Vlees, bont en kreeft zonder dierenleed

Cellulaire landbouw

‘Verbeter de wereld, begin bij jezelf’. Iedereen kent het gezegde, maar het daadwerkelijk in de praktijk brengen is niet altijd even makkelijk. Natuurlijk, voor de hond en de kat zorg je goed en ook de hamsterkooi van de kinderen wordt in het weekend verschoond. Maar, eten we straks dan ook écht minder vlees, letten we écht op de leefomstandigheden van de dieren? En is de opkomst van cellulaire landbouw, zoals de productie van kweekvlees, écht zo veelbelovend?

Vlees, bont en kreeft zonder dierenleed

Het knaagt meer dan ooit tevoren: dierenleed in de stal, een verstikkend stikstofprobleem, virussen en dreigende pandemieën. Oplossingen en alternatieven lijken echter gelukkig steeds meer in zicht. Het Beter Leven keurmerk inspireert inmiddels ook het buitenland, vleesvervangers veroveren de supermarkt en cellulaire landbouw biedt perspectief. Dat laatste? Ja, dát gaat over kweekvlees. Maar ook over bont, kaviaar, leer of wol. Uit het laboratorium. En straks uit de fabriek. Gemaakt van stamcellen. Van dieren, dat wel, maar zonder dat ze daarvoor hebben moeten lijden of sterven.

Gemma Willemsen is strategisch adviseur van de Dierenbescherming en houdt zich vanuit die hoedanigheid bezig met de ontegenzeggelijke kansen die de cellulaire landbouw biedt. Ze heeft zich de afgelopen tijd intensief in de materie verdiept en belangrijke contacten met invloedrijke mensen, startups en organisaties gelegd. Nog niet zolang geleden was een belangrijk kritiekpunt dat voor de productie van kweekvlees, om het te laten ‘groeien’, altijd dierlijke componenten nodig waren. Een serum uit het bloed van ongeboren kalveren bijvoorbeeld. Dat bezwaar is inmiddels weggenomen en in feite ligt de weg open om tot grootschalige productie over te gaan. Volgens Gemma is het nu niet de vraag of, maar hóe de Dierenbescherming wil bijdragen aan het creëren van draagvlak voor kweekvlees.

“Het onderwerp ‘kweekvlees’ wordt genoemd in onze strategie. Het is relevant voor de Dierenbescherming omdat het de huidige, grootschalige en kostprijsgedreven vleesproductie grotendeels zou kunnen vervangen,” aldus Gemma. “We praten dan niet meer meer over stapsgewijs verbeteren, verfijnen of verminderen, maar over een fundamentele verandering of ommezwaai dankzij nieuwe wetenschappelijke inzichten. De omvang van de huidige in Nederland geslachte en gehouden aantallen dieren is circa 620 miljoen. Vervanging zal niet in één keer gebeuren, maar de potentiële impact is substantieel.”

Pionier van kweekvlees

Steeds meer mensen delen de overtuiging dat een kantelpunt is bereikt. Verder gaan op de heilloze weg van massaproductie van vlees ten koste van klimaat, natuur, mens en dier is geen optie. Kweekvlees produceren is dat wel. Dat inzicht is niet van recente datum, maar begon bij een man in Azië, meer dan tachtig jaar geleden. Hij had voortdurend honger, was uitgeput. ‘Als beesten’ werden hij, Willem van Eelen, en zijn medegevangenen behandeld door de Japanners die in Nederlands-Indië de dienst uitmaakten. Hij was in de kolonie geboren in 1923 als zoon van een arts en diende in het leger toen het huidige Indonesië werd bezet door Japan. Spoorwegen moesten de dwangarbeiders aanleggen, en vliegvelden. De traumatische ervaringen in de kampen tijdens de Tweede Wereldoorlog waren mede bepalend voor Willems latere blik op de wereld. Hij overleed in 2015 en wordt nu gezien als dé pionier op het gebied van kweekvlees.

