Noodkreet wildopvangcentra en wildvervoer

Werkdruk onrealistisch hoog en de kas raakt leeg

Wildopvangcentra en wildvervoerders in Nederland hebben het moeilijk. Er stromen steeds meer dieren binnen, er is een chronisch tekort aan vakbekwame medewerkers en vrijwilligers, en de kosten stijgen exponentieel. De conclusie is steeds weer hetzelfde: er worden onderling stappen gezet, er wordt beter samengewerkt, maar er is een tekort aan financiële ondersteuning, waardoor plannen niet van de grond komen.

Noodkreet wildopvangcentra en wildvervoer

Welke problemen raken onze wildopvangcentra?

1. Omgevallen wildopvangcentra, én veel meer dieren

“Een van de redenen voor de extra drukte is dat de afgelopen jaren veel wildopvangcentra hun deuren sloten, waardoor wij meer dieren binnenkrijgen”, legt Ferry van Jaarsveld, locatiebeheerder van Egelopvangcentrum Papendrecht uit. “Wij maken ons grote zorgen, want we kunnen ze nu al bijna nergens meer kwijt en de aantallen blijven maar stijgen.” Jaap van Meijgaarden, voorzitter van Dierenambulance Leiden, ziet binnen zijn organisatie zowel een stijging van het totale aantal dierenambulanceritten per jaar, als ook een toename van ritten specifiek voor wilde dieren. Hij schrijft deze gedeeltelijk toe aan een groeiende bekendheid van de dierenambulance: “We trekken via social media en persberichten sterk aan de bel’’, maar ziet ook dat er meer aandacht is voor dierenwelzijn. En dat is nu juist een positieve ontwikkeling. Het levert wel meer werk en drukte op.

2. Door corona meer mensen in de natuur
Erik Bruinning, beheerder van het Vogelhospitaal in Naarden merkt op dat er tijdens de lockdown een piek ontstond. Mensen zaten thuis en gingen de natuur in, waardoor er vaker dieren werden aangetroffen tijdens het klussen, in de tuin of in het bos. Ook Hetty Sinnema, beheerder van wildopvangcentrum De Fûgelhelling ziet de coronatijd als een kantelpunt. “Sinds de coronaperiode is er merkbaar een stijging in de dieraantallen.” Daarnaast belanden volgens haar meer dieren (terecht dan wel onterecht) in de opvang: “Mensen hebben te weinig kennis over dieren en de natuur. Jonge vogeltjes, haasjes en egels worden bijvoorbeeld te snel opgepakt en naar de opvang gebracht.” “Maar”, voegt Bruinning toe, “bekendheid speelt ook een rol, steeds meer mensen weten de weg naar een opvangcentrum of dierenambulance te vinden.”

3. Meer ziektes en dus meer maatregelen nodig
Rondwarende ziekten onder wilde dieren zorgen bij wildopvangcentra voor de nodige extra drukte en stress. Van Meijgaarden (Dierenambulance Leiden): ‘’Wij hebben de afgelopen jaren meer last van vogelgriep ervaren dan de jaren daarvoor.’’ Vogelgriep neemt steeds heftigere vormen aan, maar ook ziekten als het Usutuvirus en pokken slaan om zich heen. Sinnema (De Fûgelhelling) benadrukt dat mensen hier ook angstiger op reageren: “Dierenhulpverleners en vinders zijn sneller in paniek. Vroeger werden dieren eerder gelaten, nu belandt alles bij ons. Er is vandaag de dag veel meer bekend over ziekten en zoönosen.” Er wordt meer onderzoek naar gedaan, waardoor de risico’s beter bekend zijn. De ziekten brengen daarom steeds strengere maatregelen met zich mee voor de medewerkers, zoals het dragen van beschermende kleding en het nog intensiever ontsmetten en reinigen van al het gebruikte materiaal. Dat kost extra tijd en geld.

4. Tekort aan vrijwilligers..
Een bijkomend probleem is dat alle locaties moeite hebben met het vinden van voldoende vrijwilligers. Mensen werken liever halve dagen of slechts een paar uur achter elkaar, terwijl ze ‘vroeger’ meerdere dagen per week op de werkvloer te vinden waren. Van Meijgaarden (Dierenambulance Leiden): ‘’Het tekort aan vrijwilligers is inmiddels vrijwel permanent. Om de organisatie adequaat aan te kunnen sturen en professionaliseren is een uitbreiding van betaalde en geschoolde medewerkers noodzakelijk, maar daarvoor ontbreken de middelen.’’

