Ganzen in stedelijk gebied

Nederland is met zijn laaggelegen graslanden, veel water en zachte winters een ideaal gebied voor veel ganzensoorten. Naast de wilde ganzen in onze landelijke gebieden, leven er ook ganzen in (stads)parken en woonwijken. En dat brengt soms 'overlast' met zich mee.

Boerengans in een veld - ganzen

Wat vindt de Dierenbescherming?

Ganzen in een woonwijk

Afgeschoten of vergast worden: dat is vaak het lot van ganzen waar overlast van wordt ervaren in Nederland. Als Dierenbescherming willen we dit uiteraard zoveel mogelijk voorkomen en sturen we aan op diervriendelijke(re) alternatieven. Om ganzenoverlast in de stad te beperken dient ingezet te worden op duurzame, preventieve maatregelen in plaats van doden en bestrijden.

In het factsheet meer informatie over het standpunt van de Dierenbescherming, inclusief bronnen en literatuur.

Deze pagina is gericht op boerenganzen, maar veel van de uitgangspunten zijn ook van toepassing op andere voorheen gedomesticeerde, maar inmiddels verwilderde, ganzen- en eendensoorten in de stad.

Over boerenganzen

Ganzen in stedelijk gebied, zoals boerenganzen, Canadese ganzen en nijlganzen, werden van oorsprong gehouden vanwege hun vlees en veren, als lokvogels voor de jacht, als waakdier of voor de sier. In de loop der tijd zijn echter veel van deze ganzen gedumpt of ontsnapt en verwilderd. Ze kunnen zich in stedelijk gebied goed handhaven omdat er voldoende schuilgelegenheid is en ze regelmatig bijgevoerd worden door mensen, of gemakkelijk voedsel (etenswaren- en resten) vinden in hun omgeving.

Boerenganzen, ook wel de tamme gans genoemd, leven in sociale groepen. Paren blijven meestal hun leven lang bij elkaar. Ze zijn heel erg plaatsgetrouw en kunnen over het algemeen niet goed vliegen. Dit betekent dat ze gedurende de zomer en winter in een relatief klein gebied verblijven, vaak in parken en bij vijvers in steden en dorpen. Ze maken hun nesten op een beschutte en begroeide plek en zoeken voedsel op open plekken langs het water.

'Overlast' van de tamme gans

Steeds meer steden, naast landbouw- en natuurgebieden, hebben last van boerenganzen. In de winter varieert hun aantal tussen 11.200 en 12.700. Een belangrijke reden voor de toename in stedelijke gebieden is de intensieve jacht op ganzen buiten de stad, wat zelfs de winterrust verstoort. Zonder geschikte voedselplekken gaan ganzen steden als veilige locaties beschouwen. En een hoge concentratie boerenganzen in steden veroorzaakt overlast, zoals geluidshinder, uitwerpselen, beschadigde grasvelden, vervuilde vijvers, agressief gedrag en verkeershinder.

Ganzen op een boomstronk
Lees meer over diervriendelijke alternatieven in het ganzenartikel in DIER.

In reactie op overlastklachten nemen sommige gemeenten drastische maatregelen door ganzen weg te vangen, op te vangen of zelfs te doden door vergassing. Dit veroorzaakt veel stress voor de ganzen en biedt geen langetermijnoplossing. Het wegvangen van boerenganzen verlaagt de populatie tijdelijk, want een geschikt gebied zal snel worden ingenomen door een nieuwe groep ganzen of wordt aangevuld door de overgebleven ganzen. Bovendien is het wettelijk verboden de gevangen ganzen elders uit te zetten. Ze moeten dan bijvoorbeeld worden verplaatst naar een park, wildopvang of particulier, maar de Dierenbescherming is tegen langdurige opvang van wilde dieren, omdat dit erg stressvol is voor in het wild levende dieren.

Bescherming van ganzen

Het aantal boerenganzen in een gebied wordt bepaald door de draagkracht van zo'n gebied, en is afhankelijk van voedsel, water, natuurlijke vijanden, ziekten, en rust- en nestplaatsen. Bij overbevolking daalt de populatie door ziekten en migratie, waardoor de situatie verbetert voor de overgebleven ganzen.

Ganzen rennen in een veld
Creëer voor ganzen aantrekkelijke rust- en foerageergebieden waar ze ongestoord hun gang kunnen gaan.

