Hitte steeds heftiger voor in het wild levende dieren
De zomers worden steeds warmer en steeds meer in het wild levende dieren ondervinden daarvan de gevolgen. Hoe herken je ‘hittestress’? En hoe kun jij voor verkoeling zorgen?
Door: Marlijn de Jager-GerhardtOnline redacteur

In onze wildopvangcentra zien we die ‘hittestress’ onder andere terug in de groeiende stroom (jonge) vogels die door de te hoge temperaturen op en in daken, spouwmuren, nestkasten en andere hete plekken noodgedwongen te vroeg hun nest verlaten. Vooral jonge gierzwaluwen, boerenzwaluwen, meeuwen, mezen en kauwen, die op zulke warme plekken broeden, zijn hier de dupe van.

Naast het feit dat dieren in ‘ovens’ leven en oververhit raken, vinden vogels, zoogdieren zoals egels en ook insecten steeds minder voedsel en water. Dat hangt samen met de toename van tegeltuinen en het gebrek aan schaduw en bomen die verkoeling brengen. Daardoor lopen ook de temperaturen in de steden verder op.
Uitdroging, hittestress en minder weerstand
Extreme warmte kost dieren veel energie. Ze zetten alles op alles om hun lichaam af te koelen, waardoor ze minder energie overhouden om voedsel te zoeken of jongen groot te brengen. Jonge dieren groeien daardoor minder goed en zijn kwetsbaarder. Ondertussen keldert de weerstand van de volwassen en jonge dieren, waardoor ze vatbaarder worden voor allerlei ziekten.
Hiernaast komen we in onze wildopvangcentra meer watervogels met botulisme tegen. Door langdurige warmte en stilstaand water kan de botulismebacterie zich ontwikkelen. Zieke vogels raken verlamd en hebben intensieve zorg nodig om hier vanaf te komen.
Hoe herken je hittestress bij in het wild levende dieren?

Een dier dat het warm heeft, is niet per definitie in nood. Vogels openen hun snavel en spreiden hun vleugels om warmte kwijt te raken. Een egel die overdag rondloopt in plaats van ’s avonds, kan gewoonweg zin hebben in wat extra eten. Hoe reageren dieren die wél in nood zijn?
Vogels in nood:
- Vogels die nauwelijks reageren en niet wegvliegen.
- Jonge vogels die onder een dakrand zijn gestrand en die nog niet volledig in de veren zitten, gewond zijn of nauwelijks kunnen vliegen of rondhippen.
- Vogels die zichtbaar hevig ademen en die niet vluchten.
- Watervogels die verlamd lijken en die hun kop niet of nauwelijks kunnen optillen.
- (Jonge) gierzwaluwen aan de grond zijn altijd reden tot zorg.
Let op: raak vogels niet aan, vanwege ziekten zoals vogelgriep!
Zoogdieren in nood:
- Dieren die sloom en verzwakt gedrag vertonen en die nauwelijks reageren op prikkels.
- Dieren die niet proberen te schuilen en op een open plek liggen.
- Dieren die zwaar en snel ademen, soms met open bek, en die niet vluchten.
- Dieren die duidelijk wankel lopen of die omvallen.
- Dieren met droge slijmvliezen.
- Dieren die gedesoriënteerd gedrag vertonen.
- Egels met vliegen op zich of om zich heen.
Kom je deze symptomen tegen of twijfel je? Bel het meldnummer voor dieren in nood: 144.
Leestip: Hoe gaat onze wildopvang om met hitte?
Ook insecten kunnen tijdens warme zomerdagen last hebben van hittestress. Hoe herken je dit?
- Insecten bewegen of vliegen minder.
- Insecten kunnen versuft gedrag vertonen (denk aan lusteloze hommeltjes).
- Je komt meer dode insecten tegen.
- Larven groeien minder goed of ze groeien op verkeerde momenten waardoor de voedselbronnen niet meer op de juiste momenten beschikbaar zijn.
- Hitte kan invloed hebben op de voortplanting. Maar ook eitjes en jonge insecten (die het hete klimaat niet gewend zijn) overleven de hitte vaak niet.
Oververhitting bij andere diergroepen

Andere diergroepen krijgen eveneens te maken met de gevolgen van toenemende hitte. Amfibieën zoals padden, kikkers en salamanders zijn kwetsbaar, omdat zij afhankelijk zijn van vochtige omstandigheden en water. Bij langdurige hitte en droogte kunnen zij snel uitdrogen. Reptielen, zoals hagedissen, kunnen hun gedrag aanpassen om oververhitting te voorkomen, maar extreme temperaturen en het verdwijnen van schuilplekken maken hun leefgebied kleiner en moeilijker te vinden. Ook kleine bodemdieren, zoals wormen en andere ongewervelden, hebben last van uitdroging en te hoge bodemtemperaturen. Zelfs vleermuizen kunnen in warme verblijfplaatsen, zoals gebouwen en boomholtes, risico lopen op oververhitting.
Hoe kun jij in het wild levende dieren helpen afkoelen?
Gelukkig kun je veel doen om dieren de warme dagen door te helpen.
- Plaats een ondiepe schaal met schoon water en ververs dit regelmatig.
- Zorg voor schaduw door struiken, bomen en ander ‘groen’ in de tuin te planten.
- Vervang tegels door groen. Een groene tuin blijft koeler en biedt meer voedsel en schuilplekken voor vogels, zoogdieren, insecten en andere dieren.
- Hang een nestkast zoveel mogelijk op een koele plek en niet in de volle middagzon.
- Vind je een jong of verzwakt wild dier? Neem contact op met het landelijke meldnummer voor dieren in nood: 144.

Tijdens warme zomerdagen kunnen zulke eenvoudige maatregelen een groot verschil maken. Voor een jonge kauw, een dorstige egel of een uitgeputte merel kan een beetje schaduw, schoon water of snelle hulp werkelijk van levensbelang zijn.