VROUW MET EEN MISSIE

“Zijn dochter Ira is een inspirerende vrouw die tegenwoordig met passie uitlegt waarom zij in de voetsporen van haar vader is getreden,” zegt Gemma, die graag bereid was om een gesprek met Ira te arrangeren. DIER sprak haar uitvoerig. Over een strijd tegen honger, tegen onrecht, tegen misbruik van mens en dier én uitbuiting. Van de planeet aarde en van haar bewoners. Ira is een vrouw met een missie. Om de wereld beter te maken, dus ook diervriendelijker. Met behulp van wetenschap en nieuwe technieken. Hoe is dat zo gekomen, waar is dat begonnen?

“Mijn vader walgde van de bio-industrie,” zegt Ira. “Ik weet zeker dat hij zich identificeerde met een kistkalf of met een varken dat opgepropt in een vrachtwagen werd vervoerd. Als hij dit soort taferelen zag, ging hij in gedachten terug naar wat hij zelf had meegemaakt. Gevangenschap, een slechte behandeling, kortom: het ontnemen van de vrijheid van een levend wezen. Hij kon er niet tegen. Ik weet nog wel dat we vroeger langs het Noordhollandsch kanaal reden tijdens een viswedstrijd en hij bijna schuimbekkend vertelde hoe verschrikkelijk hij dat vond, zo’n diertje uit het water ‘jensen’ terwijl het net denkt een lekker hapje te kunnen eten.” Ze vertelt hoe de nog geen twintig jaar oude Willem zélf regelmatig op transport werd gesteld door de Japanners, op een schip in de tropische hitte, onderweg naar nog meer zwaar werk: zittend en met de benen van de dwangarbeiders geschaard om zoveel mogelijk mannen te kunnen vervoeren. “Snap je, mijn vader is zélf een kistkalf geweest!” Zijn ervaringen in de kampen maakten Willem van Eelen op een pijnlijke en zeer confronterende wijze duidelijk waartoe mensen in staat zijn.

TUSSENSTATION

Maar er was een ander tussenstation in zijn leven dat evenzeer verantwoordelijk bleek voor zijn latere zoektocht naar de mogelijkheden om écht vlees te maken, zonder dat daar een dier voor hoeft te worden geslacht. Want, met een grote sprong belanden we halverwege de jaren zeventig. Van Eelen was na de oorlog medicijnen en later psychologie gaan studeren in Nederland. Hij had al wel kennisgemaakt met het fenomeen ‘weefselkweek’, maar echt concreet was het nog niet. Dat veranderde in 1975 toen zijn tweede echtgenote en de moeder van Ira op 42-jarige leeftijd overleed aan kanker. Hij kon dat moeilijk verwerken. “In zijn kwaadheid over haar overlijden beet hij zich vast in de vraag wat hij had moeten doen om haar te redden. Het bracht hem terug naar een oude passie: de gezondheidszorg,” legt Ira uit.

Van Eelen ging zich vooral bezighouden met en interesseren voor de stand van zaken op het gebied van stamcelonderzoek. Ira weet nog goed hoe die interesse breder werd dan alleen de medische kant van de mogelijke toepassingen. “Ik zal een jaar of veertien zijn geweest toen er bij ons thuis door mijn vader en een stel vrienden werd gesproken over een scenario waarbij de toen groeiende Chinese economie erin zou resulteren dat ook daar de vleesconsumptie, net als bij ons, enorm zou stijgen. Een berekening op een servetje maakte duidelijk dat we dan vier keer onze aarde nodig zouden hebben en dat de poolkappen zouden smelten door methaanuitstoot.”

Meer en meer groeide het besef dat serieuze wetenschappelijke aandacht voor het maken van vlees buiten het lichaam van een dier nodig was. Tenminste, dat vond Willem van Eelen. Al snel bleek dat hij – begin jaren tachtig – zijn tijd ver vooruit was. “Mijn vader wilde medici interesseren voor kweekvlees, maar dat bleek enorm lastig.” Ira vertelt dat ze helemaal niet bezig waren met de problemen die haar vader wel scherp had, zoals dierenwelzijn en de belasting van het klimaat. “En het overweldigende gebruik van antibiotica in de vee-industrie,” vult ze aan. “Hij zag de problemen die dat met zich meebracht.” Ze doelt bijvoorbeeld op de resistentie die bacteriën kunnen opbouwen wanneer er teveel en onnodig gebruik wordt gemaakt van antibiotica. In de intensieve veehouderij wordt het weliswaar minder, maar nog steeds onverantwoord veel ingezet. Het gevaar bestaat dat we straks geen remedie meer hebben tegen nu nog goed behandelbare ziektes, zoals een ‘simpele’ longontsteking.

