Koe en kalf zijn geen wegwerpartikelen

Dat er honderden ‘te lichte kalveren’ op Nederlandse veemarkten worden doodgespoten wordt niet herkend. Het zou slechts om enkele tientallen gaan, zeiden veehandel en kalversector een paar weken geleden (zie blog ‘overtollige kalveren’). Maar nu blijkt uit antwoorden van staatssecretaris Martijn van Dam op vragen uit de Tweede Kamer dat het om 200 kalveren per week gaat, 1% van het totaal. Dat is bijna een veewagen met aanhanger vol. De kalverliefde van melkveeboerinnen en -boeren ten spijt; dat is toch wel heel erg veel.
Bert van den Berg

Door: Bert van den Berg Programmamanager Veehouderij

Koe en kalf zijn geen wegwerpartikelen

Melkveebedrijven zouden minder van hun koeien moeten vergen, zodat de dieren ouder kunnen worden en vitalere kalveren krijgen. En kalfjes behoren niet op veel te jonge leeftijd naar de kalvermesterij te gaan, als ze al niet een betere bestemming kunnen krijgen als melk- of zoogkoe op het melkveebedrijf van geboorte. Natuurlijk is er altijd wel wat sterfte onder jonge dieren, maar kalveren zijn geen wegwerpartikel.

Dubbele belasting melkkoe
Van koeien in de melkveehouderij wordt veel gevraagd. Aan de ene kant wordt de melkproductie per koe via fokkerij en management steeds verder verhoogd. Lag deze 50 jaar geleden nog gemiddeld op 4.000 liter per koe per jaar, tegenwoordig ligt deze op gemiddeld 8.000 liter, met uitschieters naar boven tot 10.000 of zelfs 12.000 liter. Aan de andere kant is de koe tijdens de melkproductie al weer drachtig van het volgende kalf. Om melk te blijven geven moet een koe elk jaar een kalf krijgen. De zogenaamde tussenkalftijd proberen de meeste melkveehouders zo kort mogelijk te houden, teneinde veel melk te winnen. Zo draagt een koe in de melkveehouderij de dubbele last van veel melk produceren en al weer snel het volgende kalf dragen.

Nauwelijks 6 jaar oud
Als je bovenstaande in ogenschouw neemt, is het geen wonder dat melkkoeien in de Nederlandse melkveehouderij gemiddeld maar 5 jaar en 8 maanden oud worden. Het is bekend dat een hogere melkproductie positief gerelateerd is aan klauw- en uierontstekingen, oftewel tot meer ontstekingen leidt. Bovendien lopen koeien rond voortplanting en geboorte veel risico op hieraan gerelateerde aandoeningen. Redenen waarom de meeste koeien, die van nature best 20 jaar oud kunnen worden, in de melkveehouderij al binnen 6 jaar naar het slachthuis gaan.


Bedrijfseconomisch is het eigenlijk van de gekke dat een melkveehouder 2 jaar steekt in het opfokken van een kalf tot melkkoe en dat zo’n koe na nauwelijks 3 jaar melk geven naar het slachthuis wordt gebracht. Als je wat minder melk van een koe wint en langer wacht met insemineren voor het volgende kalf, kan zo’n koe zo maar een paar jaar ouder worden en is de melkveehouder uiteindelijk economisch nog voordeliger uit ook.

200 kalveren per week rijp voor slacht of destructie
Gezien de dubbele belasting van de moederkoe is het ook niet zo verwonderlijk dat een deel van de kalfjes in gewicht en gezondheid achterblijft. De boerinnen van de actiegroep Kalverliefde willen ons doen geloven dat het voor gezondheid en welzijn het beste is een kalf direct na de geboorte bij de moeder weg te halen. Zoals de melkveehouderij nu in elkaar zit, met een op haar tenen lopende moederkoe, is dat misschien ook maar het beste. Wat niet wil zeggen dat er niet aan het houden van de kalf bij de koe gewerkt moet worden (zie eerdere blog).

Met in de huidige melkveehouderij 200 kalveren per week, die maar het beste doodgespoten of direct naar het slachthuis afgevoerd kunnen worden, schort er kennelijk ook nog het nodige aan de zorg die de kalveren van hun ‘plaatsvervangende moeder’ krijgen. Maar ja, het woord kalverliefde staat ook voor jonge, wat onnozele en voorbijgaande verliefdheid.

Feitelijk doemt de vraag op of de melkveehouderij in productieverhoging en industrialisering niet te ver is doorgeschoten. Ook hier zou een wat lagere melkproductie en langere wachttijd bij inseminatie voor het volgende kalf - én nog beter: het kalf ministens 3 maanden bij de koe houden - tot betere resultaten leiden in de vorm van vitalere kalveren.

Voorzichtige stappen in de goede richting
De melkveebelangenbehartigers van LTO en NZO, de vleeskalverhouders en de veehandelaren vinden zoveel kalfjes van 14 dagen oud, die te licht van gewicht of te ziek op de veemarkt komen, ook een probleem. Na ruim een jaar onderling overleg komen ze met een Plan van aanpak ‘Vitaal gezond en duurzaam kalf’. Kalveren moeten vanaf het moment dat de koe drachtig is tot het kalf naar het slachthuis gaat beter worden gevolgd en melkveehouders dienen zich er nog meer van bewust te worden hoe belangrijk het is om de kalfjes in hun eerste twee levensweken goed te verzorgen.

Mocht er ondanks die goede zorgen toch een kalf van 14 dagen te licht of onvoldoende vitaal zijn, dan mag het van genoemde partijen wel tot een leeftijd van 20 dagen op het melkveebedrijf van geboorte blijven. Het zijn voorzichtige stappen in de goede richting.

Die voorzichtige stappen kunnen ook helpen om te stoppen met de aanvoer van hele jonge kalfjes over lange afstanden uit landen als Litouwen en Ierland, waar de kalverhouderij nu jaarlijks bijna een kwart miljoen kalfjes vandaan haalt. Of in die landen ook 1% van de kalfjes, of meer of minder op voorhand afvallen voor de kalverhouderij en naar de slacht of de destructie moeten weten we niet, maar de kalverhandel haalt alleen de sterkste kalfjes naar Nederland. Dit gebeurt grotendeels buiten het zicht van de Nederlandse publieke opinie, dus het zouden er zo maar meer kunnen zijn. Die kalfjes van ver weg kunnen om allerlei redenen beter vervangen worden door vitale kalveren van dichtbij, maar dan moeten ze hier wel goed verzorgd worden (zie onze eerdere campagne Kalvertransport