Overlast in het wild levende dieren

Dieren in stedelijk gebied

Jaarlijks worden er in Nederland 3,4 miljoen ratten en muizen gedood in verband met overlast. Tel daar de andere gedode overlastgevende dieren bij op en je komt op een exorbitant aantal uit. Onnodig, dieronvriendelijk én ineffectief vinden wij als Dierenbescherming.

Shutterstock 683470399steenmarter plat

Ieder dier heeft zijn eigen plek in het ecosysteem. Wij zijn van mening dat ieder dier er mag zijn en veilig moet kunnen leven. Soms ervaren mensen overlast van wilde dieren, zoals een muis in huis of een wespennest in de tuin. Het is goed je te beseffen dat dieren ons niet expres plagen, en de overlast vaak ontstaat door ons eigen handelen. Ervaar je overlast door een dier? Er is altijd een diervriendelijke oplossing te bedenken!

Ons standpunt

De Dierenbescherming vindt dat alle in het wild levende dieren in het ecosysteem thuishoren, maar is ook van mening dat schade door deze dieren aan menselijke goederen zoals gebouwen, voedsel en vee, en het risico op ziekteoverdracht van dier naar mens, zoveel mogelijk voorkomen moet worden. Voor de beheersing van deze overlast is preventie de beste oplossing. Het inzetten van middelen die onnodig leed veroorzaken, zoals gif en lijmplaten (waarvan het gebruik reeds verboden is voor particulieren en enkel via een provinciale vergunning te gebruiken zijn door professionals) vinden wij niet acceptabel.

Duif
Elk dier verdient zijn eigen plek in het ecosysteem.

Wat kun jij doen?

Van welk dier je ook overlast ervaart, met de volgende stappen kom je tot een diervriendelijke oplossing.

  1. Identificeer het dier en de locatie. Betrouwbare informatie over de verschillende diersoorten waar je overlast van kunt ervaren, vind je onder andere op Kennis- en Adviescentrum Dierplagen of hieronder.
  2. Verdiep je in de soort. Zoekt het dier bijvoorbeeld eten, een rustplek of een huis? Is het gedrag tijdelijk of van lange duur? Is het dier beschermd?
  3. Neem preventieve maatregelen:
    • Haal voedselbronnen weg, zoals door voedselresten weg te halen of door eten in afgesloten bakjes te bewaren. Als je vogels voert, doe dit dan niet te dicht bij huis.
    • Beperk de toegang, bijvoorbeeld door het dichten van kieren of plaatsen van een hek.
    • Maak de plek onaantrekkelijk, denk aan het plaatsen van vogelpinnen of beplanting.
  4. Schakel een professional in als dit onvoldoende helpt.

Houdt de overlast aan? Vraag dan hulp aan een gecertificeerde professional. Tips voor het vinden van een gecertificeerde professional vind je hier.

Zoogdieren

Vogels

Insecten

Slakken

Wat doet de Dierenbescherming?

De Dierenbescherming brengt haar standpunt, preventietips en zorgen over ontoelaatbare middelen via lobby over bij overheden, bedrijven (die gebruikmaken van dierplaagbeheersers) en het publiek. Zo hebben wij in het verleden bij de landelijke overheid gepleit voor toelatingseisen voor mechanische middelen (zoals klapvallen). Er zijn verschillende middelen op de markt waarvan de werking, maar ook de impact op het dierenwelzijn onduidelijk is. Alle middelen zouden getoetst moeten worden op hun impact en enkel toegelaten worden als dieren niet onnodig lang lijden. Helaas heeft de overheid hier tot op heden geen actie op ondernomen. Ook hebben we met succes gepleit voor een verbod op wrede lijmvallen.

Door deel te nemen aan het overheidsprogramma IPM (Integrated Pest Management) hebben we bijgedragen aan scherpere regels rondom het gebruik van gif en een focus op preventieve maatregelen bij de beheersing van ratten, muizen en andere knaagdieren.

Rat
Wij dringen aan op preventie.

Bij het bedrijfsleven en gemeentelijke overheden dringen wij aan op preventie. Dit doen wij door het geven van tips en het opnemen van dierplaagbeheersingscriteria in het Beter Leven keurmerk.

Ook vinden wij het belangrijk om bij dierplaagbeheersers dierenwelzijn onder de aandacht te brengen. Naast het voeren van gesprekken met de brancheorganisaties en beheersers zelf, hebben wij zitting in het College van Deskundigen geïntegreerde rattenbeheersing. Het daaruit voortgevloeide handboek en keurmerk leggen de nadruk op het voorkomen van plagen door het nemen van preventieve maatregelen.

Tot slot werken wij actief samen met diverse kennisinstituten op het gebied van dierplaagbeheersing en het voorkomen van overlast en dierenleed, zoals het KAD (Kennis- en Adviescentrum Dierplagen), CenSAS (Centre for Sustainable Animal Stewardship ) en de Universiteit van Utrecht.

Voor diervriendelijke gemeenten

Op gemeentelijk niveau is het dier onderdeel van de dagelijkse gang van zaken van vrijwel elke burger. Of het nou een hond in het park is, een kat op een motorkap, een eend in het water, een rat bij het afval of een vlinder in de tuin: er zijn veel dieren die het leven in de gemeente geur en kleur geven.

Voor advies en hulp Voor alle aanbevelingen