Zomerhitte in de 'babykamer'
Een dag bij Wildopvang Krommenie
De dag begint nog koel, maar de warmte hangt al in de lucht. Bij Wildopvang Krommenie is het vroeg druk. Niet alleen door de voortdurende instroom van (jonge) dieren, maar ook door de uitzonderlijke hitte die het werk deze dagen een andere lading geeft.
Door: Marlijn de Jager-GerhardtOnline redacteur

Herstelde eenden mogen de natuur weer in
’s Ochtendsvroeg staat een bijzonder moment op de planning. Jonge wilde eenden, ooit wees, gewond of verzwakt binnengebracht, zijn na weken van intensieve zorg weer sterk genoeg om terug te keren naar de natuur. Nog vóór de hitte van de dag zet een medewerker van Natuurmonumenten ze uit in een boomrijk natuurgebied bij Naarden, met stromend water en volop schaduw. De eenden waggelen gakkend achter elkaar aan en laten zich rustig in reiskratten zetten. Even steken snaveltjes nog door de openingen, daarna vertrekken ze in alle rust en in een gekoelde auto richting hun vrijheid. De buitenvolière is ineens bijna leeg. Maar niet voor lang. Vanuit de 'kleuterkamer' verplaatst coördinator van de wildopvang Nina direct een nieuwe groep wilde eenden en bergeenden naar buiten.

Drukte in de babykamer
Binnen werken medewerkers en vrijwilligers zich ook in het zweet.

De babykamer is een wereld op zich. In couveuses en kleine verblijven liggen pasgeboren vogels naast iets oudere jongen die al voorzichtig hun eerste veren ontwikkelen. De allerkleinsten worden om het half uur gevoerd met een pipetje ‘mezenmix’, een voedzame, vloeibare voeding met extra supplementen. Wie de ogen nog dicht heeft, krijgt een nóg rijkere variant. Ze wachten met open snavels en gestrekte nekjes, een instinctief verlangen naar voedsel dat hen in leven houdt.

Koolmezen, huismussen, gierzwaluwen, boerenzwaluwen, merels, spreeuwen, kauwen, eksters, kraaien, bonte spechten, houtduiven en Turkse tortels delen deze babykamer, elk in hun eigen fase van groei en herstel. De medewerkers voeden de zwaluwen krekels met een pincet, de kraaien en kauwen krijgen geweekte voeding of vlees, duiven soms een sondevoeding. Tussen de voedingen door worden de (door vrijwilligers) gehaakte nestjes verschoond en verblijven schoongemaakt. En het water wordt continu ververst. Het werk herhaalt zich in een strak ritme van voeren en verzorgen. Ook worden de dieren dagelijks gewogen en meermaals gemonitord. Met deze hitte gebeurt dat extra zorgvuldig. De temperaturen maken elke beslissing nauwkeuriger.
Het is een kamer vol gepiep, getjilp en zacht geschuifel. Na het voeren vallen de jongen vaak in slaap, oogjes en snaveltjes toe, weggezakt in het nest. De pauze tussen de voedingen is kort, maar vredig. Tot een paar dagen geleden. Toen verbleven in deze ruimte nog zo’n honderd luid kraaiende jonge kauwtjes, die net als de rest, voortdurend om eten vroegen. De medewerkers werkten met een geluidsdempende koptelefoon op, omdat het anders niet te doen was. Deze groep kraaiachtigen is inmiddels naar een buitenverblijf verplaatst, waar ze samen op een lange stok zitten en elkaar lijken te leren vliegen. Een andere groep kauwen is de afgelopen week vrijgelaten.









