Maatregelen zorgen nog niet voor einde aan lange kalvertransporten
Nederland importeert jaarlijkse tienduizenden jonge kalveren uit Ierland. Deze lange transporten zijn een aanslag op het dierenwelzijn. In januari kondigde minister Wiersma aan te starten met nationale bestrijdingsprogramma’s tegen twee dierziekten, die het moeilijker maken om kalveren uit bepaalde landen te importeren. De Dierenbescherming heeft niet het idee dat dit de kalveren echt gaat helpen.

Door: Lisanne StadigProgrammamanager veehouderij

Aangekondigde maatregelen helpen kalfjes niet
Het kabinet heeft uitgesproken zich te willen inzetten voor een einde aan lange-afstandstransporten van dieren. Minister Wiersma laat nu weten, in reactie op een motie van VVD en CU uit de vorige kabinetsperiode, met een maatregel voor de rundveesector te willen komen. Ze wil gaan werken aan een nationaal bestrijdingsprogramma voor twee infectieuze dierziektes: infectieuze boviene rhinotracheïtis (IBR) en boviene virusdiarree (BVD). Zodra zo’n programma door de Europese Commissie is goedgekeurd, wordt de import van kalveren uit landen zonder zo’n bestrijdingsprogramma of ziektevrije status moeilijker.
Moeilijker, maar niet onmogelijk.
Ierland is bijvoorbeeld al vrij van BVD. Als ze de kalveren laten testen op IBR en deze testen zijn negatief, mogen de kalveren alsnog geïmporteerd worden. Daarnaast kan Ierland ook besluiten om een bestrijdingsprogramma voor IBR op te zetten. Tenslotte zal het nog jaren duren voordat Nederland een vrijstatus voor beide ziektes zal bereiken. In de tussentijd zullen nog vele jonge kalfjes het veel te lange transport moeten ondergaan.
Stop kalverentransport!
De Dierenbescherming roept de kalversector op om te stoppen met het importeren van kalfjes uit Ierland en andere verre landen. De Nederlandse kalversector zou in balans moeten zijn met de omvang van de Nederlandse melkveehouderij. Daarnaast zou het kabinet, in navolging van Duitsland, een minimumleeftijd voor het vervoeren van kalfjes kunnen instellen. De Dierenbescherming zou het liefst zien dat de kalfjes minimaal 12 weken op het bedrijf van geboorte blijven.
In een voorstel voor herziening van de EU-diertransportverordening dat nu in Brussel voorligt, wordt gesproken over een minimumleeftijd van 5 weken voor de dieren op transport. Dat is vergeleken met de nu toegestane 2 weken al een stapje in de goede richting. Het zou de minister sieren om dit voor Nederland, de grootste kalfsvleesproducent van Europa, nu al over te nemen in nationale regelgeving en daarmee toonaangevend te zijn voor de Europese wetgeving.

Stop met transport jonge kalfjes!
Over de lange transporten
Ongeveer de helft van de Nederlandse vleeskalveren (in 2024 ruim 700.000) worden geïmporteerd. Het grootste deel komt uit Duitsland, maar in 2024 kwamen er ook bijna 80.000 kalfjes uit Ierland. Het gaat hier om lange transporten, waarbij dieren van 2 weken oud via verzamelcentra op veewagens worden gezet, die vervolgens per boot van Ierland naar Frankrijk varen, waarna de wagens doorrijden naar Nederland.
Het transporteren van jonge kalfjes over zulke lange afstanden zorgt voor veel problemen. De dieren hebben, als ze 2 weken zijn, net een dip in hun weerstand – de immuniteit die ze via de moedermelk hebben meegekregen neemt af, terwijl hun eigen immuniteit nog aan het opbouwen is. Daardoor zijn ze erg bevattelijk voor dierziektes. Een ander probleem is dat ze het lang zonder melk(vervanger) moeten doen. Van nature drinkt een kalf meerdere malen per dag melk bij de moeder. Het transport mag 9 uur duren, waarna ze een uur moeten pauzeren en gedrenkt moeten worden, en vervolgens mogen ze weer 9 uur getransporteerd worden. In het uurtje pauze lukt het vaak niet om alle kalveren te voorzien van melk(vervanger). Daarnaast zouden kalveren nadat ze melk hebben gekregen eigenlijk 3 uur moeten rusten om dit te kunnen verteren. Water moet beschikbaar zijn op de veewagen, maar kalveren zijn niet bekend met deze drinksystemen, en/of kunnen er niet bij komen.
