Veetransport

Introductie

Jaarlijks worden 365 miljoen runderen, schapen, geiten en varkens, en ruim 9 miljard kippen, kalkoenen en ander pluimvee in Europa vervoerd. Miljoenen dieren worden langer dan 8 uur getransporteerd, soms zelfs langer dan 30 of 70 uur. De meeste dieren worden ofwel getransporteerd van het fok- naar het afmestbedrijf, van het afmestbedrijf naar het slachthuis of om elders mee te kunnen fokken.



Het transport van dieren leidt tot stress, uitputting, uitdroging, verwonding, ziekte en zelfs sterfte. Deze problemen nemen toe naarmate transport langer duurt en de omstandigheden slechter zijn.

Welzijnsproblemen

In diverse opzichten zijn de standaard en aanvullende vereisten voor transport onvoldoende om het welzijn van dieren tijdens lange reizen te waarborgen. Bedreigingen voor het dierenwelzijn bij transport zijn onder andere:
  • Hantering door mensen - onkundige en onnodig ruwe behandeling. Bij pluimvee speelt dit een nog grotere rol, omdat zij voor transport worden gevangen om in kratten te vervoeren. Dit gaat vaak gepaard met verwondingen.
  • Blootstelling aan een nieuwe omgeving - zeer stressvol voor de dieren.
  • Verschillende diergroepen bij elkaar - veroorzaakt agressie en stress.
  • Onvoldoende ruimte per dier - geen comfort tijdens het transport.
  • Glibberige vloeren - risico op uitglijden en verwondingen.
  • Blootstelling aan lawaai en trillingen - leidt tot angst en fysieke uitputting.
  • Geen beschikking over water en voer - als het wel wordt aangeboden is het vaak moeilijk om alle dieren voldoende te laten eten en drinken.
  • Blootstelling aan extreme temperaturen en hoge vochtigheidsgraad - dit leidt tot uitdroging, uitputting en soms zelfs sterfte.
  • Slecht rijdgedrag van de chauffeur - zoals hard optrekken, snel remmen of hard door bochten rijden.
  • Lange transportduur - hoe langer het transport, hoe zwaarder het is voor de dieren.
  • Verspreiden van besmettelijke dierziekten - zoals mond-en-klauwzeer, varkenspest en vogelgriep. 

Wet- en regelgeving

Sinds januari 2007 geldt in Europa de Europese verordening inzake de bescherming van dieren tijdens transport (EU 2005/01). Hoewel de nieuwe wet in sommige opzichten voor verbetering zorgt in vergelijking met eerdere wetgeving, worden voor het dierenwelzijn essentiële onderwerpen, zoals reistijden en oppervlakte per dier in de veewagen, niet verbeterd. In de praktijk is het met de toepassing van de regels door de veetransporteurs, en met het toezicht en de handhaving van de regels door de overheid al jaren slecht gesteld. De regels zijn vaak vaag en voor meerdere interpretaties vatbaar. Controles vinden te weinig plaats. Controles zijn overigens lastig uit te voeren, omdat veewagens onderweg zijn en door verschillende landen rijden.



De Europese transportverordening laat weinig ruimte over voor nationale, aanvullende en verdergaande wetgeving, en die geldt ook nog eens alleen binnen de nationale grenzen. Dat schiet in het kleine Nederland weinig op. De Nederlandse overheid zet dan ook vooral in op betere controle en handhaving. Omdat voor overheidshandhaving weinig personeel is en de Nederlandse overheid naleving van de transportregels in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van de vee- en vleessector zelf vindt, heeft de overheid de veetransportsector in 2007 gedwongen met een eigen kwaliteitsborgingssysteem te komen. Dit systeem is op een mislukking uitgelopen. Het betrokken bedrijfsleven stelt voortdurend de interpretatie van de EU-regels ter discussie en de private controles zijn zo gering en stellen zo weinig voor, dat de Dierenbescherming in oktober 2013 uit het overleg hierover is gestapt. Toen vervolgens de overheid bepaalde voorrechten aan de deelnemers van het kwaliteitsborgingssysteem introk is dit systeem ter zielen gegaan.

Wat wil en doet de Dierenbescherming?

In plaats van veetransport lijkt het de Dierenbescherming beter om dieren op of dichtbij de boerderij waar ze gehouden worden, te slachten of te mesten. Gezien de welzijnsproblematiek tijdens veetransporten zien we alle reden om het aantal veetransporten drastisch te verminderen. Alternatieven zijn bijvoorbeeld het vervangen van lange afstandstransporten van slachtvee door het transport van vlees. In elk geval zou geen zoogdier bestemd voor slachten of mesten langer dan 8 uur getransporteerd mogen worden. Bij pluimvee mag dat niet langer dan 4 uur zijn. De condities voor de dieren tijdens de dan nog overblijvende transporten moeten drastisch verbeterd worden. Bijvoorbeeld door de wagens volledig gesloten en klimaatgestuurd te maken en de dieren meer ruimte te geven.



De Dierenbescherming blijft druk uitoefenen voor reistijdbeperking, verbetering van de transportcondities en, zeer belangrijk, een betere handhaving in Nederland en de EU.

Wat kun jij zelf doen?

Minder dierlijke producten kopen leidt tot minder veetransport. Als je wel vlees, zuivel of eieren koopt, let dan op het Beter Leven keurmerk van de Dierenbescherming en/of op het bio-label voor biologische producten. Zo weet je zeker dat de producten afkomstig zijn van dieren die niet over lange afstanden zijn getransporteerd.