Wintertips

Help dieren de winter door

Het wordt steeds kouder en donkerder. Denk je ook dat dieren wel wat hulp kunnen gebruiken? Het antwoord is: ja en nee. De meeste dieren redden zichzelf best in de kou. Ze hebben juist baat bij rust en ruimte. Huisdieren echter en sommige andere buitendieren, zoals weidedieren en kippen, hebben wel jouw hulp in de winter nodig. Hoe? Lees de tips. En doe het goed, want niet alles is goed voor dieren!

In wintertijden slinken de voedselvoorraden en bevriezen waterbronnen in de natuur. Voor sommige dieren in het wild is het moeilijker overleven, maar toch doen ook veel dieren hun winterslaap, zoals egels. Of ze hebben hun wintervoorraad op orde, zoals eekhoorns. Bovendien willen we sommige dieren niet tam maken, zoals vossen, stadsduiven en meeuwen. Dat zou een ‘plaag’ kunnen veroorzaken, met alle nadelige gevolgen voor de dieren nadien. Dus helpen of bijvoeren is dan niet handig. Het beste laat je deze dieren met rust; de natuur regelt het zelf. Wat kun je wel doen?


 

Tips voor eenden, vogels en andere in het wild levende dieren

1. Als je een tuin hebt, richt deze dan diervriendelijk in

  • Plaats nestkasten voor vogels, vlinders, bijen, egels en vleermuizen. In het oosten van Nederland kun je ook een nestkast voor steenmarters plaatsen.
  • Bied tijdens de vorstperiode gematigd voedsel aan. Dan blijft het niet liggen en gaat het niet schimmelen, wat minder geliefde dieren aantrekt.
  • Plant struiken die bessen en vruchten dragen in de winter. Op de website van de Vogelbescherming zie je bijvoorbeeld een bessenkalender met welke bessen in de winter eetbaar zijn voor vogels.
  • Zorg voor overwintermogelijkheden voor egels en eekhoorns bijvoorbeeld door takken en afgestorven planten en bladeren te laten liggen – zogenaamde takkenwalletjes en rommelhoekjes. Verspreid ook het snoeien van struiken over meerdere jaren om beschutting te behouden.
  • Eekhoorns kun je helpen door ze ‘verstopplekjes’ in je tuin te laten maken voor nootjes. Als ze een verstopt nootje vergeten in de eetmomenten tijdens hun winterslaap, groeit er misschien wel een nieuwe boom in je tuin. Meer informatie over eekhoorns kun je vinden op de website van Dier en Natuur.


2. Vogels voeren

  • Vogels in Nederland bouwen in de herfst een vetlaagje op. Hiervan leven ze in de winter. Dus bijvoederen is niet echt nodig. Dit is pas nodig als de temperatuur meerdere dagen onder nul is.
  • Koop geschikt voedsel, bijvoorbeeld met het logo van de Vogelbescherming erop of bij Vivara.nl.
  • Plaats een voederhuis en vetbollen.
  • Leg voer op een voederplank die onbereikbaar is voor natuurlijke vijanden. Ook fruit en zaadjes kun je hierop neerleggen. Maar niet te veel, want dan blijft het misschien liggen en gaat schimmelen. Houd de voederplank goed schoon om ziekteverspreiding te voorkomen.
  • Dek bij kou de drinkbakjes af met een stuk gaas. Dan voorkom je dat vogels in het bakje kunnen badderen en hun veren bevriezen.
  • Bij vorst kun je met een hamer ijsblokjes vergruizen en dit als drinken serveren.
  • Gebruik geen ijzeren bakjes, want daar vriezen vogels aan vast.
  • Leg een strolaag rond ijswakken om vastgevroren vogels te voorkomen.
  • Meer tips vind je op de website van Baaij Hoveniers.
  • Geef geen voer van afgekeurde pinda’s. In vogelvoer zitten soms afgekeurde pinda’s voor menselijke consumptie. Ze bevatten de schimmel aflatoxine. Dit komt dan op de markt als vogelvoer, maar ook voor vogels is dit niet goed. Dit is soms ook het geval bij voer uit dierenwinkels.
  • Voer waarin zout is verwerkt (ook brood valt hieronder) veroorzaakt uitdroging, dit is dus niet geschikt voor vogels. Margarine of voedsel met daarin margarine werkt laxerend, dit is eveneens niet geschikt voor vogels.
  • Tref je een vastgevroren dier? Probeer het dan nooit los te trekken, maar maak het ijs rondom de poten los door met een afgesloten pan of fles warm water op het ijs ernaast, het ijs te laten smelten.
  • Meer informatie vind je op de website van de Vogelbescherming met ook meer informatie specifiek over geschikt voer.


