Als de lente komt dan...

Femmie Smit Door Femmie Smit Programmamanager In het Wild Levende Dieren 7 april 2016

Heb jij dat nu ook? Als het weerbericht voor het eerst van het jaar serieuze lentetemperaturen voorspelt, dat je dan meteen een prettiger gevoel krijgt? Ik wel, want de lente is het seizoen van het nieuwe leven. De natuur ontwaakt uit haar winterslaap, bomen en struiken lopen uit en de eerste bloemen zijn al te zien. Ook voor de wilde dieren breekt een nieuwe tijd aan en voor je het weet, zijn overal jonge dieren te zien. Mooi, maar het is voor ons mensen nog weleens moeilijk om ons er niet teveel mee te bemoeien. Hieronder geef ik wat algemene tips voor situaties die je tegen kunt komen met jonge dieren in het wild.

Kittens

De opvangcentra in het land maken al melding van de eerste gevonden kittens. Vaak zijn dit zwerfkatten. Het is goed dat deze opgevangen worden, want op deze jonge leeftijd kunnen ze - in plaats van zelf eindigen als zwerfkat - aan mensen wennen en uiteindelijk een fijn thuis vinden. Als er geen direct gevaar voor de kittens dreigt, is ons advies om deze dieren niet zelf mee te nemen, maar melding te doen door te bellen met meldpunt 144. Een zwerfkattenopvang of de dierenambulance kan dan aan het werk gaan en proberen om de kittens en hun moeder te vangen. Niemand kan immers beter voor haar jongen zorgen dan de moeder zelf. 

Babyhazen, reeënkalfjes en jonge dieren 

In het bos of in het veld kun je zomaar een reeënjong of een babyhaasje helemaal alleen op een beschutte plek tegenkomen.Vaak denken mensen dat zo’n babydier in de steek is gelaten door zijn moeder.
Dit is echter niet het geval. Laat dit dier vooral met rust, benader het niet en raak het niet aan. De moeder is eropuit om eten te zoeken. Het is volkomen normaal dat ze haar jong daarbij achterlaat in het open veld. In de meeste gevallen is er dus geen sprake van een wees, de moeder komt terug om voor haar jongen te zorgen. 

Babydier in gevaar 

Alleen als er bewijs is van levensgevaar, zoals het naderen van maaimachines of dode moeder, is actie gewenst. Wat je het beste kan doen, hangt af van de situatie. Als haasjes of reeën gevaar lopen om doodgemaaid te worden (sorry, maar dat gebeurt), waarschuw dan eerst de maaier. Deze kan ervoor kiezen om delen van het perceel niet nu maar op een later tijdstip te maaien. Wil hij dit niet, bel dan meteen met nummer 144 en meld wat er aan de hand is. Volgens de natuurwetgeving is er dan sprake van 'het niet zorgvuldig uitvoeren van de zorgplicht'. In het geval dat de moederhaas of ree is gedood, neem dan ook contact op met 144. Zij helpen je dan verder.

Laat een reeënjong met rust, de moeder komt terug. Alleen bij acuut gevaar hulp inschakelen.

Jonge vogels

In het voorjaar tref je vaak jonge vogels aan op de grond. Meestal zijn dit de zogenaamde ‘uitvliegers’. Ze moeten nog leren vliegen, maar dat lukt vaak niet meteen. Hier geldt: niet ingrijpen als het jongen met een vol verenkleed betreft of jonge donzige uilen. Het dier bevindt zich altijd in de buurt van het nest en de ouders zijn vlakbij. Die laten zich alleen niet altijd zien omdat jij daar staat. Loop door zodat de ouders het jong kunnen helpen als dat nodig mocht zijn. Ook donzige watervogels hoef je niet te helpen, deze verlaten al snel het nest en gaan het water of aan de wandel tussen takken. Ook dan zijn ouders meestal in de buurt. 

Vogeljong in gevaar 

Als je het vermoeden hebt dat de omgeving niet pluis is (bv. katten in de buurt), dan kun je hooguit de dieren optillen en veiliger in een boom zetten.  Vind je een jong vogeltje dat nog geen of nauwelijk veren heeft, anders dan watervogels en uilen, of twijfel je over de situatie, dan bel je de dichtstbijzijnde vogelopvang of met nummer 144 voor verdere instructies.

Pas bij uilen op voor je handen, want ze hebben scherpe klauwen en snavel! 

Egels

Egels worden door de hogere temperaturen wakker uit hun winterslaap en gaan op zoek naar eten. Ook jonge egels gaan zelfstandig op pad. Deze zijn niet verlaten, maar keren zelf weer terug naar hun nest. Daar houden ze elkaar warm tijdens de vaak nog koude nachten. Ze hebben elkaar dus nodig. Met de beste bedoelingen zo'n jong dier opvangen is dus een slecht idee. Voer ze overigens ook niet bij met een schoteltje melk, daar kunnen egels absoluut niet tegen. Bij twijfel over de gezondheid van het dier bel je de dichtstbijzijnde egelopvang of 144 als je die zo snel niet kunt vinden voor verdere instructies.

Concluderend 

Met bovenstaande wil ik aangeven dat we onze instinctieve reactie om jonge dieren in het wild te willen helpen, in de meeste gevallen moeten proberen te onderdrukken. Het doet vaak meer kwaad dan goed. Twijfel je nu toch, grijp dan niet zelf in, maar zoek hulp bij een deskundige. Even googelen levert al snel een lijst van organisaties op die in een bepaalde diersoort gespecialiseerd zijn.
Ga je met de hond op stap, besef dan dat de jonge dieren kwetsbaar zijn. Houd je hond onder controle en voorkom dat er ongelukken gebeuren. 

Ik wens je verder een mooi lente toe, ga eropuit en geniet van al het nieuwe leven om ons heen.