“Kweekvlees is relevant voor de Dierenbescherming omdat het de vleesproductie met enorme dierenwelzijnsproblemen grotendeels zou kunnen vervangen“

Gemma Willemsen
- Strategisch adviseur van de Dierenbescherming en

VOEDSELWETENSCHAP WAS NIET SEXY

Willem van Eelen was ervan overtuigd dat al die problemen als sneeuw voor de zon zouden verdwijnen als hij erin zou slagen om medische wetenschappers te motiveren hun kennis te gebruiken om aan zijn concepten mee te werken. “Hij was een origineel denker. Hij had een visie, maar waar hij tegenaan liep was dat voedselwetenschap in die tijd – de jaren ’80 en ’90 – niet ‘sexy’ was. Daar kreeg je als wetenschapper geen aanzien mee, men zag het probleem niet zo. ‘ Tissue-engineering’ (weefselmanipulatie, red.) werd vooral ingezet voor medische toepassingen.” En wat Ira’s vader wilde, was iets totaal anders. Naast hartkleppen en gekweekte hartcellen moest er immers vlees uit het lab gaan komen, dát was zijn doel.

Het verhaal van Willem van Eelen zou een boek kunnen vullen, maar beperkte ruimte dwingt tot grove schetsen en dan is de grote stap van het niet vergeefse, maar op z’n minst moeizame ’leuren met het concept’ naar het patenteren van Willems ideeën cruciaal. Met behulp van een wetenschapper lukt dat in 1999 en kwamen de eerste onderzoeksgelden beschikbaar, vertelt zijn dochter. En dan komt Sergey Brin, medeoprichter van Google in beeld. Niet publiekelijk, dat zou nog even duren. Hij wilde best investeren, zag toekomst voor kweekvlees en kwam in contact met Mark Post, een hoogleraar gespecialiseerd in vasculaire fysiologie (hart- en vaatziekten) die vanuit een medische invalshoek vooral bezig was met weefselkweek uit stamcellen van varkens. Logisch, in cardiologie zijn de overeenkomsten tussen organen van varkens, zoals het hart, en menselijke organen al langer onderwerp van studie én toepassing. Brin drong echter aan op rundvlees, hij wilde een hamburger. En die kwam er. In 2013 werd de eerste hamburger geheel gemaakt van kweekvlees door Post gebakken, slachtvrij vlees of ‘clean meat’, zoals Engelstaligen het nieuwe product noemen. De wereldwijde aandacht was enorm, evenals de prijs: zo’n 250.000 euro.

Het eerste gekweekte hamburgertje, veel mensen zullen zich het nieuws over de lancering herinneren, dat was gegroeid in een petrischaaltje. De techniek erachter is complex, maar laat zich gek genoeg redelijk simpel omschrijven. Je stopt een stamcel van een levend dier in een kweekvloeistof van suikers, vetten en aminozuren, waar hij groeit en spiervezels maakt. Dan heb je vlees. “Mijn vader heeft het helaas niet kunnen proeven,” zegt Ira.

ZONDER EEN GREINTJE DIERENLEED

Het bedrijf van Mark Post in Maastricht, Mosa Meat (wat ‘Maas Vlees’ betekent, red.), richt zich inmiddels meer en meer op industriële productie. In oktober maakte de onderneming bekend op te schalen en een locatie van ruim 7.000 vierkante meter in gebruik te nemen. In bioreactoren zal daar straks rundvlees uit de fabriek komen. Zonder een greintje dierenleed. En er zijn intussen tál van bedrijven die zich wereldwijd met onderzoek, maar ook met productie bezighouden.