3. Zwakke egels helpen

  • Laat gezonde egels met rust, alleen zwakke dieren kan je bijvoeren met een blikje katten- of egelvoer;
  • Geef nooit melk, maar water of ijsschaafsel op een lage schaal. Meer informatie over egels vind je op de website van de Zoogdiervereniging, met een leuke brochure over egels.


4. Eendjes voeren

Voer geen brood, hiervan worden eenden dik en ziek. Het is ongezond, vanwege teveel zout. Het is immers opvallend dat eenden in de stad die regelmatig gevoerd worden, vaak niet ouder dan twee jaar worden. Terwijl eenden normaal 29 jaar kunnen worden. Meer informatie vind je op de website van Kleindierplaza. Beter kun je eenden- of watervogelgraan geven. Eendengraan verschilt van kippengraan door de afwezigheid van scherpe producten, zoals gerst en haver en het heeft bijvoorbeeld milletzaad. Dit is te koop bij dierenwinkels.


Tips voor weidedieren, vijverdieren, kippen en hobbydieren

Wist je dat het verboden is om edel- en damherten, reeën en wilde zwijnen te voeren? Wilde dieren bouwen een flinke vetreserve op voor de winter en hun wintervacht isoleert goed tegen kou. Dus dat is ook niet nodig. Maar wat doe je bij weidedieren, vijverdieren, kippen en hobbydieren? Eén algemene tip: bel altijd 144 als je vindt dat dieren er slecht uitzien, zeer mager zijn of ziek lijken. Dit centrale meldnummer kun je ook bellen als dieren geen droge ligplek hebben of als er aan het ijs in de drinkbak is gelikt, dit wijst namelijk op dorst.


1. Weidedieren

  • Weidedieren zoals paarden en schapen kunnen goed tegen kou. Ze ontwikkelen een wintervacht. Zorg wel voor een droge ligplek, goed voer en drinkwater.
  • Geschoren paarden hebben al snel een deken nodig, zelfs als het niet vriest.
  • Borstel paarden niet te veel. Dan kan de bescherming van de wintervacht afnemen.

 

  • Weidedieren zoals geiten en ezels kunnen niet goed tegen de kou en al helemaal niet tegen de regen. Hun vacht is niet waterdicht. Zorg voor een droge en tochtvrije stal.
  • Een uitloop en spelen in de wei is voor hen onontbeerlijk. Zorg ook voor klim- en klautermogelijkheden.
  • Check omheiningen, want geiten en ezels zijn meesters in het uitbreken.
  • Bestraat een deel van de wei met steen. Drassige weides zorgen voor gezondheidsproblemen.
  • Per ezel kun je uitgaan van een droge stal met minimaal 8 vierkante meter per ezel. Zorg dat een ezel zelf in en uit kan lopen en met een dikke laag stro op de grond.
  • In de winter hebben ze hooi en stro nodig. Meer informatie over geiten en ezels op de website van LICG.


