Kittens in huis: matjes op de vloer en voeden in winterjas
Gastgezin – Steffie Verrijzer en Casper Schöne
Casper en Steffie verwelkomden hun allereerste nestje kittens uit het Dierenbeschermingscentrum Amersfoort in 2015. Voor Steffie voelde het als een roze wolk. “Als je eenmaal begint als gastgezin, wil je niet meer stoppen!” vertelt ze stralend. Casper glimlacht vermoeid: “Het is soms ook intensief.” Ook dit jaar hebben ze weer kittens in huis. Terwijl Pippa zich tevreden in haar schoot nestelt, knipoogt Steffie: “Dat ervaar ik anders. Ik leef echt altijd toe naar het moment dat er weer kittens komen. Al blijft het verhaal áchter die kleintjes wel triest.”
Door: Marlijn de Jager-GerhardtOnline redacteur

Casper zit middenin de kittenkamer op een felrode stoel. Aan de armleuning klautert kitten Pablo vastberaden omhoog, terwijl vanonder de stoel steeds een speels pootje van Flip tevoorschijn schiet. In de deuropening van de glazen wand – speciaal geplaatst om de kittenruimte te scheiden van het werkgedeelte – zit Steffie. Moederpoes Mira cirkelt luid miauwend om haar heen en kitten Pippa klimt met een trillend staartje over Steffies schoot, op weg naar een speelgoedmuisje.
‘De katten kregen de slaapkamer, wij het matje op de vloer’
Na het grootbrengen van ‘hun’ eerste kittens verhuisden Steffie en Casper van Utrecht naar deze woning in Zeist, waar ook poes Dribbel kwam wonen. Er volgde een periode waarin ze geen nestjes konden opvangen. Ze waren te weinig thuis om jonge dieren de aandacht te geven die ze nodig hebben. Coronatijd zorgde voor een ommekeer. Thuiswerken werd de norm, en juist die periode bleek ideaal om opnieuw te starten als gastgezin. Casper had zijn twijfels: “Zo groot wonen we hier nu ook weer niet… maar Steffie werd er zó blij van.”

De eerste moederpoezen met hun kittens kwamen en gingen. Intussen veranderde het bescheiden appartement steeds van indeling. “Elke keer ontdekten we iets dat onhandig was voor de kittens of voor ons”, vertelt Steffie. “Je hebt sowieso een aparte kamer nodig voor moeder en kroost, en in een tweekamerappartement betekent dat: schuiven!” Aanvankelijk verbleven de katten in de slaapkamer. “Op een dag trok een wat verwilderde moederpoes zich met haar nestje terug onder ons bed”, herinnert Casper zich. “We wilden hen niet storen, dus sliepen we wekenlang op matjes op de grond.” Steffie lacht: “Toen besloten we het bed maar in de woonkamer te zetten. Het ziet er misschien vreemd uit, maar grappig genoeg slapen we hier beter. We kijken vanuit bed zó de boomtoppen in, en zien duiven met elkaar kroelen.”

Flip, Pablo en Pippa stoeien vrolijk door. Balletjes rollen over de vloer, nageltjes grijpen zich vast aan de klimpalen en de kittens buitelen over elkaar heen. Moeder Mira wandelt onverstoorbaar tussen het jonge geweld door. Af en toe waagt een van hen nog een poging om bij haar te drinken, maar daar heeft ze inmiddels geen zin meer in. In plaats daarvan grijpt ze haar kitten en begint het ietwat hardhandig te wassen.
Bijvoeren... op eigen risico

In het begin viel er veel te leren voor Casper en Steffie. “Het dierenasiel maakte ons wegwijs, maar je moet ook alles een keer ervaren”, vertelt Steffie. Voeren, ontvlooien, ontwormen, medicijnen geven, heen en weer rijden naar de dierenarts voor een inenting of chip, vachtjes wassen na een virusuitbraak, kattenbakken verschonen: het klinkt eenvoudig en meestal is dat ook zo. Maar soms duikt er ineens een onverwachtse uitdaging op. Steffie schiet in de lach: “Casper, vertel eens over dat bijvoeren!” Casper grijnst en fronst tegelijk. “We moesten drie te magere kittens bijvoeren. Ik stond nietsvermoedend melkpoeder met water te mengen, toen Steffie zei dat ze daar wel ‘een beetje’ wild van konden worden. Ik dacht; dat zal wel meevallen, ze aten toch al brokjes?” Hij lacht: “Nou, ze klommen in één ruk naar mijn hoofd en hingen met hun kleine, ongecontroleerde nageltjes in mijn huid. De keren daarna trokken we onze winterjas en handschoenen aan om ze te voeden.”
Diarree, drama en Dribbel

