idee voor een blog al uitgewerkt, toen ik las dat de Aziatische hoornaar 'om verwarring over verschillende soorten hoornaars uit Azië te voorkomen' voortaan de geelpoothoornaar zal worden genoemd. Daar ging mijn makkelijk te begrijpen anekdote over mijn ontmoeting met zo'n belaagde lobbes! Never waste a good opportunity to spoil a blogpost, beste mensen! Het meest opvallende kenmerk, zeg ik uit eigen waarneming, is toch echt het donkere achterlijf van de oostelijke hoornaar, waartegen de vermeende 'gele pootjes' geheel wegvallen voor zover al zichtbaar. Rare jongens, die biologen.
Ik pleit als tegengeluid bij alle horror rondom invasieve exoten dan ook voor een veel gezelliger klinkende nieuwe naam. Ik dacht aan de Foe Yong-bij. Het Bruinbuikje of Het Vliegend Biervatje.. De Oostelijke Lobbes. Of wellicht 'het Aziatische Tafelgastje’ (of -Heertje). Maar misschien vind je mij nu iets te exotisch.