De boerengans is geen beschermd dier volgens de wet en mag dus normaal gesproken met de hand gevangen worden om overlast te verminderen. Maar zelfs niet-beschermde dieren hebben enige bescherming. Als je ze wilt vangen of doden met speciale middelen buiten stedelijke gebieden, heb je een vergunning nodig. De algemene zorgplicht, zoals vastgelegd in de Wet natuurbescherming, vereist dat iedereen zorgvuldig omgaat met wilde dieren en planten en hun leefomgeving. Als boerenganzen eenmaal gevangen zijn, zijn de regels van het besluit Houders van dieren van kracht, wat betekent dat ze met zorg behandeld moeten worden en niet zonder goede reden mogen worden verwond of gedood, zoals bij direct gevaar of ondraaglijk lijden.

Standpunt van de Dierenbescherming

Het doden van ganzen die door toedoen van de mens (door het dumpen van dieren, voeren) overlast geven, vindt de Dierenbescherming niet acceptabel. Het resulteert niet in blijvend kleinere populaties en veroorzaakt veel dierenleed. Doden door vergassing is voor ganzen een zeer pijnlijke, langzame dood.

Om ganzenoverlast in de stad te beperken dient ingezet te worden op duurzame, preventieve maatregelen in plaats van doden en bestrijden. Is de overlast door ganzen reëel dan dient deze op een duurzame, diervriendelijke wijze opgelost te worden.

Wat wij doen

Door middel van voorlichting, deelname aan diverse werkgroepen, opdracht geven/meewerken aan (wetenschappelijke) onderzoeken en belangenbehartiging bij provincies, de Tweede Kamer en ministeries pleit de Dierenbescherming voor de inzet van preventieve, niet-dodende maatregelen om ganzenoverlast in steden op een diervriendelijke en duurzame wijze te verminderen. Denk hierbij aan het minder aantrekkelijk maken van groene gebieden in de stad, in combinatie met nestbeheer en het voorlichten van publiek omtrent het voeren van ganzen.

Onze oplossingen

Wat kun je zelf doen?

Voor dieren in het wild

In het wild levende dieren in Nederland komen geregeld in de problemen doordat ons land meer en meer is aangepast aan menselijke behoeftes. Wij pleiten voor een diervriendelijkere omgang met deze dieren, en zoeken actief naar diervriendelijke oplossingen.

Lees verder Alle dossiers

Referenties

  • Buij, R., & Koffijberg, K. (2019). Ganzen en ganzenschade in Nederland: Overzicht van kennis en kennishiaten voor effectief beleid. Wageningen, Wageningen Environmental Research, Rapport 2965.
  • Dekker, N. (2023). Jagerslatijn: mythes en fabels over de jacht. KNNV Uitgeverij.
  • Gemeente Rijswijk (2022). Evaluatie ganzenbeheer 2022 Gemeente Rijswijk.
  • Latour, J.B., Stahl, J., Jouta, J., Hoks, M., & Anjema, A. (2021). Advies voor een ganzenbeheerplan gemeente Zwolle. A&W-rapport 21-243 Sovon-rapport 2021/103. Altenburg & Wymenga ecologisch onderzoek, Feanwâlden en Sovon Vogelonderzoek Nederland, Nijmegen.
  • Maatschappelijke Adviesraad Faunaschade (mei 2021), Ganzen zonder grenzen; Advies voor een robuust en gebiedsgericht ganzenbeheer.
  • Smit, F. (2021). Het ei van Columbus? Ganzennestbeheer in stedelijk gebied. Vakblad Natuur Bos Landschap.
  • Sovon. (2023). Soepgans. Geraadpleegd op 1 augustus 2023.
  • Stubbe, M. (2021). Beleidsadvies ganzenoverlast Gemeente Rotterdam. MSc stagerapport. Wageningen University & Research.
  • Van den Bremer, L., Schekkerman, H., van Winden, E. & Vogel, R. (2019). Draagkracht voor overwinterende ganzen in Natura 2000-gebied Rijntakken. Sovon-rapport 2019/36. Sovon Vogelonderzoek Nederland, Nijmegen.
  • Van der Jeugd, H. (2006). Overzomerende ganzen in Nederland: grenzen aan de groei? Sovon Vogelonderzoek Nederland, Nijmegen.
  • Van Poelgeest, P. (2023). Nestbeheer. Duurzaam Fauna Advies. Geraadpleegd op 1 augustus 2023.

Doneer

Voor dieren in het wild

Eén van de doelen van de Dierenbescherming is dat Nederland zo is ingericht dat dieren genoeg ruimte en rust hebben voor een natuurlijk leven. Dieren die als plaag worden ervaren worden geweerd, niet gedood. Mensen brengen geen schade toe aan in het wild levende dieren, maar leven in harmonie met hen samen.