Hoewel
Casper en Steffie ontzettend genieten van het vele spelen en knuffelen, gaat
het leven van een gastgezin niet altijd over rozen. “Het loopt helaas niet
altijd goed af met de kittens”, vertelt Steffie. “Ze zitten niet voor niets bij
ons thuis in plaats van in het asiel. Het zijn kwetsbare dieren, ze worden snel
ziek en redden het soms niet.” Even valt er een stilte, op het onvermijdelijke
gemiauw van Mira na. “We kregen ooit twee kittens”, vervolgt Steffie kalm. “Eentje
overleefde het niet. Dat is al verdrietig genoeg, want je doet zo je best… maar
dan blijft die ander ook nog alleen achter.” Het asiel probeert in zo’n geval
snel een nieuw maatje te vinden. “Dat is belangrijk voor de socialisatie”, legt
Steffie uit.
Casper zucht. “En dan die diarreevirussen. Poeh. Het stinkt en je blijft maar
schoonmaken.” Ook hun eigen kat Dribbel is soms minder enthousiast over haar
tijdelijke logees. “We houden haar goed in de gaten”, verzekert Casper. “Ze
krijgt altijd een plek waar ze zich kan terugtrekken. Het is uiteindelijk toch
háár huis.” Ook het moment van afscheid, als de kittens naar hun nieuwe baasjes
verhuizen, blijft lastig. “Je raakt toch een beetje gehecht, of je nou wilt of
niet”, zegt Steffie. Casper kijkt haar aan: “Jij moet altijd huilen.” Steffie
lacht: “Nou! Laatst pinkte jij óók een traantje weg!” “Jaaa”, geeft Casper toe.
“Dat was Ozzy. Die heeft een half jaar bij ons gewoond!”

“In het begin brachten we de kittens, zodra ze oud genoeg waren, terug naar het dierenasiel in Amersfoort”, vertelt Casper. “Daarna was de traditie om even bij te komen met een hapje en een drankje, in Leusden.” “Zodat ik niet de hele tijd hoefde te huilen”, vult Steffie aan. Tegenwoordig vertrekken de kittens rechtstreeks vanuit hun huis naar hun nieuwe baasjes. “Tja”, zegt Casper peinzend, “nu moeten we eigenlijk een nieuwe traditie bedenken.”
Poes Mira zit op een kussentje en wast zichzelf met uitbundige slagen. Haar drie kleintjes liggen voor pampus op de bank. Steffies gezicht licht op. “Nu klinkt het allemaal wel erg dramatisch”, zegt Steffie. “Terwijl ik dus altijd zó blij word van de katten! Van het moment dat ze komen, tot ze gaan!”
‘Neutraliseer en chip je kat!’

“Nu vangen we dus Mira, Pablo, Pippa en Flip op”, vertelt Steffie. “Ik denk dat Mira binnenkort alweer naar het dierenasiel terug mag. Ze begint haar kittens zo langzaamaan zat te raken.” Mira heeft jarenlang op straat geleefd. De buurt bekommerde zich om haar en deden meerdere vangpogingen, maar telkens was ze hen te slim af. Ze kreeg nestje na nestje… tot ze eindelijk hoogzwanger werd gevangen door de dierenambulance. “Ze zal wel honger hebben gehad”, zegt Steffie. “Ze is nogal gefixeerd op eten. Ik zat hier een boterhammetje te eten op de bank en die sloeg ze zo uit m’n hand.” Toch is ze niet altijd zwerfkat geweest. “Ze is ontzettend sociaal. Ik kwam er via via achter dat ze ooit bij een man woonde. Maar toen hij twee honden nam die haar aanvielen, is ze buiten gaan leven. Zo verdrietig! Ze raakte haar veilige plek kwijt en moest zien te overleven.” Daarom geeft Steffie iedereen hetzelfde dringende advies als de Dierenbescherming: “Laat je kat neutraliseren (steriliseren of castreren) en chippen! Daarmee voorkom je zoveel dierenleed.” Ze kijkt naar Mira die uit het raam staart. “Zij heeft nest na nest op straat grootgebracht, terwijl ze nu zichtbaar geniet van rust, warmte en aandacht. De verhalen van haar voorgangers waren vaak zo afschuwelijk. Dat hoeft écht niet zo te zijn!”
*Tijdens de publicatiedatum is Mira nog beschikbaar. De kittens nog niet.