5. .. En aan betaald personeel
Bruinning (Vogelhospitaal) sluit zich hierbij aan: “De eisen die aan opvangcentra worden gesteld wegen steeds zwaarder en het werk is professioneler, waardoor je meer gekwalificeerde medewerkers nodig hebt.” Dat is lastig, want er is geen budget voor betaalde medewerkers. Daarnaast zijn vakbekwame medewerkers moeilijk te vinden, onder andere door het gebrek aan een opleiding die zich ontfermt over het opvangen en verzorgen van wilde dieren. In de spreekbuisgroep waarin meerdere wildorganisaties samen sparren en problemen uit het werkveld aanpakken, wordt hard gewerkt om dit samen met het ministerie aan te pakken. Dat kost echter wel tijd. En dat terwijl wilde dieren ook nu iedere dag specifieke zorg nodig hebben. “Dat is niet optioneel, we hebben echt continu mensen nodig”, aldus Bruinning, “gezien het stijgende aantal dieren, is die menskracht onmisbaar, al helemaal met de dalende inzet van vrijwilligers.”

6. Hogere kosten bij de dierenarts
Hoewel er met sommige dierenartsen afspraken gemaakt kunnen worden, waarbij (een deel van) de kosten niet worden verhaald, merken de wildopvangcentra dat dierenartskosten exponentieel stijgen. “Twee jaar geleden betaalden we gemiddeld 100 euro voor het opvangen en behandelen van een egel. Inmiddels zitten we op 140 euro per egel. In 2022 vingen we 1250 egels op en dit jaar gaan we dat aantal overtreffen… reken maar uit!” zegt Van Jaarsveld (Egelopvang Papendrecht).

Sinnema (De Fûgelhelling): “Door strengere regelgeving, zijn wij genoodzaakt vaker beroep te doen op een dierenarts, waardoor de kosten nog meer oplopen”. Ook Bruinning (Vogelhospitaal) herkent dit: “We moeten dagelijks een dierenarts laten komen om medicatie uit te schrijven. Die dierenarts heeft niet specifiek verstand van vogels of wild in het algemeen. Ze neemt dus ons voorstel voor behandeling over en zet enkel een handtekening.” Ook medicatie is een stuk duurder geworden.

7. Energie, lonen, brandstof
Bruinning (Vogelhospitaal): “Hier komt nog bij dat het minimumloon is gestegen voor werknemers, en dat is fijn! Maar voor de stichting een forse kostenpost. De energiekosten zijn gestegen; jonge dieren hebben warmte nodig en dat kost de nodige stroom… We merken ook dat brandstof, voer en nog veel meer, zorgen voor tekorten op onze begroting. Die kosten kunnen we aan niemand direct doorberekenen.”

8. Gemeentes helpen soms, provincies vaak niet
Van Meijgaarden (Dierenambulance Leiden) vult aan: “De afgelopen twee jaar hebben wij ondanks extra giften en enkele legaten toch een tekort van in totaal meer dan € 50.000,- geleden. Wij hebben daarom voor medebekostiging een beroep gedaan op de gemeenten in onze regio, waarop het merendeel gelukkig positief heeft gereageerd, maar daarmee zullen wij ons exploitatietekort helaas niet dekken. Meerdere verzoeken om financiële steun aan de provincie hebben tot nu toe niets opgeleverd. Tot nu toe stelt de provincie dat de zorgplicht daartoe niet dwingt.“

Egel wordt geholpen in de wildopvang

Oplossingen?

Een aantal wildopvangcentra vertegenwoordigen samen met de Dierenbescherming en organisaties als Dierenlot, NFDO en Wildopvang.nl de Nederlandse wildopvangcentra als ‘Spreekbuis Wildopvang en Dierenambulances’. Maar voor de oplossing is hulp en financiering nodig.

Spreekbuis Wildopvang en Dierenambulances

1. Schenk dierenartskosten
Jaap van Dijk, bestuurslid van Vogelopvang Utrecht die eveneens gebukt gaat onder de hoge werkdruk en kosten, raadt dierenartsen die met wildopvangcentra meewerken aan om behandelingen in eerste instantie in rekening te brengen en vervolgens te schenken: “Daardoor creëren dierenartsen een behoorlijke aftrekpost bij de aangifte.”

