Om melk te geven moet een koe elk jaar een kalf krijgen. Het merendeel van die kalfjes is waardeloos voor de melkveehouderij. Het gaat dan om de stiertjes die niet bruikbaar zijn voor de melkproductie en om 75 á 80% van de vaarsjes die niet nodig zijn voor vervanging van de melkkoeien.
Deze overtollige kalfjes gaan naar de kalvermesterij. Naast kalfjes uit Nederland komen er ook kalfjes uit het buitenland naar de Nederlandse kalvermesterij. Maar liefst een kwart miljoen van deze kalfjes worden vanaf een leeftijd van 14 dagen vervoerd over lange afstanden. Met dat transport is van alles mis en er kleven allerlei risico’s aan.







