Slachthuispersoneel in vaste dienst ook beter voor het dierenwelzijn

Bert van den Berg Door Bert van den Berg Programmamanager Veehouderij 12 mei 2021

Het dierenwelzijn in slachthuizen laat nogal eens te wensen over. Volgens Europees onderzoek zijn de meeste dierenwelzijnsrisico’s daar terug te voeren op gebrek aan ervaring en uitputting van het slachthuispersoneel. Dat is geen wonder als het overgrote deel bestaat uit flexwerkende arbeidsmigranten die naast het zware werk ook nog eens te maken hebben met baanonzekerheid, verre van ideale woonomstandigheden en vaak alweer vertrokken zijn voor ze de verplichte dierenwelzijnstraining hebben gedaan. In een overleg met Sociale Zaken in april pleitte de Dierenbescherming voor vast personeel en zij is het dan ook zeer eens met de oproep van de vakbonden dat slachthuizen het personeel in vaste dienst moet nemen.

Stress van zware en onzekere leefomstandigheden 

De grote uitbraken van COVID-19 onder arbeidsmigranten o.a. in slachthuizen was aanleiding voor onderzoeken naar de arbeids- en leefomstandigheden van deze mensen. De rapporten ‘Geen tweederangsburgers’, (Aanjaagteam bescherming arbeidsmigranten, 30-10-2020) en het rapport ‘Arbeidsmigranten’ (Inspectie SZW, januari 2021) schetsen dat een deel van hen slechte tot soms mensonterende arbeidsvoorwaarden en woonomstandigheden hebben. Niet duidelijk is in hoeverre dit ook voor arbeidsmigranten in slachthuizen geldt.

Maar ook als sprake is van inhuur via bonafide uitzendbureaus aangesloten bij ABU/NBBU en wonen conform de normen van Stichting Normering Flexwonen of het Agrarisch Keurmerk Flexwonen hebben de arbeidsmigranten dikwijls te maken met verre van optimale omstandigheden. Wat bijvoorbeeld te denken van verlies van ziektekostenverzekering en woonruimte bij verlies van baan en van woonomstandigheden van 2 personen of meer per kamer van 10 m2 en 8 personen per toilet, douche, en keuken, etc. Ver van thuis met onzekerheden over inkomen en ongemakkelijke woonomstandigheden, het zijn stressfactoren die niet helpen bij het na het werk ontspannen en uitrusten om de volgende dag weer fit en monter aan het werk te gaan. Dit kan op de omgang met dieren een negatief effect hebben.

De training Dierenwelzijn duurt een dag inclusief examen. Daarin moeten zaken aan de orde komen als gedrag, stress en lijden van dieren, en het uitladen, drijven, fixeren, bedwelmen, ophangen en verbloeden van dieren.

De mens vormt grootste risicofactor voor dierenwelzijn in slachthuizen

Het Europese Panel inzake Diergezondheid en Dierenwelzijn heeft recent studies uitgebracht naar risicofactoren voor het dierenwelzijn in slachthuizen. De mens blijkt het grootste risico. Dat komt door gebrek aan vaardigheden en uitputting.
Die uitputting komt natuurlijk van het zware werk en de slechte woonomstandigheden. Het gebrek aan vaardigheden komt door gebrek aan opleiding en onvoldoende corrigeren van verkeerde werkwijzen.

Slachthuispersoneel dat met levende dieren werkt moet verplicht een training volgen (art. 7, EU Verordening 1099/2009). De training Dierenwelzijn duurt een dag inclusief examen. Daarin moeten zaken aan de orde komen als gedrag, stress en lijden van dieren, en het uitladen, drijven, fixeren, bedwelmen, ophangen en verbloeden van dieren. Het is niet realistisch te verwachten dat iemand op één dag voldoende kennis en vaardigheden opdoet. Extra uitdaging is dat de training in de talen van de herkomstlanden moet, of dat de docent simultaan vertaald wordt.

Volg voorbeeld Duitsland

Slachthuizen hebben grote moeite personeel te werven, op te leiden en vast te houden. Een vast contract zal niet alleen tot betere arbeidsvoorwaarden en minder personeelsverloop, maar ook tot een beter dierenwelzijn leiden. In Duitsland is deze verplichting al ingevoerd, nu Nederland nog.