Veelgestelde vragen over dierenambulances


  • Door wie worden de dierenambulances betaald?

    Onze dierenambulances zijn afhankelijk van donaties. Het vervoer van zieke, gewonde en zwervende dieren is namelijk nog niet overal goed geregeld. De Dierenbescherming ziet het als de wettelijke taak van gemeenten om dit in ieder geval voor gezelschapsdieren te ondervangen. Iedereen die een dier in nood ziet, is wettelijk verplicht dit dier te helpen. Omdat wilde dieren geen eigenaar hebben, zouden provincies, gemeenten of de rijksoverheid hierin hun verantwoordelijkheid moeten nemen. Dit kan heel goed door opvang en vervoer financieel te ondersteunen. Dat gebeurt incidenteel, maar lang nog niet structureel. Daarom zijn donaties hard nodig!

  • Ik belde de dierenambulance over een zieke vogel in de tuin; ze vroegen of ik hem zelf wilde vangen, door er een doos of wasmand eroverheen te zetten. Is dat niet gek?

    Nee, integendeel zelfs. Het is handig en het levert tijdwinst op als je meehelpt. Een ziek of gewond dier zal zichzelf vaak toch weer verplaatsen, al was het maar om een schuilplaats te zoeken. Door het dier op één plek vast te houden, is het voor de ambulancemedewerkers makkelijk om het te pakken en voor behandeling mee te nemen. Aan de telefoon zal de meldkamer proberen een zo goed mogelijk beeld te krijgen van de situatie en door middel van instructies en goede afstemming te zorgen voor een goede afloop.

  • Wanneer kan ik de dierenambulance bellen?

    Als een dier in acute nood is, gewond of in een uitzichtloze situatie verkeert, kun je de dierenambulance inschakelen via het landelijke meldnummer 144. De centralist stelt je een aantal vragen, om te bepalen of de inzet van een ambulance noodzakelijk is. Vaak kun je namelijk zelf meer betekenen voor een dier in nood dan je zelf denkt.