2. Zorg voor een opleiding
Maar met alleen het dekken van de dierenartskosten, komen de opvangcentra en wildvervoerders er niet. Al met al concluderen de wildopvangcentra dat de overheid een actievere rol moet spelen in verantwoorde wildopvang. Zo zou er een gerichte opleiding moeten bestaan.

3. Financiële bijdrage van provincies en gemeentes
De provincie zou financieel moeten bijdragen aan het uitvoeren van de taak ‘opvangen van wild’. “Daarnaast zou de provincie meer moeten doen aan kennisdeling en samenwerking met andere opvangcentra. De gemeenten kunnen financieel bijdragen aan de opvang van in het wild levende dieren op basis van een bedrag per inwoner”, aldus Bruinning (Vogelhospitaal). “Of per dier”, oppert Sinnema (De Fûgelhelling).

Op financieel gebied zou er volgens Bruinning een dienstverleningsovereenkomst met de gemeenten in het gebied kunnen worden afgesloten. De financiering is dan gebaseerd op het aantal inwoners en wordt jaarlijks geïndexeerd. Daarnaast zou hij gebruik willen maken van een fonds voor extreme situaties, zoals vogelgriep. Het zou helpen als de overheid de personeelskosten zou betalen en de opvang de overige kosten op zich neemt (d.m.v. fondsenwerving). Het betalen van personeelskosten zou zo gelijk zorgen voor continuïteit.

Ook Sinnema (De Fûgelhelling) en Van Meijgaarden (Dierenambulance Leiden) snakken naar financiële ruimte voor meer betaalde medewerkers. Van Meijgaarden: “De motie Grauss- Wassenberg zou nu eindelijk eens goed door het ministerie ter hand moeten worden genomen en ook de provincie Zuid-Holland moet aan de bak gelet op de in het coalitieprogramma opgenomen zin: ‘Wij gaan investeren in wildopvang.”

4. Steun voor dierenambulances
Ten slotte moet er volgens de wildopvangcentra ook wat gedaan worden aan de inzet van het diervervoer. Door het tekort aan vrijwilligers, rijden sommige diervervoerders alleen bepaalde tijden. Dieren in nood worden dan te lang aan hun lot overgelaten, met alle gevolgen van dien. Ook voor vervoerders geldt dat zij meer werk op hun bord hebben gekregen en te maken krijgen met meer regelgeving, maar het verder moeten stellen zonder financiële hulp (op af en toe een donatie of schenking na). Helaas zijn dergelijke vormen van inkomsten geen garanties voor continuïteit.

Dierenambulance Enschede

Wat vindt de Dierenbescherming?

We hebben met een groep wildopvangcentra en betrokken organisaties flinke stappen gezet om veelvoorkomende ‘problemen’ te bespreken en om daar oplossingen voor te bedenken. Met praktische alternatieven en door vaker samen te werken, komen we een heel end. Maar zonder extra financiering kunnen we bovengenoemde pijnpunten niet oplossen.

Afgelopen zomer kaartte de Raad van Dieraangelegenheden (RDA) in het rapport ‘Dilemma’s in de wildopvang’ aan dat het duidelijker moet worden ‘wie wat doet en wanneer’ en dat dit financiering vereist. Om het een en ander op orde te krijgen, en beter te organiseren én regelen, kijkt de RDA in eerste plaats naar de Rijksoverheid. Zo wordt de landelijke overheid verzocht om met andere overheden in gesprek te gaan om afspraken te maken over ieders verantwoordelijkheden in de opvang van wilde dieren, inclusief het komen tot structurele financiële ondersteuning vanuit de overheid voor de wildopvangcentra in Nederland. De RDA hintte naar de provincies als meest aangewezen overheidslaag, omdat deze ook al verantwoordelijk zijn voor grote delen van het natuurbeheer. In de praktijk pakken de meeste provincies dit niet op, waardoor wildopvangcentra en -vervoerders nu en op de lange termijn in de problemen dreigen te komen. We roepen de politiek daarom op om onze noodkreet serieus te nemen en te komen tot een structurele oplossing.

Dit artikel is mede tot stand gekomen met medewerking van:

Voor dieren in het wild

In het wild levende dieren in Nederland komen geregeld in de problemen doordat ons land meer en meer is aangepast aan menselijke behoeftes. Wij pleiten voor een diervriendelijkere omgang met deze dieren, en zoeken actief naar diervriendelijke oplossingen.

Lees verder Alle dossiers