Deze pagina is gericht op boerenganzen, maar veel van de uitgangspunten zijn ook van toepassing op andere voorheen gedomesticeerde, maar inmiddels verwilderde, ganzen- en eendensoorten in de stad.
Over boerenganzen
Ganzen in stedelijk gebied, zoals boerenganzen, Canadese ganzen en nijlganzen, werden van oorsprong gehouden vanwege hun vlees en veren, als lokvogels voor de jacht, als waakdier of voor de sier. In de loop der tijd zijn echter veel van deze ganzen gedumpt of ontsnapt en verwilderd. Ze kunnen zich in stedelijk gebied goed handhaven omdat er voldoende schuilgelegenheid is en ze regelmatig bijgevoerd worden door mensen, of gemakkelijk voedsel (etenswaren- en resten) vinden in hun omgeving.
Boerenganzen, ook wel de tamme gans genoemd, leven in sociale groepen. Paren blijven meestal hun leven lang bij elkaar. Ze zijn heel erg plaatsgetrouw en kunnen over het algemeen niet goed vliegen. Dit betekent dat ze gedurende de zomer en winter in een relatief klein gebied verblijven, vaak in parken en bij vijvers in steden en dorpen. Ze maken hun nesten op een beschutte en begroeide plek en zoeken voedsel op open plekken langs het water.
'Overlast' van de tamme gans
Steeds meer steden, naast landbouw- en natuurgebieden, hebben last van boerenganzen. In de winter varieert hun aantal tussen 11.200 en 12.700. Een belangrijke reden voor de toename in stedelijke gebieden is de intensieve jacht op ganzen buiten de stad, wat zelfs de winterrust verstoort. Zonder geschikte voedselplekken gaan ganzen steden als veilige locaties beschouwen. En een hoge concentratie boerenganzen in steden veroorzaakt overlast, zoals geluidshinder, uitwerpselen, beschadigde grasvelden, vervuilde vijvers, agressief gedrag en verkeershinder.

In reactie op overlastklachten nemen sommige gemeenten drastische maatregelen door ganzen weg te vangen, op te vangen of zelfs te doden door vergassing. Dit veroorzaakt veel stress voor de ganzen en biedt geen langetermijnoplossing. Het wegvangen van boerenganzen verlaagt de populatie tijdelijk, want een geschikt gebied zal snel worden ingenomen door een nieuwe groep ganzen of wordt aangevuld door de overgebleven ganzen. Bovendien is het wettelijk verboden de gevangen ganzen elders uit te zetten. Ze moeten dan bijvoorbeeld worden verplaatst naar een park, wildopvang of particulier, maar de Dierenbescherming is tegen langdurige opvang van wilde dieren, omdat dit erg stressvol is voor in het wild levende dieren.
Bescherming van ganzen
Het aantal boerenganzen in een gebied wordt bepaald door de draagkracht van zo'n gebied, en is afhankelijk van voedsel, water, natuurlijke vijanden, ziekten, en rust- en nestplaatsen. Bij overbevolking daalt de populatie door ziekten en migratie, waardoor de situatie verbetert voor de overgebleven ganzen.

De boerengans is geen beschermd dier volgens de wet en mag dus normaal gesproken met de hand gevangen worden om overlast te verminderen. Maar zelfs niet-beschermde dieren hebben enige bescherming. Als je ze wilt vangen of doden met speciale middelen buiten stedelijke gebieden, heb je een vergunning nodig. De algemene zorgplicht, zoals vastgelegd in de Wet natuurbescherming, vereist dat iedereen zorgvuldig omgaat met wilde dieren en planten en hun leefomgeving. Als boerenganzen eenmaal gevangen zijn, zijn de regels van het besluit Houders van dieren van kracht, wat betekent dat ze met zorg behandeld moeten worden en niet zonder goede reden mogen worden verwond of gedood, zoals bij direct gevaar of ondraaglijk lijden.
Standpunt van de Dierenbescherming
Het doden van ganzen die door toedoen van de mens (door het dumpen van dieren, voeren) overlast geven, vindt de Dierenbescherming niet acceptabel. Het resulteert niet in blijvend kleinere populaties en veroorzaakt veel dierenleed. Doden door vergassing is voor ganzen een zeer pijnlijke, langzame dood.
Om ganzenoverlast in de stad te beperken dient ingezet te worden op duurzame, preventieve maatregelen in plaats van doden en bestrijden. Is de overlast door ganzen reëel dan dient deze op een duurzame, diervriendelijke wijze opgelost te worden.
Wat wij doen
Door middel van voorlichting, deelname aan diverse werkgroepen, opdracht geven/meewerken aan (wetenschappelijke) onderzoeken en belangenbehartiging bij provincies, de Tweede Kamer en ministeries pleit de Dierenbescherming voor de inzet van preventieve, niet-dodende maatregelen om ganzenoverlast in steden op een diervriendelijke en duurzame wijze te verminderen. Denk hierbij aan het minder aantrekkelijk maken van groene gebieden in de stad, in combinatie met nestbeheer en het voorlichten van publiek omtrent het voeren van ganzen.