Gemma Willemsen verwacht dat er nog veel geld zal moeten worden geïnvesteerd de komende jaren. In de pioniersfase ging dat nog wat stroef en moeilijk, maar dat lijkt steeds beter te lukken. Ook de Nederlandse overheid kwam onlangs over de brug met een bedrag van 60 miljoen euro om ontwikkelingen op het gebied van cellulaire landbouw verder te stimuleren en zelfs acteur Leonardo DiCaprio stak geld in Mosa Meat. Wereldwijd lijkt financiering momenteel niet het grootste probleem. Ook multinationals, waaronder belangrijke producenten van voedingsmiddelen zien immers kansen.

Na zijn dood is Willems dochter een belangrijke rol gaan vervullen op het gebied van innovaties binnen voedselsystemen. Je zou haar een ‘katalysator’ kunnen noemen, net als haar vader. Ze adviseert, geeft lezingen en zit onder meer in het bestuur van de Stichting Cellulaire Landbouw Nederland (CANF), waarin praktisch alle belangrijke Nederlandse spelers zijn vertegenwoordigd. Zelf stond ze aan de wieg van enkele van de participerende clubs als Kind Earth.Tech en RESPECTFarms.

Artikel
Dit artikel verscheen erder in ons ledenblad DIER.

DE TOEKOMST IS NU

Tijdens het gesprek schetst Ira met enthousiasme de potentie die kweekvlees heeft, maar er klinkt ook frustratie door. Het zit in haar DNA dat ze maar moeilijk kan accepteren dat juist Europa een belangrijke blokkade opwerpt: bureaucratische regelgeving. Die schrijft voor dat kweekvlees nog steeds moet wachten op goedkeuring door Brusselse voedselwaakhond EFSA, maar belangrijker, straks ook door lidstaten. Landen als Frankrijk en Italië zijn fel tegen de komst van kweekvlees. Zijn het de belangen van de betrokkenen bij conventionele voedselsystemen die hier overheersen? De tijd zal het leren. Die tijd wordt volgens Ira van Eelen in vele andere landen wél effectief gebruikt. Met enig cynisme in haar stem vertelt ze dat terwijl wij in Europa vooral steggelen over de vraag of een levende kreeft koken nou wel zo verantwoord is, zij in Singapore onlangs al heerlijke kreeftensoep at. En garnalen. Niet uit de zee geschept uiteraard, maar afkomstig uit moderne bioreactoren.

De Aziatische stadstaat is enorm afhankelijk van het buitenland en heeft in een niet aflatend streven om zelfvoorzienend te zijn de deuren voor innovatieve voedselproductie wijd opengezet. Straks geen propvolle kippenstallen meer in Singapore, maar voor wie dat wil zijn de gekweekte kipnuggets daar nu al verkrijgbaar. De toekomst is nu, zou je denken.

  • Kweekvlees toepassingen illustratie
    De mogelijkheden van cellulaire landbouw

    Cellulaire landbouw begint met een biopt zo klein als een sesamzaadje, dat met een prik in de bil of elders in het lichaam van een dier wordt afgenomen. In principe kunnen vervolgens alle dierlijke producten met dierlijke cellen worden nagemaakt. Vlees, vis en zuivelproducten, maar ook leer, collageen, zijde en wol. Met deze technologie kunnen we miljarden dierenlevens sparen en tegelijkertijd veel meer voedsel produceren. Zonder stikstof, methaan, veetransporten, slachthuizen en dierziekten en met efficiënter gebruik van land, water en grondstoffen.

  • Kweekvlees illustratie 1b

    Dierlijke stamcellen worden door middel van een prikje diervriendelijk afgenomen.

  • Kweekvlees illustratie 2b

    Geschikte cellen worden geselecteerd uit de afgenomen stamcellen.

  • Kweekvlees illustratie 3b

    In een bioreactor vindt celcultuur plaats. De cellen krijgen plantaardige voedingsstoffen en delen of specialiseren zich. Het proces is vergelijkbaar met traditionele fermentatie van bijvoorbeeld yoghurt of bier.

  • Kweekvlees illustratie 4b

    In de bioreactor hebben de cellen weefsel gevormd. Daarmee wordt uiteindelijk het vlees gecreëerd.

  • Kweekvlees illustratie 5b

    Het eindresultaat: een hamburger of kreeftenstaart. Maar dan zonder dat er dieren voor zijn geslacht.

1/6