2. Vijverdieren

  • Haal het bladafval uit de vijver om verzuring te voorkomen.
  • Plaats eventueel een loopplankje, zodat dieren die in het water vallen weer uit de vijver kunnen klimmen.
  • Maak een dieper gedeelte in de vijver (80 - 120cm). Daar kunnen dieren in de vorstvrije bodemlaag overwinteren. Met name een aantal amfibieën zoals kikkers, padden en salamanders doen dit.
  • Tref je een vastgevroren dier? Probeer het dan nooit los te trekken, maar maak het ijs rondom de poten los door met een afgesloten pan of fles warm water op het ijs ernaast, het ijs te laten smelten.
  • Meer algemene informatie over de aanleg van vijvers vind je op de website van RAVON


3. Kippen

  • Zorg dat de kippen van buiten naar binnen kunnen en andersom.
  • Zorg dat ze altijd over voer en vers drinkwater beschikken.
  • Stel kippen niet bloot aan vorst. Ze zijn gevoelig voor bevriezing van de kammen en lellen.


4. Andere hobbydieren

  • Struisvogels en emoes hebben een afdak nodig. Zij kunnen niet tegen ons klimaat. Wel tegen kou, maar niet tegen regen.
  • Lama's en alpaca's hebben een droge ligplaats nodig. Zij hebben een dikke vacht, die zelfs betere bescherming biedt dan de vacht van een schaap. Hun ligplaats hoeft niet mooi gras te hebben, als het er maar droog is.


Tips voor huisdieren

Wat doe je voor je huisdier? En wat niet? Huisdieren hebben het enerzijds iets gemakkelijker in de winter. Anderzijds kunnen ook zij last hebben van lage temperaturen en moet je echt rekening houden met enkele winterse zaken. Hoe help je honden, katten, knaagdieren en vogeltjes?


1. Honden

  • Bij extreme kou de voetzolen insmeren met vaseline of speciale teer (verkrijgbaar bij de dierenarts). Dat dicht wonden en verhard de zooltjes.
  • Buiten in beweging houden: warm houden en opletten bij spelen in de sneeuw.
  • Laat je hond geen sneeuw eten, dat veroorzaakt darm- en maagklachten.
  • Laat je hond niet op het ijs, want een hond is niet in staat om te beoordelen of het ijs betrouwbaar is. Ook kan het dier uitglijden met soms ernstige blessures tot gevolg.
  • Let op met chocolade en giftige planten, zoals kerstroos en Amaryllis. Voor honden is dit giftig, het kan dodelijk zijn.
  • Ook druiven, krenten en rozijnen zijn ongezond voor honden. Geef honden dus niet de kans om de oliebollenschaal te plunderen!

 

2. Katten

  • Zorg dat het kattenluikje werkt, zodat de kat altijd naar binnen kan.
  • Check of er geen kat in je schuur verstopt zit of onder de motorkap van je auto. Klop dus eerst op de motorkap, voordat je de auto start. Buiten gaan ze namelijk creatief op zoek naar een warme slaapplaats.


3. Knaagdieren

  • Verplaats konijnen en knaagdieren nooit ineens van een koude naar een warme ruimte of andersom. Ze kunnen ziek worden door tocht en grote temperatuurverschillen.
  • Geef ze een goede standplaats, niet te warm of op de tocht.
  • Geef bij kou extra stro om in te nestelen.
  • Leg geschikt groenvoer (zoals andijvie) in het hok.
  • Ververs het drinkwater regelmatig, zodat het niet bevriest.
  • Cavia’s houd je bij voorkeur binnenshuis, want ze hebben meer belang bij een warme omgeving dan konijnen.
  • Als cavia’s toch buiten gehouden worden, zorg dan voor een tocht- en waterdicht hok met een dikke laag bodembedekking én met meerdere cavia’s bij elkaar. Dan houden ze elkaar lekker warm.
  • Zet knaagdieren niet op de tocht of dichtbij de verwarming of een andere hittebron.

 

4. Vogels

Ga je gourmetten met de feestdagen? Zorg dan dat er geen vogels in dezelfde kamer staan. In de meeste gourmetstellen zit namelijk een anti-aanbaklaag van PTFE. Dit geeft bij sterke verhitting een damp af die dodelijk is voor vogels. Dit zit ook in sommige koekenpannen, wokpannen, grill- en tosti-apparaten. Dus ook een keuken is geen plek voor vogels. Meer informatie vind je op de website van het LICG.

Meer informatie: