Over megastallen en megawetten

Dierenwelzijn en veehouderij onder de nieuwe omgevingswet

Enkele maanden geleden mocht ik op verzoek van een gemeenteraad namens de Dierenbescherming aanschuiven bij een deskundigenbijeenkomst over het voorgestelde, nieuwe lokale dierenwelzijnsbeleid. Het was een levendig en aangenaam debat. De politieke meningen over dierenwelzijn in deze grotere provinciestad bleken desalniettemin op zijn zachtst gezegd nogal uiteenlopend.

mr. Léon Ripmeester

Door: mr. Léon RipmeesterJurist

Over megastallen en megawetten

Dat gold zeker ook voor het onderwerp 'veehouderij'. Enerzijds werd betoogd dat de gemeente via bestemmingsplannen nieuwe intensieve veehouderij en megastallen zou moeten verbieden, en uitbreiding van bestaande bedrijven zoveel mogelijk zou moeten voorkomen. Aan de andere kant van het spectrum de boodschap; daar gáát de lokale politiek helemaal niet over, en laat de boeren die het toch al zo moeilijk hebben met rust!

Ondersteuning bij verduurzaming

Ik heb in de gedachtewisseling geprobeerd aandacht te vragen voor positieve en praktische mogelijkheden die de gemeente heeft. Zoals: ondersteun zowel veehouders die willen stoppen als degenen die door willen gaan, dit laatste bijvoorbeeld door het bevorderen van korte, lokale ketens met 'eerlijke' producten en het ondersteunen bij verduurzaming. In dit verband valt ook te denken aan het geven van het goede voorbeeld via het eigen consumptie-beleid van de gemeente. Ik weet eerlijk gezegd niet of het helemaal lekker landde in de verder oplopende discussie. "We werken aan een onderzoek over precies dit onderwerp, ik kan de uitkomsten binnenkort met u delen!", probeerde ik nog.

Het onderwerp dierenwelzijn in de veehouderij staat al langer flink in de belangstelling. Landelijk gebeurt er momenteel van alles. Dat ook inwoners van provincies en gemeenten zich om het onderwerp bekommeren is natuurlijk niet zo vreemd. Dáár in de directe woonomgeving bevinden zich immers concreet de veehouderij-bedrijven, en dus ook de dieren. Burgers kunnen zich zorgen maken, niet alleen over dierenwelzijn, maar denk ook aan zaken als stank- en geluidshinder, stikstof- en ammoniakuitstoot, of de verspreiding van zoönosen. Mensen geven om hun omgeving. Logisch. En om de dieren die daar voorkomen. Ook logisch. Die dieren moeten ook keihard voor ons 'werken'. Dus extra logisch.

Nieuwe mega-wet maar niet meganieuw?

Het onderzoek dat ik tijdens de hoorzitting aanhaalde, is inmiddels verschenen. Het gaat om een onderzoek van universitair hoofddocent Omgevingsrecht mr. dr. Ralph Frins van Tilburg University in opdracht van de Dierenbescherming, waarbij onderzoek is gedaan naar de mogelijkheden van decentrale overheden (lees; gemeenten en provincies) om te sturen op dierenwelzijn onder de nieuwe Omgevingswet. Deze Omgevingswet, die op 1 januari jl. na vele jaren discussie en voorbereiding eindelijk in werking trad, mag je gerust een 'mega-wet' noemen. Deze nieuwe wet voegt heel veel oude wetten samen en bevat regels voor zo'n beetje alles wat er buiten te zien, te horen en te ruiken is.

Zo gaat de wet over water, bodem, lucht, ruimtelijke ordening, milieuregels bijvoorbeeld voor sport en recreatie, over rijksmonumenten, natuurbescherming, en bijvoorbeeld ook de regels over dieren in het wild zijn er in opgenomen. Of het zich ondanks de 'mega' omvang laat kenschetsen als 'gorilla-wetgeving' waar ik het in mijn vorige Dierengeluiden over had, laat ik maar even in het midden.

De Dierenbescherming vroeg zich af, of zo'n integrale, nieuwe wet dan misschien ook nieuwe en meer mogelijkheden zou bieden voor het toetsen op 'dierenwelzijn in de veehouderij' door provincies en gemeenten. Het antwoord blijkt nu 'nee' maar eigenlijk toch ook een beetje 'ja'.

Instrumenten in de omgevingswet

Nee in die zin, dat er niet pers se beter op dierenwelzijn gestuurd kan worden met 'geweldig nieuwe' instrumenten in de omgevingswet. Echter... Het blijkt ook dat diverse provincies eerder al werk gemaakt hadden van het formuleren van mogelijkheden om op grond van het toenmalige omgevingsrecht te sturen op dierenwelzijn. Deels wisten we dit als Dierenbescherming overigens ook al wel. Het rapport beschrijft hoe dit werkt, wat de rechtspraak hierover aangeeft aan voorwaarden, en geeft ook -voor het eerst- een totaaloverzicht van hetgeen provincies op dit gebied hebben geregeld. Het blijkt dat de helft van de provincies regels stelde aan dierenwelzijn, en dit beleid onder de nieuwe Omgevingswet heeft voortgezet. Pak je postcode er even bij, want het betreft in de eerste plaats: Noord-Brabant, Zeeland, Utrecht, Gelderland en Friesland.

Wat dat betreft biedt het rapport, zo hopen we, toch aan iedereen de nodige inspiratie.

'Droge stof' blijkt eigenlijk mega-spannend

Want nu de -velen zullen denken: droge- stof van de komst van de Omgevingswet is neergedaald, begint het eigenlijk pas écht, en komen er op provinciaal niveau weer 'nieuwe rondes, nieuwe kansen'. Het omzetten van regels naar de nieuwe situatie onder de Omgevingswet was vaak toch een beetje een verplicht nummertje voor de lagere overheden, onder tijdsdruk bovendien. Nu kunnen provincies en gemeenten gaan kijken; wat willen we nu écht (nieuw) regelen, hoe willen we onze eigen omgeving beter en aangenamer maken? De genoemde provincies kunnen er wellicht nog een schepje bovenop doen. Andere provincies kunnen leren van de beschreven voorbeelden, en hier hun voordeel mee doen.

Met name de provincies met toch ook de nodige (intensieve) veehouderij zouden we willen aansporen. Waar blijven jullie regels over dierenwelzijn in de veehouderij, Limburg en Overijssel? En Groningen; wat is precies jullie ambitieniveau?!

Drenthe scherpte recent haar Omgevingsverordening aan, door dierenwelzijn meer te verknopen aan eisen over uitbreiding van een veehouderij, en daarbij wordt ook het Beter Leven keurmerk genoemd. Een goed voorbeeld van doorontwikkelend beleid. Kortom: goed voorbeeld doet goed volgen wat ons betreft!

Als Dierenbescherming bepleiten we ook in bredere zin meer provinciale aandacht voor dierenwelzijn onder de Omgevingswet. We boekten recent een mooi succes: Provincie Utrecht heeft naar aanleiding van een aangenomen motie dierenwelzijn als eerste opgenomen in hun zogeheten gebiedsplan, waarin wordt beschreven hoe doelen op het gebied van stikstof, natuur, water en klimaat worden gerealiseerd. Ook dat is een mooi voorbeeld, met de vraag: Wie volgt?!

Zo biedt de Omgevingswet bij nadere beschouwing toch best spannende mogelijkheden. Of misschien beter gezegd, het doet er allemaal nogal behoorlijk toe voor de dieren in de Nederlandse, provinciale en lokale veehouderij.

Omgeef de dieren met passende rollen

Overigens is er in het rapport óók aandacht voor de gemeenten. Want het onderzoeksrapport beschrijft ook hoe gemeenten weer uitvoering kunnen geven aan provinciale regels over dierenwelzijn, en als deze er niet zijn, wat er dan aan opties resteert aan 'eigen beleid' inclusief een verwijzing naar bestaande voorbeelden. De landelijke overheid heeft per definitie een belangrijke, eindverantwoordelijke rol inzake dierenwelzijn in de veehouderij, en kan deze in principe ook via het spoor van de Omgevingswet verder invullen en desgewenst voorschrijven.

We geven allemaal om de omgeving, en we geven allemaal om dieren. Laten we alle dieren daarom omgeven met zorg! Daarin hebben we allemaal een eigen rol te spelen, ook de verschillende overheden. Terugdenkend aan het levendige debat in de gemeenteraad dat ik hiervoor aanhaalde: Kijken naar goede voorbeelden, en luisteren naar elkaar, lijken mij duidelijk de juiste omgeving(-swet!) waarin deze rollen het beste tot hun recht kunnen komen.

Download het rapport van de Tilburg University

Dierengeluiden

Iedere donderdag een opiniestuk van de Dierenbescherming over dieren in het nieuws, actuele dierenwelzijnsproblemen of onze overwegingen.

Meer afleveringen